Leo Kwarten

Mag de foto met Omar Al-Bashir inmiddels aan de wand?

Door Leo Kwarten - 31 december 2019

Zo’n foto met de Soedanese president Omar Al-Bashir of de Palestijnse leider Yasser Arafat, moeten die in de Doos met Herinneringen blijven of kun je die gewoon aan de muur hangen? Leo Kwarten twijfelt er over.

Hij ligt al een tijdje te wachten om opgehangen te worden: een lijstje met een foto van mezelf samen met de Soedanese president Omar Al-Bashir. Nou ja, voormalige president. Op 11 april maakte een staatsgreep een einde aan zijn 30-jarige carrière als de dictator van Soedan. Deze maand werd Bashir door een rechtbank in Khartoum veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf wegens corruptie. Bij doorzoeking van zijn huis had de politie koffers met daarin 130 miljoen dollar in cash aangetroffen.  Zo’n 25 miljoen was een douceurtje van de Saoedische kroonprins geweest, zo bleek.

Leo Kwarten

Leo Kwarten is arabist en antropoloog. Als zelfstandig gevestigd adviseur werkt hij voor bedrijven die opereren in het Midden-Oosten. Daarnaast publiceert hij over politiek en religie in de regio.

Was het bij die 130 miljoen gebleven, dan had ik die foto allang opgehangen. Ik bedoel, 130 miljoen is peanuts vergeleken met wat er bij andere politici in deze regio in de linnenkast moet liggen. Het probleem bij Bashir is echter dat corruptie wat schraal afsteekt bij wat hij nog meer op zijn kerfstok heeft, zoals oorlogsmisdaden. In 2009 had hij de bedenkelijke primeur de eerste zittende president te zijn die door het Internationale Gerechtshof in Den Haag werd aangeklaagd. Bashir zou opdracht hebben gegeven voor moordpartijen, verkrachtingen en plunderingen in de regio Darfur.

‘Als je het niet publiceert, kan ik je zeggen dat ik de verkiezingen heb gewonnen’

De foto is genomen in maart 1996. De locatie is het presidentiële paleis aan de Blauwe Nijl, een relict uit de Britse koloniale tijd. Links zit Bashir. Op zijn hoofd rust een traditionele tulband. Zijn leesbril ligt voor hem op het bureau. Rechts zit een jongere versie van mezelf. Bashir spreekt fusha, plechtig standaard Arabisch. Hij legt uit dat de presidentiële verkiezingen die zojuist zijn gehouden eerlijk zijn verlopen. Dat is een leugen. Na het gesprek, als ik de recorder heb stopgezet, zegt hij iets vreemds: ‘Als je belooft het niet te zullen publiceren, kan ik verklappen dat ik de verkiezingen heb gewonnen.’ Opmerkelijk, want ze zijn nog bezig met het tellen van de stemmen! Bashir lacht erbij als een haai.

Het gesprek vond plaats dankzij een bevriende Soedanese diplomaat die werkte op de ambassade in Den Haag. Onder Bashir schoot zijn ster als een komeet omhoog. Na zijn terugkeer zocht ik hem op bij de geheime dienst in Khartoum waar hij nu een hoge pief was. Zijn raamloze kantoor bevond zich in het hart van een bunkerachtig gebouw. Op zijn bureau pronkten vier telefoons. In de hoek stond een televisie waarop een golfwedstrijd werd uitgezonden. Na twee gezellige glazen grapefruitsap vroeg hij langs zijn neus weg: ‘Wil je de president zien?’ Hij pakte de tweede van de vier telefoons.

Een uurtje later bij Bashir op bezoek

Over een uur al? Had Bashir niets anders te doen? Ik hield de eerste taxi aan die voorbijkwam, een geplamuurde fantasie van peugeot- en volkswagenonderdelen. Voor de passagiersstoel stond een lekkende plastic container die de benzinetank verving. Het presidentieel paleis? De chauffeur bromde herkennend, alsof het voor hem een dagelijkse rit was. Ook de paleiswachten vonden het schijnbaar heel normaal dat een bezoeker van de president zijn opwachting maakte in een auto die elk moment spontaan tot ontploffing kon komen.

De foto werd me later opgestuurd door de Soedanese ambassade in Den Haag. En nu ligt hij dus al jaren in een la, naast een andere oude foto: die van mezelf met de Palestijnse leider Yasser Arafat. Die zou ik inmiddels met een gerust hart kunnen ophangen. Toch? Oké, Arafat was verantwoordelijk voor vliegtuigkapingen en terreuraanslagen, maar nadat hij in 1994 de Nobelprijs voor de Vrede had ontvangen vanwege de Oslo-akkoorden met Israël kon iedereen zonder imago-afbreuk met deze knuffelterrorist op de foto, van Wim Kok tot de paus. Dus waarom ik niet?

Arafat en Bashir gaan terug in de Doos met Herinneringen

Aan de andere kant, Arafat was ook degene die in 2000 de laatste kans voor de Palestijnen op een eigen staat verprutste. Nooit eerder waren de Israeliers bereid geweest zulke grote concessies te doen. Maar Arafat miste helaas de visie en de moed van een échte staatsman en liep weg van de onderhandelingstafel.

Daarom besluit ik Arafat op te bergen in de Doos met Herinneringen, samen met Bashir. En nog een handvol andere malloten die de Arabische wereld had kunnen missen als kiespijn.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.