Leo Kwarten

De wereld zal weinig merken van Palestijnse ‘diplomatieke intifada’

18 februari 2020

Mahmoud Abbas van de Palestijnse Autoriteit kondigde onlangs een ‘diplomatieke intifada’ aan, uit verzet tegen het vredesplan van de Amerikaanse president Donald Trump. Arabist Leo Kwarten is sceptisch. Hij gaf ooit een cursus aan Israëlische en Palestijnse diplomaten en zag hoe weinig de Palestijnse diplomatie voorstelt.

In de film Monty Python and the Holy Grail vecht de Britse koning Arthur met de Zwarte Ridder. Nadat hij hem de armen en benen heeft afgeslagen, vindt Arthur het welletjes en wil weggaan. ‘Wat, weglopen?’ roept de verontwaardigde Zwarte Ridder die inmiddels is gereduceerd tot een hoofd met romp. ‘Kom terug. Ik bijt je benen eraf!’

Leo Kwarten

Leo Kwarten is arabist en antropoloog. Als zelfstandig gevestigd adviseur werkt hij voor bedrijven die opereren in het Midden-Oosten. Daarnaast publiceert hij over politiek en religie in de regio.

Deze scene drong zich aan me op toen onlangs de Palestijnse president Abbas dreigde om de relaties op veiligheidsgebied met Israël en de VS te verbreken. Aanleiding is het vredesplan van Donald Trump. Zijn ‘deal van de eeuw’ pakt slecht uit voor de Palestijnen. Als een grote boze wolf blaast Trump alle heilige Palestijnse huisjes omver. Jeruzalem als Palestijnse hoofdstad? Een buitenwijk kun je krijgen, zegt Trump.

Abbas brult als de machteloze Zwarte Ridder. Zijn verkalkte Palestijnse Autoriteit, die uitblinkt in corruptie en nepotisme, boezemt niemand ontzag in. Zelfs een aantal Arabische landen gelooft niet langer dat er nog een rol voor Abbas is weggelegd in het vredesproces. Zo niet Nederland. De reactie van minister Stef Blok op Trumps plan was zuinig maar kordaat: ‘De enige stap vooruit is aan tafel gaan.’

In mijn workshop werd verschil tussen Israël en Palestijnen zichtbaar

Al jaren probeert Nederland in stilte om Israël en de Palestijnse Autoriteit nader tot elkaar te brengen. In dit verband werd ik ooit gebeld door een hoge ambtenaar in Den Haag. Of ik een workshop wilde geven aan een groep Israëlische en Palestijnse diplomaten. Ze waren op dat moment op uitnodiging in Nederland in het kader van confidence building. Ik vroeg hem waarover de workshop moest gaan. ‘Ach, vertel maar iets over de Israëlisch-Palestijnse kwestie,’ stelde hij laconiek voor.

Na overleg met een collega die ook was benaderd, besloot ik de ambtelijke suggestie naast me neer te leggen. Zo min mogelijk interactie leek ons de beste benadering om deze middag zonder kleerscheuren door te komen. Aldus bedachten we een oefening waarbij de Israëliërs een public relations-plan zouden opstellen voor de Palestijnen, en vice versa: een welgemeend advies aan hun opponenten over de manier waarop ze hun politieke standpunten het beste konden presenteren in de internationale media.

Israëlische diplomaten gingen druk aan de slag, Palestijnse niet

Wat vervolgens gebeurde was veelzeggend voor het Israëlisch-Palestijnse conflict. Nadat de oefening aan alle deelnemers was uitgelegd, maakten de Israëliërs zich zonder overleg meester van de enige beschikbare flip-over en posteerden ze zich pontificaal in het midden van de zaal. Nadat een van de Israëlische diplomaten was komen vragen hoeveel tijd ze voor de opdracht hadden, zette hij zijn stopwatch en brak er een luidruchtige discussie los in het Ivriet.

Intussen waren de tien Palestijnen de zaal uit gedrenteld alsof dat vanzelfsprekend was. Toen ik even later ging kijken waar ze waren gebleven, trof ik vier vrouwen aan op de gang. Ze babbelden wat over familie. ‘Wat was de opdracht ook al weer, wilden ze weten. Drie mannen trof ik buiten op de stoep. Ze stonden te roken en dachten dat er pauze was. De rest was spoorloos verdwenen in het gebouw. Ze waren op zoek naar de administratie, omdat er iets mis zou zijn met hun reiskostendeclaratie.

Na afloop van hun beraadslagingen presenteerden de Israëliërs een gelikt plan waarmee de Palestijnen de internationale media konden bestormen, compleet met stroomdiagram en voetnoten. De Palestijnen, althans degenen die de zaal hadden teruggevonden, waren niet verder gekomen dan het woord ‘plan’ op een vel papier te schrijven. Niemand van hen kon of wilde uitleggen wat het ‘plan’ precies inhield. Een ongemakkelijke stilte volgde. De Israëliërs keken alsof ze in een sketch van Monty Python waren beland.

Palestijnse deelnemers waren helemaal geen diplomaten

Lees ook dit commentaar van Robbert de Witt: Voortdurend ‘nee’ tegen vredesplannen leverde Palestijnen niets op

Eigenlijk verbaasde het me niets. Een praatje met de rokers op de stoep had me geleerd dat de meeste Palestijnse deelnemers helemaal geen diplomaten waren. Ze hadden hun naam op de lijst laten zetten door bevriende contacten bij de Palestijnse Autoriteit. Ze beschouwden dit als een leuk betaald reisje naar Nederland. Sommige ‘diplomaten’ hadden hier familie wonen die ze mooi even konden opzoeken.

Onlangs lieten medewerkers van Abbas lieten weten dat de Palestijnse president een ‘diplomatieke intifada’ overweegt in antwoord op het vredesplan van Trump. Iets zegt mij dat de wereld daar heel weinig van zal merken.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.