Rob de Ruiter

Waarom we met België moeten samenwerken tegen cocaïnehandel

Door Ingezonden opinie - 11 februari 2020

Afgelopen jaarwisseling brachten veel media cijfers over onderschepte cocaïne, de populairste drug van Europa. Daaruit bleek niet hoe groot het cocaïneprobleem inmiddels is geworden, schrijft Rob de Ruiter in een ingezonden opinie. Dat gegeven ontbreekt ook in de brief die minister van Justitie en Veiligheid Ferdinand Grapperhaus (CDA) vorig jaar aan de Tweede Kamer stuurde.

De havens van Antwerpen en Rotterdam spelen een sleutelrol in de aanvoer van cocaïne voor de Europese markt. De haven van Antwerpen is onmiskenbaar de hoofdrolspeler. Al enige jaren wordt daar meer dan twee keer zoveel cocaïne onderschept als in de Rotterdamse haven.

Rob de Ruiter (1955) studeerde sociale geografie aan de Universiteit van Amsterdam.

Hij was 30 jaar interim manager bij bedrijven en overheden. Daarnaast schrijft hij al 40 jaar over sociaal-economische thema’s.

 

Ingezonden opinieartikelen worden geselecteerd door de redactie, maar vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs het standpunt van Elsevier Weekblad.

Op basis van de kennis van douane en politie moet worden aangenomen dat er in 2019 zeker 450 ton cocaïne in Rotterdam en Antwerpen binnenkwam. Dit is meer dan 22 procent van de cocaïne die wereldwijd in één jaar wordt geproduceerd. In werkelijkheid is het Nederlands-Belgische aandeel nog groter omdat er ook invoer is via kleinere havens en routes.

Antwerpse cocaïne vindt vervolgroutes in Nederland

Er is alle reden om naar Antwerpen en Rotterdam samen te kijken. Zij kampen met dezelfde megavraagstukken en veel Antwerpse cocaïne vindt vervolgroutes in Nederland. Wel bleek vorig jaar dat de Spaanse containerhavens ook snel aantrekkelijk worden. Die in Frankrijk en Duitsland lijken enigszins in hun schaduw te blijven.

De Europese cocaïnemarkt is met zo’n 6,5 miljoen gebruikers de tweede in grootte na Noord-Amerika. Beide markten groeien jaarlijks. In Noord-Amerika zijn politie en douane er al lang aan gewend om cocaïne te onderscheppen. Ze proberen ‘dagelijks te vangen wat er te vangen valt’. Maar de stroom indammen lukt niet, ook omdat producenten elk jaar meer produceren.

Willen Nederland en België drastisch ingrijpen?

Voor Nederland en België samen is de kernvraag steeds nijpender welke koers ze gaan varen. Kunnen en willen beide landen het opbrengen om drastisch in te grijpen of blijft het bij pappen en nathouden?

De brief die minister Grapperhaus op 11 maart 2019 aan de Tweede Kamer schreef, duidt weliswaar op intensivering van de aanpak van de cocaïnehandel maar zegt niets over de benodigde drastische omslag. Grapperhaus meent dat de Europese gebruikersmarkt zo’n 91 ton cocaïne per jaar omvat. Dit cijfer is een misser van formaat, alleen al gelet op de circa 450 ton die hierboven is vermeld.

Tweede Kamer onjuist geïnformeerd

Ook andere instanties laten veel hogere tonnages zien. De Tweede Kamer is dus onjuist geïnformeerd. Verder valt op dat in de aanpak van de cocaïnehandel die Grapperhaus beschrijft niet de specifieke bedragen zijn vermeld die de rijksoverheid hierin steekt. Ook is onduidelijk hoe de inzet wordt verdeeld tussen de strijd tegen cocaïne en die tegen ‘pillen’. En hoe verhoudt ‘de aanpak middels simpele goederencontroles’ zich tot ‘de complexere aanpak van netwerken, bedrijven en marktsystemen’? Is de arrestatie van drugsdealer Ridouan Taghi bemoedigend voor het tweede type aanpak of blijft de stroom persberichten over onderscheppingen de boventoon voeren? Ten slotte verzuimt de minister om meetbare doelstellingen te geven voor nu en de komende jaren.

Kortom, het ziet er vooralsnog naar uit dat Nederland en België geleidelijk groeien naar institutionalisering van de aanpak van cocaïne. De Noord-Amerikaanse acceptatie en omgang met cocaïne staat model. Of is de Europese omvang van het cocaïneprobleem te onbekend?

Feiten en cijfers

Via de havens van Rotterdam en Antwerpen kwam in totaal 450 ton cocaïne binnen. Deskundigen van de Nederlandse politie en douane komen tot dit cijfer omdat zij menen dat je zeker vier- of vijfmaal de onderschepte hoeveelheid cocaïne moet nemen om de werkelijke hoeveelheid te berekenen (5 x 90 = 450 ton via Rotterdam en Antwerpen).

Grapperhaus schreef in zijn brief aan de Kamer dat de straatwaarde op de Europese markt 5,7 miljard euro is. Ook dit cijfer is veel te laag. Uitgaande van 450 ton in twee havens is de waarde op de Europese markt 24,7 miljard euro, gebaseerd op een gemiddelde straatwaarde van 55 euro per gram cocaïne.

Bijna alle onderschepte cocaïne ligt in ingevoerde containers. Volgens een onderzoek waarover de Volkskrant rapporteerde, wordt 0,5 procent van alle containers in Rotterdam gescand. Vorige maand liet de Nederlandse douane in een tv-programma zien dat bij een steekproef honderd containers van een schip werden geopend. Dat is maar 1 procent van een gemiddeld containerschip. Voeg hierbij dat per onderschepping de hoeveelheid cocaïne groter wordt, dus stroomt er veel langs de controles.

 

Onderschepte tonnages cocaïne in Rotterdamse en Antwerpse haven:

2014   16

2015   21

2016   41

2017   50

2018   69

2019   90

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.