Bram Boxhoorn

In gevechtshaard Libië worden de Amerikanen zeer gemist

Door Bram Boxhoorn - 15 januari 2020

Niemand durft nog zijn handen te branden aan Libië, schrijft Bram Boxhoorn. Dat is slecht nieuws voor de stabiliteit aan Europa’s zuidelijke grens en de Libische bevolking in het bijzonder.

Bijna geen gebied ter wereld biedt zo veel munitie voor conflict als het Midden-Oosten. Libië, als lid van de Arabische Liga (1945) – het tamelijk krachteloze orgaan van 22 Arabische landen – vormt geen uitzondering. Het land is geopolitiek in feite een Europees buurland; de Europese geschiedenis kent een lange relatie met de Libische.

Bram Boxhoorn

Bram Boxhoorn is historicus en directeur van de Atlantische Commissie. Hij is tevens gastdocent bij Webster University, Leiden. Boxhoorn schrijft wekelijks een blog voor Elsevier Weekblad over buitenlandse politieke kwesties.

Libië kwam via een staatsgreep in 1969 in handen van kolonel Mu’ammar Khaddafi, die flink kon profiteren van de opbrengsten van de Libische olie-industrie. De snel stijgende welvaart ging gepaard met een grote mate van onvrijheid van de bevolking.

Internationale steun bleek een lege huls

Aan Khaddafi’s schrikbewind kwam een einde door NAVO-interventie geleid door Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Daarna ontstond er een machtsvacuüm in het land. Door Khaddafi onderdrukte etnische groeperingen trachtten de macht te grijpen. Samenwerking tussen de rivaliserende groeperingen wilde niet echt lukken. De steun van de internationale gemeenschap bleek een lege huls te zijn. Er was te weinig inzet en geld om aan enige vorm van serieuze wederopbouw gestalte te geven, nog los van de vraag onder wiens regie het had moeten plaatsvinden. Het land viel snel uiteen in kleinere, vaak elkaar bestrijdende eenheden. Een eldorado voor criminele bendes en smokkelaars van goederen en migranten, op zoek naar welvaart in Europa. Vier jaar geleden betrad ook islamitisch terreurnetwerk Al-Qa’ida het strijdtoneel.

De politieke situatie in Libië is in de afgelopen maanden verder verslechterd. De tegenstelling tussen de twee grootste opponenten, de door de VN-gesteunde GNA (Government of National Accord) onder leiding van de Libische politicus Sarraj en het Libische Nationale Leger (LNL) van ‘krijgsheer’-generaal Haftar, is onoverbrugbaar gebleken. Haftar kan rekenen op de politieke steun van Washington. Zijn lange militaire opmars was uitermate succesvol. Bijna geheel Libië is, op een brede strook in het zuiden na, in handen gevallen van Haftars LNL.

Russisch leger van huurlingen

Sarraj moet door de opmars van Haftar ernstig vrezen voor de ineenstorting van zijn bewind. In de praktijk beheerst zijn ‘regering’ alleen de hoofdstad Tripoli en omgeving. Onverwacht kreeg hij recent steun van Turkije, dat heeft aangekondigd militair te interveniëren ten gunste van Sarraj’s GNA. Zoals bekend aast Turkije op de oliereserves in het oostelijk bekken van de Middellandse Zee. Daartoe sloten de Turkse president Recep Tayyip Erdogan en Sarraj eerder een op papier lucratieve zeeovereenkomst met het oog op toekomstige olie- en gaswinning.

De as GNA (Sarraj)-Turkije wordt echter doorkruist door een nieuwe coalitie van landen die Haftar steunen. Rusland, gesteund door Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten, schaart zich namelijk achter Haftar. Een Russisch leger van huurlingen – de ‘Wagner-groep’ –  ondersteunt Haftar actief. De hoofdstad ligt voortdurend onder vuur. Daar waren vorige maand bijna 150.000 inwoners op de vlucht geslagen. De GNA heeft in feite het openbare gezag verloren.

Een mislukte poging tot verzoening

Een plotselinge wending is nu dat de leiders van de twee rivaliserende ‘assen’, Rusland en Turkije, beide partijen gezamenlijk tot de orde roepen. Informele besprekingen zijn in de afgelopen week in Moskou begonnen. Niet minder dan een ‘monsterverbond’ dus, hoewel nog moet worden afgewacht of er een wapenstilstand tot stand komt en of het stand houdt.
Het Turks-Russische initiatief heeft voor de nodige onrust gezorgd in de Europese hoofdsteden. Al eerder probeerden Italië en Frankrijk elk  afzonderlijk in Libië voet aan de grond te krijgen, maar zonder succes.

Italië ondernam recent een poging tot verzoening tussen de twee kemphanen Sarraj en Haftar, maar slaagde er zelfs niet in de twee aan één tafel te krijgen. Berlijn kondigde een diplomatiek offensief aan en wil nog deze maand een top over Libië houden, waarbij alle betrokken landen aanwezig moeten zijn. Onduidelijk is of de Verenigde Staten aanschuiven.

Regisseur voor crisismanagement

De situatie in Libië vormt een grote bedreiging voor de stabiliteit in het Middellandse Zeegebied. Dat Europa er niet in slaagt – met of zonder hulp van de Libische buurlanden – enige vorm van stabiliteit tot stand te brengen, tekent de machteloosheid.

Wie durft zijn vingers te branden aan Libië, na de déconfiture van de interventie in 2011? In deze regio en in deze tijden blijkt weer dat allianties snel kunnen wisselen. De afwezigheid van een centrale, door alle partijen aanvaarde politieke regisseur voor crisismanagement – zoals de Verenigde Staten in vroegere tijden – is slecht nieuws voor de stabiliteit aan Europa’s zuidelijke grens en de Libische bevolking in het bijzonder.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.