Leo Kwarten

Goedschiks of kwaadschiks, uiteindelijk springen we allemaal

26 mei 2020

Van dik hout zaagt men planken. Zo zou je het Saudische coronabeleid kunnen omschrijven. Een heel ander beleid dan Nederlanders kennen. Naast draconische lockdowns en boetes vanaf 2.500 euro of een celstraf voor burgers die de afstandsregels negeren, vallen vooral de economische noodmaatregelen op, schrijft Leo Kwarten.

Per 1 juli wordt de btw in één keer verdriedubbeld. De vaste woonkostenvergoeding voor ambtenaren (245 euro per maand) wordt opgeschort. Let wel, 80 procent van de Saudiërs werkt bij de overheid. Werkgevers die hun werknemers minder uren laten werken, hoeven die uren niet uit te betalen. Althans, dat geldt voor Saudiërs. Buitenlanders kon je altijd al gewoon op straat zetten. Dit beleid wordt gemaakt zonder inspraak.

Leo Kwarten

Leo Kwarten is arabist en antropoloog. Als zelfstandig gevestigd adviseur werkt hij voor bedrijven die opereren in het Midden-Oosten. Daarnaast publiceert hij over politiek en religie in de regio.

Verschil met Nederland

Hoe anders gaan we te werk in Nederland. Hier discussiëren we over ontslagboetes en vangnetten voor brodeloos geraakte zzp’ers. Hier komt de premier op televisie uitleggen welke maatregelen nodig zijn. Daarbij doet hij een beroep op de burger om zijn verantwoordelijkheid te nemen en met creatieve oplossingen te komen.

In Nederland dwingen we liever geen gewenst gedrag af maar stimuleren we betrokkenheid. Klinkt mooi, maar presteren democratieën ook beter dan autocratieën? Als je de officiële statistieken mag geloven is Saudi-Arabië de voorlopige winnaar: 97 procent minder coronadoden dan wij.

Zou de Saudische aanpak werken in Nederland? Een hypothetische vraag, zult u wellicht zeggen. Maar zo hypothetisch is dat ook weer niet als je bedenkt dat de Saudiërs de afgelopen jaren vele bedrijven in het Westen hebben gekocht, ook in Nederland. En je kunt het de nieuwe eigenaren niet kwalijk nemen dat ze hun hiërarchische bedrijfscultuur meebrengen. Felle botsingen zijn het gevolg. Zo stond ik ooit in het Amstel Hotel als adviseur tegenover een gemengd Saudisch-Nederlands managementteam. Dat wil zeggen, de Nederlanders zaten rechts en de Saudiërs links. Niemand sprak. Iedereen keek boos.

Wat was er gebeurd? Na de Saudische overname van het Nederlandse bedrijf had de financiële afdeling in Nederland zich gestort op de samenstelling van de jaarcijfers. De Saudiërs waren ontevreden over het resultaat. ‘Jullie hadden onze procedures moeten volgen,’ zeiden ze. ‘Die hebben we gezien,’ zeiden de Nederlanders, ‘maar die zijn omslachtig. Wij hebben een efficiëntere werkwijze. We leggen het jullie wel even uit.’

De Saudiërs: ‘Hoor eens, dit is een overname, geen joint venture. Dus als wij zeggen “jump”, dan is het “jump”.’ ‘O, gaan we op die toer,’ zeiden de Nederlanders en zetten de hakken in het veen.

Teambuilding in de Ardennen

Er moest iets gebeuren. Aldus meldden de gebrouilleerde managers zich twee maanden later bij een bedrijf in de Belgische Ardennen dat outdoor teambuilding-trainingen geeft. De Saudiërs traden aan in gloednieuwe trainingspakken volgens de laatste mode. De Nederlanders hadden nog iets op zolder gevonden. Na het obligate vlotten bouwen aan de Ourthe stond de groep aan het einde van de tweede dag aan de rand van een gapende afgrond. ‘Morgen gaan we abseilen,’ kondigde de trainer opgetogen aan. ‘Beide groepen moeten drie kandidaten presenteren. Wie dat zijn, moeten jullie zelf bepalen.’

Na het diner trokken de Nederlanders zich terug om tijdens een langdurige poldersessie de geschikte kandidaten te selecteren. Dat ging met een ernst alsof de dijken zojuist waren doorgebroken. De Saudiërs daarentegen installeerden zich  op het terras met de waterpijpen die vanuit Riaad hadden meegenomen. Ze bekwaamden zich in de kunst van wat in het Arabisch musamara heet: de avond vullen met levendige conversatie. Het onderwerp abseilen werd angstvallig vermeden. Niemand durfde. Trouwens, de baas was er toch niet. Die zat op zijn kamer te bellen. Want dat doen Saudische bazen nu eenmaal.

De baas springt

De volgende ochtend, oog in oog met de afgrond, presenteerden de Nederlanders hun kandidaten: twee vrouwen en een man. Toen de Saudiërs aan de beurt waren, stapte de baas naar voren. ‘Ik ga als eerste naar beneden,’ zei hij, ‘en dan ga jij, en dan jij,’ wees hij op twee van zijn ondergeschikten. De mannen stonden als aan de grond genageld van angst, alsof het oordeels Gods nakende was. Maar geen woord van protest: als de baas zegt ‘jump’ dan is het ‘jump’. Even later klonken uit het ravijn Arabische gebeden, terwijl een Nederlandse vrouwenstem riep: ‘Easy, Saleh. Komt goed.’ Teambuilding dus.

Wat is de moraal van dit verhaal? Welnu, er leiden meer wegen naar Riaad. Of naar Amsterdam, zo u wilt. En goedschiks of kwaadschiks, uiteindelijk springen we allemaal.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.