Constanteyn Roelofs

Hoe radicaal-rechts klimaatdebat kan kapen

Door Constanteyn Roelofs - 19 februari 2020

Heeft links het alleenrecht op liefde voor milieu en klimaat? Allerminst, schrijft Constanteyn Roelofs. Radicaal-rechtse stromingen waren juist al vroeg begaan met de natuur. En die zouden er wel eens mee aan de haal kunnen gaan via avocadopolitiek: groen van buiten, bruin van binnen.

Als u geen zin hebt om de film 1917  te bekijken maar toch wilt genieten van de horror van een loopgravenoorlog, dan is er altijd nog het klimaatdebat. Het is duidelijk waar de lijnen lopen: links is voor windmolens, rechts is voor harder rijden op de snelweg. Gas los, gas geven. Toch is die koppeling niet zo vanzelfsprekend als die op het eerste gezicht lijkt.

Rechts-radicale bewegingen waren aanvankelijk juist gericht op natuur

Constanteyn Roelofs

Constanteyn Roelofs verkent wekelijks de tragikomische tegenstelling en tegenstrijdigheden in economie en maatschappij.

Sterker nog, als je naar de ideeëngeschiedenis van de wat meer rechts-radicale stromingen kijkt, dan valt juist op hoezeer de opkomst van rechts-radicale bewegingen vergezeld ging van een pril besef dat niet alleen volk en vaderland bescherming verdienen, maar de natuur van het vaderland evengoed. Geen Blut zonder Boden.

Rechts ecologisme kent een lange voorgeschiedenis. In een onderzoek naar de ecologische wortels van fascisme, uitgevoerd door Nils Gilman (1971), specialist in intellectual history, blijkt dat het vroege Duitse fascisme doordesemd was van de ecologische gedachte. Geïnspireerd door schrijvers als Ernst Haeckel werden er verregaande milieumaatregelen afgekondigd in het Derde Rijk en was het voor de Jugend erg belangrijk om het Arische gevoel te cultiveren door in Wandervogel-clubjes door de natuur te banjeren.

Scheiding opper- en ondermensen in radicaal-rechtse natuurvisie

Ook is er een diepe verbintenis tussen een post-darwinistische natuurvisie en rechtse politiek: zou het superieure ras niet moeten heersen over de aarde en een paradijs moeten scheppen van beheerste natuur, zonder lelijke, kwistige Untermenschen?

Rond de opkomst van de ecologische gedachte hangt een sfeer van eugenetica en denken in opper- en ondermensen, waarbij de oppermensen vanzelfsprekend ook heersen over in reservaten verdeelde natuur Gilman legt overtuigend het verband tussen de opkomst van de nationale parken en de eugenetische beweging.

Lees ook de column van Geerten Waling: Paniekzaaier Bregman verdient Eisinga

Nu lijkt deze geschiedenis tamelijk irrelevant omdat de Spießburger de verworven privileges van auto en biefstuk niet snel zal opgeven de populisten richten hun propaganda juist op het feit dat alle pleziertjes (BMW’s, rookworsten, moorkoppen) worden afgepakt. Is daarmee het gevaar van ecologisch-eugenetisch bruinrechts geweken?

Gilman vreest van niet en claimt juist dat de we-gaan-er-allemaal-aan-retoriek van de Bregmannetjes meer kwaad doet dan goed: volgens hem slaat existentiële klimaatangst (de angst voor echte tsunami’s) makkelijk om naar angst voor tsunami’s van buitenlanders, met uitsluiting, dichte grenzen en pogroms tot gevolg.

Linkse milieubeweging wordt slachtoffer van zijn eigen succes

Zo wordt de linkse milieubeweging, niet vies van retoriek vaneen totale oorlog en een permanente staat van bedreiging, zomaar slachtoffer van het eigen succes. Na meer dan honderd jaar promotie van natuurbeleving, afval scheiden en apocalyptische doembeelden van stijgende zeespiegels is de bevolking aardig lekker gemaakt voor de apocalyps en het is zeker niet gezegd dat de beleidsmatige reactie daarop langs linkse loopgraven gaat verlopen.

Praktische ecologische argumenten zijn er immers genoeg voor de bruine politiek: de polder niet meer volbouwen om de migratie te herbergen, van de olie af om de moslims in de Golf hun petrodollars te ontzeggen en de stedelijke onderklasse met een migratieachtergrond de broodjes kebab en scooters ontnemen ecologische argumenten zijn prima te gebruiken om de witte middenklasse te beschermen tegen de migratiegevaren van onderaf.

Lees ook deze column van Constanteyn Roelofs terug: Alleen groen-rechts kan ons redden van utopisten met messiascomplex

Naar het voorbeeld van de watermeloenpolitiek van de jaren zeventig (groen van buiten, rood van binnen: denk GroenLinks) is er nu dus ook de avocadopolitiek: groen van buiten, bruin van binnen. De avocadorevolutie zal volgens Gilman niet komen van de avocado-etende millennial-meisjes uit de hoek van Jesse Klaver, maar van de politieke opportunisten die de koppeling gaan maken tussen de 21ste variant van raciale hygiëne en groene maatregelen, om zo de tamelijk diep ingeprente patronen van natuurbehoud in de witte middenklasse (die nog steeds graag wandelt wanneer zag u voor het laatst een Marokkaan op het Pieterpad?) te gebruiken als stok om de multiculturele samenleving af te breken. De volgende Thierry Baudet zou dus zomaar een vegetarische Wandervogel kunnen zijn.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.