Leo Kwarten

Hand geven nog steeds omstreden in Arabische wereld

Door Leo Kwarten - 10 december 2019

Géén vrouwen in de Arabische wereld de hand schudden, weet Leo Kwarten. Toch trapt hij in die val. Aan de andere kant: het valt voor een man ook niet mee. De moderne Arabische vrouw is niet meer zo eenvoudig te classificeren als wel of niet handenschudbaar.

Mohammed stelt voor om even bij zijn moeder langs te gaan. Ze woont hier vlakbij. Alleen even gedag zeggen. Waarom ook niet? We hebben tijd genoeg. Buiten glijdt het pastorale landschap van Zuid-Libanon voorbij: stenen huizen, druivenranken, grazende schapen in de ochtendzon. Dit kon net zo goed Griekenland zijn, of Zuid-Italië. Behalve dat daar geen portretten van martelaars hangen. Starende blikken van bleke melkmuilen, gedood in Syrië of door Israël. Dit is Hezbollah-land. Mohammed is Hezbollah. Mijn afspraak dadelijk is ook met Hezbollah.

Leo Kwarten

Leo Kwarten is arabist en antropoloog. Als zelfstandig gevestigd adviseur werkt hij voor bedrijven die opereren in het Midden-Oosten. Daarnaast publiceert hij over politiek en religie in de regio.

We parkeren voor een armoedig huisje. ‘Alleen salam alaikum, hè,’ zegt Mohammed. Ja, natuurlijk. Alleen even gedag zeggen. Op de patio zit een oude vrouw. Ze is gehuld in een allesbedekkende zwarte mantel die alleen haar gerimpelde gezicht laat zien. Ze kijkt zoals alleen lieve oma’s kijken. Ik onderdruk de neiging haar te omhelzen en steek mijn hand uit. Fout! Mama lacht verlegen. Ze laat haar hand op haar schoot liggen. Zoonlief poogt de situatie te redden door me mee te trekken naar een tafeltje waarop glazen thee en een schaal perziken staan. Vijf lange minuten later staan we weer buiten.

Alléén salam alaikum!

In de auto onderga ik Mohammeds verwijtende blik. ‘Ik zei toch: alléén salam alaikum,’ briest hij. ‘Geen handen schudden dus.’ Tja, daar zit je dan met je twee doctoraalbullen. Gestapt in de valkuil die de meeste mannen na hun eerste keer in de Arabische wereld al weten te omzeilen: schud geen vrouwen de hand! En helemaal niet als ze traditioneel gekleed zijn. Zie je een vrouw met een hoofddoek, sluier, handschoenen of – hoe sexy ook – sokken in teenslippers, beperk je tot hallo vanuit de deuropening. Ik ben ooit in Riaad een lift uitgetrokken omdat ik toevallig naast zo’n vrouw stónd.

Aan de andere kant: het valt voor een man ook niet mee. De moderne Arabische vrouw is niet meer zo eenvoudig te classificeren als wel of niet handenschudbaar. Wat doe je bij een jonge meid met hoofddoek maar wél in strakke jeans? Of een Saudische academica die over straat gaat in een tent maar zich thuis vertoont in een geraffineerde creatie van Gucci? En dan de leeftijd. Dat jonge gazelles in conservatieve Arabische gezinnen hun eerbaarheid met hun leven bewaken, is logisch. Roddels zijn genoeg om haar familie in diskrediet te brengen. Maar een ouwe kameel van tachtig?

Huilende mama

Een jaar later herhaalt de exercitie zich. Mohammed vertrekt de volgende dag naar de Verenigde Staten. Daar woont zijn zoon. Het wordt zijn eerste buitenlandse reis en hij wil nog even bij mama langs. ‘Alleen salam alaikum,’ beloof ik en verberg mijn handen alvast achter mijn rug. Dit keer treffen we mams aan op een bed in de woonkamer. Zodra ze haar zoon ziet, barst ze in tranen uit. En terecht, want morgen vertrekt hij naar het land van de Grote Satan. En wat zullen ze daar haar Mohammedje – een ongeschoren zestiger met een doorrookte kop en een kebabbuik – wel niet aandoen!

Lees ook dit stuk van correspondent Linda Otter in Teheran: Sluiers af en stiekem naar het stadion

Schokschouderend gebaart mama dat ik naast haar op het bed moet komen zitten. Mohammed kijkt gedwee voor zich uit. Ik probeer de ongemakkelijke stilte te doorbreken met wat clichés over Amerikanen – geen sinecure in een Hezbollah-huis. Het probleem zijn hun leiders, zeg ik. Maar verder lijken ze daar bij de Grote Satan thuis erg veel op Libanezen: een huis, een baan, en als de kids maar veilig en gezond zijn. Trouwens, er wonen in de Verenigde Staten zo veel Arabieren dat Mohammed niet eens opvalt.

Mama kijkt me aan alsof de aartsengel zojuist aan haar is verschenen. Het volgende moment vliegt ze me om de hals. ‘Je bent als een zoon voor me,’ snikt ze. Ik voel haar tranen in mijn overhemd lopen. Ze ruikt naar eau de cologne, verhitte olijfolie en iets dat ik niet kan thuisbrengen. Vanaf haar schouder kijk ik naar Mohammed. Hij wijst op zijn horloge. Het is tijd om te gaan. Uiteindelijk kwamen we alleen maar even salam alaikum zeggen.