Constanteyn Roelofs

Het eerste pannenkoekje: de ontwrichtende revoluties van 1968 en 1971

Door Constanteyn Roelofs - 04 december 2019

De nieuwe blogger Constanteyn Roelofs introduceert zichzelf vandaag in zijn eerste column. Voor EW analyseert hij de gevolgen van de ineenstorting van de Nederlandse instituties en de wankele financiële situatie van de middenklasse, producten van revoluties in respectievelijk 1968 en 1971.

Constanteyn Roelofs

Constanteyn Roelofs verkent wekelijks de tragikomische tegenstelling en tegenstrijdigheden in economie en maatschappij.

Met de aantekening dat het eerste pannenkoekje altijd mislukt bij dezen een introductiecolumn. Ik ben dus Constanteyn, haalde ooit een mastergraad in koloniale geschiedenis aan de Universiteit Leiden en sindsdien leid ik een zwervend bestaan in de journalistiek. Nog wat identitaire aantekeningen:
I happen to be een witte man en mijn hobby’s zijn wandelen, drinken, lezen en de zinnelijke omgang met leuke vrouwen. Sinds het anker van de Rooms-Katholieke Kerk onder mijn wereldbeeld is weggeslagen, is duistere humor het enige schild tussen mij en het grote niets.

Dit is ook de laatste keer dat u op deze plaats ‘ik’ gaat lezen, want de rest van de reeks gaat niet over mij. In het vervolg zullen de columns min of meer puzzelstukjes zijn in een grotere, maar wanordelijke verkenning van de geselen des tijds, veroorzaakt door twee grote revoluties en een afgeleide omwenteling, waarbij u twee jaartallen niet mag vergeten.

Sinds 1968 is burgerlijke beschaving uit de mode geraakt en mag alles

Het eerste jaartal is 1968, toen de Bollinger Bolsheviks het oude op de gemeenschap gerichte, non-ironische wereldbeeld omverwierpen en een nieuwe maatschappelijke kolos hebben opgericht, waarin het barbaarse ikje heilig werd. Hierdoor hoeft de burger zich niet meer te gedragen, is irrationeel emotialisme in de vorm van egocentrisch activisme de basis van de politiek en is burgerlijke beschaving – in de vorm van non-ironische zelfontwikkeling en decorum in de openbare ruimte –  uit de mode. Alles kan en alles mag: de ongeremde, verontwaardigde debiel is de basis van het postmoderne mensbeeld.

Lees ook dit commentaar van Jeroen van Wensen: Overheid en bedrijfsleven profiteren van ECB-beleid, huishoudens niet

Het tweede jaartal is 1971. Op Maria Hemelvaart van dat jaar, 15 augustus, ontkoppelde de Amerikaanse president Richard Nixon de dollar van de goudvoorraad en sindsdien zweeft ons mondiale monetaire systeem ergens in de ruimte van vertrouwen, met als grote gevolg dat al het geld nu niet meer gebaseerd is op reële activiteit in de reële economie, maar van bovenaf wordt verdeeld over partijen die het vertrouwen genieten van de centrale bank, zoals banken.

Kennelijk is de enige manier om dat geld weer bij de burger te krijgen, het her te verdelen als schuld. De gigantische expansie, sindsdien, van hypotheken, studieschulden en leasegoederen komt niet uit de lucht vallen. De (lagere) middenklasse is in plaats van een kapitaalvergarende klasse een schuldvergarende klasse geworden. En aangezien schuld gelijk staat aan slavernij, is de dominantie van de 1 procent over de rest sindsdien groeiende en groeiende.

Partijen, vakbonden, universiteiten: institutioneel Nederland stort in

Dan de afgeleide, tergend langzaam vorderende revolutie: we verkeren in een situatie waarin de petite bourgeoise boos mag zijn, z’n best niet meer hoeft te doen en ook genoeg reden heeft om boos en gedemotiveerd te worden door de toegenomen druk uit het financiële systeem. Op dit fundament een verstandige en gezonde democratie bouwen, is onmogelijk, want dat vereist optimisme, beschaving, financiële rust en solidariteit. Het verdwijnen van de Hollandse kleinburger gaat gelijk op met het instorten van de partijen, de vakbonden, de universiteiten, de sportclubs… Institutioneel Nederland lazert in elkaar.

Lees ook deze blog van Roelof Bouwman

De sixties: een bron van ellende

De ondergang van onze bescheiden moerasdeltabeschaving is misschien ergens jammer, maar ook wel weer een gelegenheid om een kaleidoscopische verkenning te beginnen in stukjes van 400 à 500 woorden over de pogingen om er nog wat van te maken. En als het vruchteloze geworstel van de kleine man al komisch is, dan zijn de futiele pogingen van de voorheen machtige ‘boven ons gestelden’ om de boel bij elkaar te houden, dat natuurlijk al helemaal. Genoeg om over te schrijven, dus. Alvast hartelijk dank voor het volgen, lieve lezers, en tot de volgende.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.