Marijn Jongsma

Economische krimp: het drama achter de cijfers

21 mei 2020

Hoe erg is die coronacrisis nou eigenlijk economisch gezien? We kunnen best met wat minder toe. Deze demonstratie van ‘niet-materialistisch denken’ doet het goed op zoomborrels. Maar er gaat een grote denkfout achter schuil, schrijft Marijn Jongsma.

Halverwege juni komt het Centraal Planbureau (CPB) met nieuwe groeiramingen voor de Nederlandse economie. Tot die tijd moeten we het doen met die van het Internationaal Monetair Fonds (‘The Great Lockdown’) of de vier mogelijke scenario’s die het CPB eind maart schetste.

Marijn Jongsma

Marijn Jongsma (1969) is economisch redacteur bij Elsevier Weekblad. Hij blogt wekelijks op donderdag over financieel- en macro-economische onderwerpen

Laten we het somberste scenario eens nemen

Laten we van dat viertal eens het somberste nemen: de beperkende maatregelen duren een jaar, en de coronacrisis slaat over naar de financiële sector. Dit scenario lijkt ver weg nu we de lockdown juist afbouwen, maar kan weer in beeld komen als het aantal nieuwe besmettingen weer sneller toeneemt en het kabinet op de rem moet trappen.

Volgens het CPB krimpt het nationaal inkomen (gemeten als Bruto Binnenlands Product of wel BBP) dan met 7,3 procent in 2020, en nog eens 2,7 procent in 2021. In 2019 bedroeg het Nederlandse nationale inkomen 812 miljard euro. De coronacrisis zou leiden tot een BBP van 753 miljard euro dit jaar, en 732 miljard euro  in 2021. Dat is niet eens zo ver onder het niveau van 2017 (738 miljard euro).

Terug naar 2017

Wacht even. We beleven de grootste crisis sinds de depressie, maar verdienen samen nauwelijks minder dan  in 2017! Dat was toch niet zo’n rampjaar? Dat was het zeker niet, maar bovenstaand rekensommetje heeft weinig waarde.

Om te beginnen is de schade groter dan de krimp alleen. Zonder de coronacrisis was de economie in 2020 nog met 1,3 procent gegroeid, zo schatte het CPB in december in. We lopen dus ook groei mis, al zullen we nooit weten hoeveel precies. Niet alleen in 2020, maar ook in 2021.

Het herstel zal zeker spectaculairdere cijfers laten zien dan we de afgelopen jaren gewend zijn, maar wel met een lager niveau als startpunt. Als je inkomen van 100 met 10 procent daalt tot 90, dan brengt een procentueel gelijke stijging van 10 procent je inkomen terug naar 99.

Steeds meer inwoners

Het kan dus een tijdje duren voordat het nationaal inkomen weer op het niveau zit waar het zonder de coronacrisis was geweest.

Tegelijkertijd neemt de Nederlandse bevolking nogal altijd fors toe (het aantal inwoners steeg vorig jaar met 132.000), al lijken de eerdere prognoses daarover nu ook op losse schroeven te staan. Een stevig deel van de bevolkingstoename betreft arbeidsmigranten, een deel daarvan zal afhaken als er minder werk is.

Hoe dan ook: zolang de bevolking groeit is het wel zo fijn om wat extra geld te verdelen hebben. Krimp en bevolkingstoename betekenen samen een nóg hardere daling van het inkomen per hoofd van de bevolking.

Drama achter de cijfers

Het belangrijkste bezwaar tegen de ‘we kunnen best met wat minder toe’-doctrine is dat het een totale miskenning is van het drama dat achter economische krimp schuilgaat. Het is natuurlijk niet zo dat we allemaal paar procent van ons loon inleveren in ruil voor rust, om de schade later weer in te halen. Was het maar zo. Sommigen van ons merken in financiële zin helemaal niets, anderen verliezen hun baan en zien hun koopkracht met misschien wel tientallen procenten dalen.

Economische neergang is nooit gelijk verdeeld. Nederland is dan nog een rijk land dat een sociaal vangnet kan spannen, elders ter wereld groeit de armoede en daarmee het risico op sociale spanningen – hetgeen de crisis nog eens kan verergeren.

Mensen die hun baan kwijtraken zouden maar wat graag teruggaan naar 2017. Voor hen was dat inderdaad geen rampjaar, maar 2020 wellicht wel.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.