Roelof Bouwman

De eeuwige terugkeer van linkse misverstanden

28 januari 2020

Verdient de middenschool een comeback? Moeten drugs worden gelegaliseerd? Sommige progressieve waanideeën steken telkens weer de kop op, schrijft Roelof Bouwman.

‘Alles blijft / Alles gaat voorbij / Alles blijft voorbijgaan.’ Het zijn de bekendste dichtregels van Jules Deelder. De eind vorig jaar overleden poëet en performer publiceerde ze in 1970, in de bundel Dag en nacht geopend.

Roelof Bouwman is historicus en journalist. Hij schrijft wekelijks over politiek, geschiedenis en media.

Het toeval wil dat juist in de jaren rond 1970 veel ideeën zijn gelanceerd die nog steeds voorbijkomen. We lijken er maar geen afstand van te kunnen nemen.

Een mooi voorbeeld is de middenschool. Onder leiding van PvdA-onderwijsminister Jos van Kemenade werd in de jaren zeventig een stelselwijziging beraamd, waarbij kinderen na de basisschool nog een aantal jaren bij elkaar bleven. Hierdoor zou de schoolkeuze met drie of vier jaar worden uitgesteld.

‘School moet vooral opvoeden tot mondigheid en weerbaarheid’

Het achterliggende idee was dat onderwijs niet diende te gaan om kennisoverdracht, maar om het ‘gelijkwaardiger maken’ van mensen. ‘Als je echt nadenkt over onderwijs en ongelijkheid,’ zei Van Kemenade in 1975, ‘dan kom je tot de conclusie dat de school vooral moet opvoeden tot mondigheid en weerbaarheid. Zodat niet alleen de begaafden de machtigen worden.’

De onder Van Kemenade opgezette middenschool-experimenten werden in 1983 gekraakt door de Onderwijsinspectie en legden daarna het loodje. Einde verhaal?

Nee, want met de Wet op de basisvorming van staatssecretaris Jacques Wallage kreeg de PvdA in 1992 genoegdoening voor de mislukking van de middenschool. Een pakket van vijftien vakken voor alle leerlingen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs, bedoeld om de definitieve selectie een paar jaar uit te stellen.

Opnieuw ging het mis en verscheen een vernietigend evaluatierapport

Opnieuw ging het mis en verscheen een vernietigend evaluatierapport. De basisvorming bleek te makkelijk voor vwo’ers en te moeilijk voor vmbo’ers, van verbetering van de prestaties van leerlingen uit achterstandsmilieus was niets te merken, terwijl de resultaten van vwo-leerlingen daalden.

Onderwijsminister Maria van der Hoeven (CDA) trok in 2004 de stekker eruit: ‘Ik wil het woord “basisvorming” niet meer horen.’ Einde verhaal?

Nee, nog steeds niet. ‘Terug naar de middenschool’ zette de Volkskrant vorige week op de voorpagina. Een ‘breed front van onderwijsorganisaties’ bleek een ‘onderwijspact’ te hebben gesloten. Centrale gedachte: alle leerlingen tot hun vijftiende door elkaar heen in de klas en pas daarna kiezen voor een ‘beroepsgerichte stroom’ of een ‘academische stroom’.

Hoe hardleers is de Nederlandse onderwijssector?

Lees ook dit commentaar van Ruud Deijkers: Ongelukkig moment om de middenschool nieuw leven in te blazen

Hoe hardleers is de Nederlandse onderwijssector? Je zou er moedeloos van kunnen worden.

Een ander onderwerp waarbij onze gedachten steeds maar weer terug worden getrokken naar vijftig jaar geleden, is het drugsbeleid.

‘Geestverruimende middelen’, zo hoorde je rond 1970 vaak beweren, zouden eigenlijk moeten worden gelegaliseerd. Tot het zover was, diende er zo veel mogelijk te worden ‘gedoogd’. Daarbij was het verstandig, zo luidde de progressieve communis opinio, om het drugsmilieu niet strafrechtelijk te bejegenen, maar ‘medisch-sociaal’.

We weten waartoe vijftig jaar gedogen en wegkijken hebben geleid

We weten waartoe vijftig jaar gedogen en wegkijken hebben geleid. Nederland is een narcostaat geworden: productieland van synthetische drugs en nederwiet en Europa’s belangrijkste doorvoerland van cocaïne en heroïne. Drugsgebruik is genormaliseerd en verwoest op grote schaal de lichamelijke en geestelijke gezondheid van vooral jonge mensen.

De handelaren, die miljarden opstrijken, hebben vrij spel. Met groot gemak vinden drugswinsten hun weg in de bovenwereld. Geen wonder, want de politie – zie ook het vorig jaar verschenen onderzoeksrapport De achterkant van Amsterdamheeft de drugsbestrijding volledig laten liggen en is slecht ingevoerd in de drugseconomie en -criminaliteit.

Lees ook dit commentaar van René van Rijckevorsel: Harddrugs legaliseren? D66 is compleet de weg kwijt

Gelukkig lijkt het inzicht dat het Nederlandse drugsbeleid niet werkt – en dus aan herziening toe is – de laatste tijd terrein te winnen. Zelfs de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema (GroenLinks) zei in oktober dat ze een einde wil maken aan de onverschilligheid ten opzichte van harddrugs en dat ze de dealers harder aan wil pakken.

Helaas blijft voortschrijdend inzicht in Nederland zelden onbestraft. En dus kwam D66 vorige week met een ‘drugsmanifest’ waarin de klok weer stevig werd teruggedraaid naar 1970. ‘Mensen gebruiken drugs. Daar kunnen we de ogen voor sluiten, maar het gebeurt. Verbieden heeft geen zin.’

‘Iedere jongere moet zonder schuldgevoel veilig drugs kunnen gebruiken’

Ook Annabel Broer, voorzitter van de Jonge Democraten, mocht een duit in het zakje doen. ‘Iedere jongere,’ zo liet ze weten op Twitter, ‘moet zonder schuldgevoel veilig drugs kunnen gebruiken’.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

Het ideaal van Pablo Escobar, aangeprezen door de kleinkinderen van Hans van Mierlo. Dat is kennelijk de ultieme consequentie wanneer je oude linkse misverstanden voortdurend blijft opwarmen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.