Roelof Bouwman

Kan het wat minder met al die voetbalboeken?

Door Roelof Bouwman - 03 december 2019

Aan de stroom voetbalboeken komt maar geen einde, constateert Roelof Bouwman. Veel titels worden ten onrechte voorzien van het deftige etiket ‘biografie’.

De jaren zeventig waren in veel opzichten een bijzonder decennium. Zo is het kabinet-Den Uyl (1973-1977) nog altijd de enige linkse regeringsploeg die Nederland ooit heeft gekend – en Hans Wiegel de meest legendarische oppositieleider.

Turks Fruit (1973), geregisseerd door Paul Verhoeven en met hoofdrollen voor Monique van der Ven en Rutger Hauer, is nog altijd de best bezochte en meest iconische Nederlandse speelfilm.

Nederlands voetbal in jaren zeventig op ongekend hoog niveau

Ook het Nederlandse voetbal stond in de jaren zeventig op een ongekend hoog niveau. Feyenoord, Ajax en PSV wonnen samen zes Europa Cups en het Nederlands elftal speelde twee WK-finales.

Dat waren nog eens tijden. De afgelopen tien jaar won, zoals bekend, geen enkele Nederlandse club een Europese prijs en speelde Oranje één WK-finale.

Piet Schrijvers, Frenkie de Jong en natuurlijk Johan Cruijff

Toch heeft juist het afgelopen decennium het verschijnsel ‘voetbalboek’ een hoge vlucht genomen. Terwijl liefhebbers het in de jaren zeventig moesten doen met de jaarboeken van Hans Molenaar en Herman Kuiphof, niemendalletjes van het kaliber Sjaak Swart vertelt, en slechts heel af en toe iets fatsoenlijks, zoals de klassieker Cruijff, Hendrik Johannes, fenomeen (1972) van Nico Scheepmaker, is er de laatste tijd geen houden aan.

Zouden er nog voetballers zijn zonder boek? Alleen al de afgelopen twee maanden zijn we getrakteerd op de memoires van Marco van Basten, Basta (presentatie 2 december), een door Arthur van den Boogaard geschreven reconstructie van Johan Cruijff als Feyenoorder (Het laatste seizoen) en boeken over onder anderen Piet Schrijvers (door Yoeri van den Busken), Frenkie de Jong (Luca Caioli en Cyril Collot), Michel Boerebach (Eddy van der Ley), Piet Kiezer (Bart Jungmann en Jaap Visser) en – alweer – Johan Cruijff (Auke Kok).

De Volkskrant vond in één week uit wat Auke Kok in drie jaar niet lukte

Behalve de hoeveelheid voetbalboeken verbaast ook het gemak waarmee de titels worden voorzien van het deftige etiket ‘biografie’. Terwijl de meeste auteurs niet verder komen dan vrienden, kennissen en oud-collega’s – desgewenst anoniem – herinneringen te laten ophalen aan de hoofdpersoon.

Hoe voorzichtig je daarmee moet zijn, bleek toen Auke Kok dacht aan drie anonieme bronnen genoeg te hebben om te concluderen dat Cruijff jaarlijks 1 miljoen euro kreeg overgemaakt door zijn eigen Foundation.

De Volkskrant deed er één week over om uit vinden wat Kok in drie jaar niet lukte: dat het geld afkomstig was van de Sponsorloterij en de Postcodeloterij, waarvoor Cruijff tussen 1998 en 2003 promotiewerk deed.

Lees ook deze hommage van Hugo Camps aan Johan Cruijff terug: Dank je, JC, voor de schoonheid en de vrijheid

Over lang niet elke keeper uit de Keuken Kampioen divisie valt een goed boek te schrijven

Er is nog een andere reden om het met voetbalbiografieën wat rustiger aan te doen. Natuurlijk, niemand hoeft zich wat aan te trekken van de eminente Nederlandse historicus en hoogleraar Jan Romein (1893-1962). Maar toch. Romein meende dat je aan het ‘object’ van een ‘goede biografie’ voorwaarden diende te stellen.

‘De beschrevene,’ lezen we in Romeins handboek De biografie (1946), ‘moet niet maar “een” individu, maar een persoonlijkheid wezen en hij moet in de wereld iets van belang hebben verricht, dat zichtbare sporen heeft nagelaten’.

Anders gezegd: over lang niet elke keeper uit de Keuken Kampioen divisie valt een goed boek te schrijven. Misschien moeten we dat dus ook maar niet proberen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.