Constanteyn Roelofs

De taal van corona: gebarentaal

25 maart 2020

Constanteyn Roelofs vraagt zich af: wat valt er nog te zeggen over de pandemie? En vooral: hoe? In welke bewoordingen? Als woorden tekortschieten, hebben we in elk geval de gebarentaal. Dankzij tolk Irma Sluis kan heel Nederland die leren.

Bij het zien van de slagvelden op de intensive care, de overvolle mortuaria en de verlaten straten schieten woorden tekort. Toch ontwikkelen en importeren we op het moment dat u dit leest een eigen vocabulaire voor de pandemie: we ‘preppen’ voor de lockdown, verbazen ons over ‘hoesthufters’ en zorgen voor onze ‘risicogroepers’. ‘Kantorend Nederland’ moet ineens wennen aan nieuw jargon: we gaan allemaal een call in, doen een Zoom huddle en trekken de bila over de Skype. Ook hier maagdelijk terrein wat betreft nieuwe mores: mag je videobellen in je nette werkpyjama? Hoe heet je mensen welkom in een videoconferentie en laat je beleefd merken dat je wat in te brengen hebt?

Gebarentaal-idioom voor ‘hamsteren’ van tolk Irma Sluis ging viraal

Lees ook dit stuk uit het weekblad: Indammen en mitigeren. De taal van het coronavirus

De wonderlijkste taalkundige verrijking ligt trouwens misschien helemaal niet in het domein van het Nederlands, maar in de gebarentaal. Tolk Nederlandse Gebarentaal Irma Sluis heeft een prominente plaats bij de persconferenties van de overheid. Heel Nederland mocht via Sluis kennismaken met het gebarentaal-idioom voor ‘hamsteren’. Het geestige gifje werd breed gedeeld.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

Dat er tegenwoordig een gebarentolk aanwezig is, lijkt misschien een gevalletje doorgeschoten politieke correctheid, maar enig googelen leert dat het allerminst een overbodige luxe is: er zijn tienduizenden doven in Nederland en naar schatting is 10 procent van de Nederlanders slechthorend, voornamelijk in de corona-risicogroep: ouderen. Dat zijn gigantische aantallen. Daarnaast lijkt het op het oog alsof zo’n tolk niets anders biedt dan een soort actieve ondertiteling, maar niets is minder waar. Gebarentaal is niet zomaar een uitgebeelde versie van een gesproken brontaal, maar een eigen, aparte taal — en dus de moedertaal van doven en slechthorenden.

Er zijn aanwijzingen dat gebarentaal zeer diep in onze evolutionaire primatenbiologie ligt verankerd. Zo draaiden de meeste pogingen om chimpansees en gorilla’s BBC-Engels te leren op niets uit, maar kunnen we kennelijk best een aardig gesprek met onze harige neefjes tot stand brengen in gebarentaal. Wie ooit in een ver buitenland een taxi of een bord soep heeft geregeld zonder een gemeenschappelijke gesproken taal, weet dat ‘met handen en voeten’ een hoop op te lossen is. Over de plaats van gebaren en mimiek in het uiterst serieuze domein van de humor valt ook voldoende te schrijven, maar wie bekend is met onderstaande sketch van Mr. Bean weet genoeg.

Lees verder onder de video

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

We spreken dus allemaal eigenlijk een soort van gebarentaal, zij het in de meeste gevallen intuïtief, ongestructureerd en onderontwikkeld — vandaar dat we allemaal, bewust of onbewust, proberen te begrijpen wat die druk gebarende mevrouw ons probeert te vertellen.

Nee politiek correcte farizeeërs, lachen om gebarentaal is niet kwetsend

Het hamstergifje was voor de droogstoppels van Twitterlinks aanleiding om weer eens lekker uit de slof te schieten: om zoiets mogen we niet lachen, want gebarentaal is een echte taal en als u erom lacht, is dat kwetsend voor de doven en de gebruikers van die taal. Dat lijkt mij een misvatting. Als gebarentaal een eigen taal is, dan zit er in die taal precies ook wat taal nu taal maakt: (onbedoelde) humor. Omdat we dus allemaal wel een beetje rudimentair wat kunnen met gebarentaal, snappen we wat er wordt bedoeld en floepen alle humorcircuits aan als iemand grappig en helder iets als hamsteren uitbeeldt. Dat heeft niets te maken met dove mensen stom vinden. Als gebarentaal een echte taal is, gaan bepaalde uitspraken net zo viraal (ja, sorry) als wanneer mensen ineens grappige uitspraken of maniertjes overnemen — wat de farizeeërs van de politieke correctheid daar ook van vinden.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

Corona verandert onze verbale en non-verbale communicatie ingrijpend. Videobellen als primair communicatiemiddel in de werksfeer verandert onze manier van communiceren, we moeten met gevouwen handjes, zwaaitjes, buiginkjes en meer van dat soort gedoe het ‘gemis’ aan handen schudden en driemaal kussen opvangen. En van Irma Sluis leren we steeds meer gebarentaal — we kunnen nu allemaal tegen iemand met 48 pleerollen in het boodschappenwagentje gebaren dat hamsteren niet de bedoeling is: vingerwapper, klauw klauw!

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.