Leo Kwarten

Sex Pistols in Teheran: Iraanse liefde voor popmuziek springlevend

Door Leo Kwarten - 03 december 2019

Tijdens een bezoek aan Teheran ontdekt Leo Kwarten dat de directeur van het Martelarenmuseum alles weet van Deep Purple, Sex Pistols en nog veel meer westerse bands. Het is illustratief voor de grote liefde die Iraniërs koesteren voor popmuziek, ondanks beknotting door de regimes van de ayatollahs.

‘Dit is geen vrolijk museum.’ Met een schok draai ik me om en zie een kleine donkerharige man van eind vijftig staan. Hij stelt zich voor als Morteza, directeur van het Martelarenmuseum in de Iraanse hoofdstad Teheran. ‘We krijgen zelden westerse bezoekers,’ zegt hij. Andere bezoekers ook niet trouwens, want het gebouw is uitgestorven. Het heeft de charme van een autoshowroom.

Na 1979 is het nooit meer goedgekomen met de Verenigde Staten

Leo Kwarten

Leo Kwarten is arabist en antropoloog. Als zelfstandig gevestigd adviseur werkt hij voor bedrijven die opereren in het Midden-Oosten. Daarnaast publiceert hij over politiek en religie in de regio.

Ik was toevallig in de buurt. Je hoeft alleen maar de straat over te steken vanaf de voormalige Amerikaanse ambassade. In 1979 begon daar de gijzeling van Amerikaanse diplomaten door Khomeini’s revolutionairen. De actie duurde 444 dagen. Sindsdien is het nooit meer goedgekomen tussen Iran en de Verenigde Staten. Het ‘Spionnenhol’ zoals het nu heet, is een plaats in Teheran die je niet wilt missen.

Morteza voert me langs vitrines. Daarin foto’s van martelaren die hun leven gaven voor de Islamitische Revolutie. Op bordjes staat uitleg: omgekomen bij een bomaanslag, vertrapt in Mekka tijdens de bedevaart, gedood toen een Iraakse Scud-raket door het dak van de sporthal sloeg. Er liggen persoonlijke bezittingen bij: een met bloed bevlekte koran, een foto van een jonge vrouw, een laatste brief van het front. Zij zijn de helden van Iran, zegt de directeur plechtig.

Directeur Martelarenmuseum blijkt encyclopedie van westerse popmuziek

Morteza vraagt nogmaals hoe ik heet. ‘Leo’, zeg ik. Zijn gezicht licht op. Hij zegt: ‘Maybe I’m a Leo, but I ain’t a lion.’ Ja, natuurlijk! Deep Purple. Het album Machine Head, 1972. Lachend zingen we de rest van de songtekst: ‘Why was I so cruel, where is she now?’ De directeur blijkt een wandelende encyclopedie van westerse popmuziek. Ineens zijn de martelaren verdwenen. Ze hebben plaatsgemaakt voor Lou Reed, Neil Young, Alice Cooper en de geniale, maar veel te jong aan een overdosis overleden Nick Drake. Ook een soort martelaar eigenlijk.

Lees verder onder de video

Als puber al was hij een grote fan van popmuziek, zegt Morteza. Gemakkelijk was dat niet geweest in het Iran van de jaren tachtig. Ayatollah Khomeini had vrijwel alle muziek verboden. Dat was volgens hem ‘hetzelfde als opium’. Het maakte de hersenen ‘inactief en frivool’. De Revolutionaire Garde hield auto’s aan op zoek naar cassettebandjes en viel huizen binnen als er een feestje was. De jonge Morteza had zijn Clapton en Stones op de zwarte markt moeten kopen.

Je kunt Iraniërs niet vertellen waar ze wel en niet naar mogen luisteren

Toch is het voor de geestelijkheid altijd vechten tegen de bierkaai geweest. Je kunt Iraniërs nu eenmaal niet vertellen waar zij wel en niet naar mogen luisteren. Tegenwoordig hoor je in Iraanse café’s en taxi’s allerlei muziek, van Aznavour en Adele tot traditionele Iraanse folk. Ook bestaat er een levendige popscene, van coverbandjes tot keiharde Iraanse metal compleet met bijbehorende haardos.

Lees ook dit stuk van correspondent Linda Otter uit Teheran: Sluiers af en stiekem naar het stadion

Die popscene is ten dele ondergronds maar gedoogd, en ten dele openbaar. Wie kiest voor het laatste moet eindeloos onderhandelen met de culturele scherpslijpers van het regime voordat je mag optreden of muziek uitbrengen. Anderen kiezen ervoor in het geheim op te treden. In Iran betekent ‘pop’ dat je legale, mainstream muziek produceert. ‘Rock’ daarentegen is illegaal en schoppen tegen het establishment.

Ik verdenk Morteza ervan dat hij stiekem ‘rock’ is. Hij vertelt over drie Britse toeristen die onlangs zijn martelarenmuseum bezochten. Het gesprek was op de Brexit gekomen. ‘God save the Queen’, had Morteza op een gegeven moment gezegd. Hun niet begrijpende blikken had hij beantwoord met: ‘Sex Pistols, 1977’.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.