Roelof Bouwman Premium Corner

Premiers als crisismanagers: meestal geen succes

17 maart 2020

De coronacrisis is de ultieme test voor de leiderschapskwaliteiten van premier Mark Rutte. Veel van zijn voorgangers bleken slecht tegen rampen bestand, schrijft Roelof Bouwman.

Hoewel Nederland, als klein land, het voordeel heeft dat erge dingen meestal elders gebeuren, zijn we helaas niet altijd van groot onheil gevrijwaard – de coronacrisis bewijst het. Van premiers verwachten we dat ze in zulke situaties de regie in handen nemen. Het is de ultieme test voor hun leiderschapskwaliteiten.

Hoe brengen onze premiers het er in de praktijk vanaf? De laatste keer dat een Nederlandse minister-president met een disruptieve crisis werd geconfronteerd was in 2002. Op 6 mei van dat jaar werd Pim Fortuyn doodgeschoten in het Hilversumse Media Park. Zijn LPF stond op het punt met overmacht de Tweede Kamerverkiezingen te gaan winnen. Het was de eerste politieke moord in de moderne geschiedenis van Nederland.

Roelof Bouwman is historicus en journalist. Hij schrijft wekelijks over politiek, geschiedenis en media.

Kok was alles behalve ‘in control’

‘Ik ben echt kapot over wat hier vandaag, in dit land, is gebeurd,’ sprak premier Wim Kok twee uur later. ‘Het is diep tragisch, voor de nabestaanden, voor allen die hem dierbaar waren, zijn naasten. Het is ook diep tragisch voor ons land en voor onze democratische rechtsstaat. We weten natuurlijk niet wat de motieven van de dader waren. We weten ook niet of de dader al is aangehouden, of er aanwijzingen zijn. Ik kan daar ook niet in treden. Maar dat alles schiet natuurlijk door je kop op een moment, zoals nu, dat dat nieuws tot je komt.’

De rechtstreeks uitgezonden beelden zeiden nog meer dan de slecht gekozen beeldspraak. Kok (63) oogde opeens veel ouder dan zijn leeftijd en leek alles behalve in control. Zijn Partij van de Arbeid leed negen dagen later een historische verkiezingsnederlaag: min 22 zetels. Sociaal-democratische premiers zijn er sindsdien niet meer geweest.

Molukse gijzelingen

Koks partijgenoot Joop den Uyl kreeg in 1977 – eveneens vlak voor Tweede Kamerverkiezingen – te maken met terreuracties van Molukse jongeren. Ze kaapten voorbij Assen een trein met 54 passagiers aan boord en gijzelden in Bovensmilde 105 kinderen en zes onderwijzers van een lagere school.

Na ruim twee weken viel het besluit de treinkaping met geweld te laten beëindigen. Premier Den Uyl maakte in die dagen geen al te sterke indruk op zijn collega-ministers.

‘Den Uyl wilde onderhandelen tot Sint Juttemis,’ herinnerde vice-premier Dries van Agt zich later. ‘Hij schrok zeer terug voor de beslissing tot gewelddadig ingrijpen. Hij vond de risico’s te groot. Dat is een dramatische discussie geweest. Joop den Uyl was helemaal in tranen.’

Laden…

Word abonnee en lees direct verder

Al vanaf 8 euro per maand leest u onbeperkt alle edities en artikelen van Elsevier Weekblad. Bekijk onze abonnementen.

Verder lezen?

U hebt momenteel geen geldig abonnement. Wilt u onbeperkt alle artikelen en edities van Elsevier Weekblad blijven lezen? Bekijk dan onze abonnementen.

Word abonnee

Er ging iets fout

Uw sessie is verlopen

Wilt u opnieuw

Premium Corner
Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.