Robbert de Witt

Juist Arabieren kunnen Israëlische democratie vervolmaken

Door Robbert de Witt - 27 februari 2020

Trouwe verdedigers van Israël wijzen er vaak op dat de Joodse staat ‘het enige democratische land is in het Midden-Oosten’ en daarom steun verdient. Komende week kan blijken dat dit geen holle frase is, schrijft Robbert de Witt.

Arabieren vormen een vijfde van de Israëlische bevolking, maar in de Knesset, het parlement, spelen ze amper een rol. Ten eerste omdat ze er slechts 12 van de 120 zetels hebben – 10 procent dus. Veel Arabische Israëliërs hebben geen enkele fiducie in de Israëlische democratie en blijven op verkiezingsdag liever thuis.

Robbert de Witt (1978) is Buitenlandredacteur bij Elsevier Weekblad. Hij blogt wekelijks op donderdag over mondiale ontwikkelingen en de gevolgen ervan voor Nederland en Europa.

Die twaalf zetels zijn dan ook nog eens verdeeld over verschillende Arabische partijen en de ‘Arabische fractie’ spreekt zelden met één stem. Tenzij het gaat om het afkeuren van regeringsbeleid ten aanzien van de Palestijnen, dan is er eensgezindheid.

Achtervolgd door corruptieproces

Maar dat kan wel eens veranderen, komende maandag. Israël gaat dan stemmen voor een nieuw parlement – voor de derde keer in een jaar tijd, omdat het maar niet lukt om een coalitieregering te vormen. Premier Benjamin Netanyahu wil het op 2 maart opnieuw proberen, achtervolgd door een corruptieproces en door zijn centrum-linkse uitdager Benny Gantz.

Maar Gantz kan vermoedelijk geen meerderheid in de Knesset krijgen zonder de ‘Joint List’ (‘Gezamenlijke Lijst’), het verbond van voornamelijk Arabische partijen. Die wordt aangevoerd door de 44-jarige Ayman Odeh.

De prijs voor samenwerking

Odeh is geen pro-Palestijnse Arabische Israëliër, maar zegt na te streven dat Arabieren op alle vlakken gaan meetellen in Israël. Geen gescheiden samenlevingen meer, maar gedeelde belangen.

Odehs prijs voor eventuele samenwerking is dat Gantz delen van het vredesplan van de Amerikaanse president Donald Trump afwijst. Het gaat Odeh vooral om Arabische dorpen die nu nog in Israël liggen, maar onderdeel zouden worden van een toekomstige Palestijnse staat. Odeh wil – net als inwoners van die dorpen – dat zij onderdeel van Israël blijven (blijkbaar hebben Arabieren het nog niet zó slecht in Israël.)

Op dit punt is Gantz hem al tegemoet gekomen. ‘Geen Israëliër, Jood of Arabier, zal worden gedwongen van land te veranderen.’

Zo spelen de Arabieren van Odeh plots een sleutelrol in de komende verkiezingen. De kans is wellicht niet zo groot dat de Arabieren, voor het eerst in de korte geschiedenis van de Joodse staat, daadwerkelijk gaan meeregeren. Maar buitenspel staan zij toch ook niet.

‘Het enige democratische land in het Midden-Oosten’

Trouwe verdedigers van Israël wijzen er vaak op dat de Joodse staat ‘het enige democratische land in het Midden-Oosten’ is en alleen al daarom steun verdient. In andere – islamitische – landen in de regio zijn verkiezingen zelden vrij en hebben minderheden geen stem, noch zijn ze vertegenwoordigd. De Joden zijn er al lang geleden vertrokken, maar het is ook lastig voor te stellen dat zij in het parlement in Egypte of Irak een eigen partij kunnen hebben.

Uit Elsevier Weekblad van deze week: Israël wil het hele land aan het werk krijgen

Het is een redenering die soms een beetje sleets klinkt, zeker gezien de tot op heden geringe stem van de Arabieren in de Israëlische politiek. Maar komende week kan Ayman Odeh bewijzen dat het geen holle frase is.