Marijn Jongsma

Geen renteverlaging ECB: een terecht besluit

12 maart 2020

Verrassing: de Europese Centrale Bank (ECB) heeft de beleidsrente niet verlaagd. Een teleurstelling voor financiële markten, maar een terecht besluit, schrijft Marijn Jongsma. Een nóg lagere beleidsrente is niet de manier om de coronacrisis te bezweren.

Weliswaar voert de centrale bank het opkoopprogramma iets meer op, maar van een ‘bazooka’ is geen sprake. Het is terecht dat Frankfurt de druk om het gaspedaal heel diep in te trappen heeft weerstaan. Vlak voor de ECB-vergadering stond de Nederlandse tienjaarsrente al op -0,6 procent, de Duitse zelfs op -0,8 procent. De coronacrisis heeft opnieuw voor een dalende trend gezorgd, en dat vanaf een niveau dat al heel laag was.

Marijn Jongsma (1969) is economisch redacteur bij Elsevier Weekblad. Hij blogt wekelijks op donderdag over financieel- en macro-economische onderwerpen.

Veilige havens

In tijden van crisis zoeken beleggers veiligheid. Voor een particulier is dat een bankrekening. Dankzij het zogeheten depositogarantiestelsel is het geld op die rekening tot 100.000 euro gegarandeerd veilig. Maar een pensioenfonds dat miljarden beheert heeft daar niets aan. Dat verkleint de risico’s door staatsobligaties uit veilige landen te kopen: de kans dat die deze leningen niet zullen terugbetalen, is vrijwel nul. Fondsen die wisselkoersrisico willen vermijden, komen in de eurozone uit bij landen als Duitsland en Nederland.

Die vraag naar bovenstaande ‘veilige havens’ was ook voor de coronacrisis al groot. Pensioenfondsen worden door de toezichthouder verplicht om een groot deel van hun vermogen te stoppen in langlopende, risicovrije staatsleningen, ook als de aandelenbeurzen het wel prima doen. Dat betekent minder risico, maar ook minder rendement. De fondsen zelf klagen al enige tijd dat ze door deze regelgeving miljarden mislopen.

Opkopen ECB

En dan is er nog de Europese Centrale Bank (ECB) die maandelijks voor 20 miljard euro aan obligaties koopt.  Door de (lange) rente te drukken, kunnen bedrijven en consumenten goedkoper geld lenen en dus meer consumeren en investeren, zo is de gedachte. Daardoor trekt de bedrijvigheid aan en loopt de inflatie op naar het doel van bijna 2 procent – in theorie althans. In de praktijk blijkt het wapen redelijk bot.

Lees ook het coververhaal van deze week

Hoe bang moeten we zijn voor coronavirus?

Sinds begin 2015 heeft ‘Frankfurt’ voor ruim 2.700 miljard euro aan obligaties opgekocht, het merendeel is staatsobligaties. Donderdag 12 maart werd bekend dat dit programma zelfs wat wordt opgevoerd, met een extra 120 miljard euro in 2020. Dit zal wel meer gericht zijn op de opkoop van bedrijfsobligaties. Volgens berekeningen van de ECB zelf hebben alle genomen maatregelen de rente in de eurozone met 1,6 procentpunt extra verlaagd.

Beperkt aanbod

Er is dus sprake van een kunstmatig hoge vraag naar staatsobligaties, afkomstig van de centrale bank dan wel afgedwongen door toezichthouders. Tegelijkertijd is het aanbod van de veiligste exemplaren in de eurozone beperkt.

De zwakke broeder van de muntunie, Italië, heeft een begrotingstekort, waardoor er voortdurend Italiaanse staatsobligaties bijkomen. Maar Duitsland en Nederland hebben juist een overschot op de begroting, waardoor de staatsschuld daalt en er dus steeds minder staatsobligaties op de markt zijn.

In de zomer van 2019 berekende de Britse vermogensbeheerder LGIM dat de Duitse overheidsschuld rond 2035 ‘vrijwel is verdampt’ als percentage van het nationaal inkomen, als de rente laag blijft terwijl de economische groei en het begrotingsoverschot zich in lijn met de afgelopen tien jaar ontwikkelen. Voor Nederland valt dezelfde rekensom te maken.

Voor grote beleggers is zo’n scenario slecht nieuws. Ze moeten beleggen in een schaars goed, met als gevolg dat ze niet langer betaald krijgen, maar zelfs minder terugkrijgen dan de inleg: een negatieve rente. Om te voorkomen dat veilige staatsobligaties opraken, kan het dus geen kwaad als Nederland en Duitsland wat meer schulden maken.

Hoge risicopremie

Dat zal ook zeker gebeuren, om de gevolgen van de coronacrisis op te vangen. Maar tegelijkertijd groeit ook de vraag naar veilige beleggingen. De rente blijft dus laag. Maar niet voor iedereen. Bedrijven die het slachtoffer dreigen te worden van de coronacrisis zullen straks juist een hogere rente gaan betalen, of komen helemaal niet meer aan een lening. In vaktermen: de rente op staatsleningen mag dan wel dalen, maar bedrijven betalen in tijden van onzekerheid een hoge risicopremie.

Lees het commentaar van Marijn Jongsma: Coronavirus legt structurele zwakte eurozone bloot

De ECB probeert dit te verzachten door banken tijdelijk toe te staan minder hoge kapitaalbuffers aan te houden. Daarnaast kunnen ze tegen -0,75 procent in Frankfurt geld lenen voor het financieren van kleinere ondernemingen die door het virus zijn getroffen.

Dat zijn maatregelen die meer gericht zijn dan een symbolische renteverlaging. Of het genoeg is, blijft de vraag. De ECB zal deze crisis niet alleen kunnen bezweren. Het garanderen van bedrijfsleningen door overheden, zoals het kabinet nu onderzoekt, zal ook nodig zijn om te voorkomen dat ondernemingen omvallen door een virus dat niet behoort tot het gewone bedrijfsrisico.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.