Gerry van der List

Laten we elkaar geen pandemietje noemen: humor in crisistijd

30 maart 2020

Op sociale media worden veel grappen gemaakt over Youp van ’t Hek, Buckler en corona, schrijft Gerry van der List. Maar humoristen op televisie houden zich in deze moeilijke periode veelal in. Vrij vervelend wordt het als zij zich, zoals Arjen Lubach, vooral als dominee manifesteren.

Het behoort zeker niet tot de grootste rampen die de mensheid momenteel treffen, maar de talkshows moeten het voorlopig zonder publiek in de studio stellen. Dit blijkt vooral onhandig voor de programma’s die het van de gulle lach moeten hebben. Als René van der Gijp in Veronica Inside vertelt dat hij het thuis best naar zijn zin heeft en dat virologen van de televisie moeten worden verbannen, stijgt normaliter luid geschater op. Zonder publieke bijval klinkt het vooral dommig.

Elsevier Weekblad-redacteur Gerry van der List zit graag en vaak voor de tv. Wekelijks doet hij verslag van zijn kijkervaringen.

Commercieel gezien valt te begrijpen dat John de Mol de duurbetaalde voetbalanalisten ook hun gang laat gaan als er nergens meer een bal rolt. Zo veel programma’s die goed scoren, heeft hij niet.  Maar het wordt toch wat gênant als Johan Derksen en co een heel programma vullen met commentaar op zaken waar ze geen verstand van hebben.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

Op televisie ontbreken sick jokes nagenoeg

Humoristen worstelen ook met de vraag hoever ze kunnen gaan met grappen in een nare tijd. Op sociale media valt van terughoudendheid niets te bespeuren. Het morele besef is daar niet zo groot. Je kunt daar zelfs leuk doen over Dodenherdenking en de ‘mooie ovens’ van Adolf Hitler en daarna gewoon door een politieke partij naar voren worden geschoven als gemeenteraadslid, lid van de Provinciale Staten én senator.

Zo was er op Twitter een hoop leedvermaak over de door het heersende virus getroffen Youp van ’t Hek. De cabaretier had Buckler klein gekregen, maar was geveld door corona. Haha, dat was nog eens lachen. Op televisie ontbreken dergelijke sick jokes nagenoeg.

Arjen Lubach mist duidelijk de lachers in de zaal

Het siert lolbroeken wellicht als ze zich nu wat voorzichtiger en ernstiger tonen dan gewoonlijk. Maar je kunt ook overdrijven natuurlijk. Zoals Arjen Lubach doet. De VPRO-coryfee mist overduidelijk de hem goed gezinde lachers in Theater Bellevue in Amsterdam. Na de met zijn schrille stemmetje gemaakte woordspelingen valt nu steeds een dodelijke stilte.

‘Laten we elkaar geen pandemietje noemen’ kan dan nog wel tot enig gegrinnik thuis op de bank leiden. Maar als Geert Wilders heeft gezegd dat de garen rijp zijn en Lubach merkt vervolgens op dat garen niet meer in supermarkten verkrijgbaar zijn, neemt de neiging tot zappen wel erg sterk toe.

Aan gepreek bestaat in Nederland geen gebrek

Vervelender wordt het nog als de komiek zich als dominee gaat manifesteren. Gisteren hekelde Lubach bijvoorbeeld uitgebreid de overheidscommunicatie over corona, die al herhaaldelijk was gekritiseerd. En de week ervoor herhaalde hij eindeloos de boodschap dat je anderhalve meter afstand moet houden. Nu is dat wel wijze raad, maar die hoor je zo vaak. Aan gepreek geen gebrek in Nederland.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

Lubach kan wellicht eens naar Stardust Memories kijken. In deze film vraagt Woody Allen of hij in plaats van films maken niet blinden moet gaan helpen of missionaris worden. Het antwoord luidt dat hij de mensheid beter op een andere manier een dienst kan bewijzen: ‘Tell funnier jokes.’ Leukere grappen, daar bestaat ook bij de televisiekijker behoefte aan.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.