Leo Kwarten

Het vergeten sultanaat Mahra is ineens ‘hot’

12 mei 2020

Eeuwenlang was Mahra een onafhankelijk sultanaat met wierook en mirre als belangrijke exportproducten. De provincie in Jemen staat nu opnieuw in de belangstelling door de burgeroorlog in het land. Saudi-Arabië, Oman en de Verenigde Arabische Emirates willen in Mahra invloed krijgen, schrijft Leo Kwarten die met de sultan sprak.

Sjeik Abdullah bin Issa Al Afrar ziet er misschien niet uit als een sultan, maar hij is er wel een. De sultan van Mahra om precies te zijn. Het decor van onze ontmoeting is weinig toepasselijk. Geen lemen paleis omgord door ruisende klapperbomen, maar de steriele eetzaal van het Grand Millennium Hotel in de Omaanse hoofdstad Muscat.

Terwijl ik me door een bord sla van het verpieterde buffet ploeg, zit sjeik Abdullah, een vijftiger, zwijgend te tappen op zijn smartphone. ‘Eerst eten,’ heeft hij gezegd. ‘Dan gaan we praten.’ Ook al kan de sultan me niet ontvangen in zijn paleis, tradities dienen in stand te worden gehouden.

Roemruchte geschiedenis

Leo Kwarten

Leo Kwarten is arabist en antropoloog. Als zelfstandig gevestigd adviseur werkt hij voor bedrijven die opereren in het Midden-Oosten. Daarnaast publiceert hij over politiek en religie in de regio.

Wacht even, waarvan is sjeik Abdullah precies de sultan ?

Nou, van Mahra dus. Mahra is tegenwoordig een provincie in Jemen. Het is een bergachtig gebied dat grenst aan Oman in het oosten, Saudi-Arabië in het noorden en de Arabische Zee in het zuiden. De 500.000 inwoners spreken Mahri, een Zuid-Arabische taal.

Eeuwenlang was Mahra een onafhankelijk sultanaat met wierook en mirre als belangrijke exportproducten. En natuurlijk de Mahri-kameel, die bij militaire expedities zo succesvol bleek dat het Franse koloniale leger in Noord-Afrika zelfs een Méhariste-kamelencorps oprichtte.

‘Vergeet Socotra niet,’ zegt de sultan als ik uitgegeten ben. ‘Dat hoort er ook bij.’

Ach ja, Socotra. Een paradijselijk eiland, 300 kilometer uit de Zuid-Jemenitische kust. Met een unieke flora waarvan de drakenboom, die de vorm heeft van een reusachtige broccoli, het bekendst is. Op Socotra wonen ook nog eens 60.000 onderdanen.

Postzegelstaatjes afgeschaft

In 1862 leverde een voorouder van sjeik Abdullah een deel van de soevereiniteit over Mahra en Socotra in toen hij een protectieverdrag tekende met de Britten. Om de handelsroute naar Brits-Indië te beschermen hadden zij zich gevestigd in de havenstad Aden en het achterland. Zuid-Jemen was indertijd een lappendeken van trotse sultanaatjes met namen als Kathiri en Qu’aiti. Als kind verzamelde ik postzegels van die staatjes. Op sommige stond een hoofd met een tulband, op andere de Mona Lisa. Maar hoe ik ook zocht in de Bosatlas, ik kon Mahra nooit vinden.

Toen Zuid-Jemen in 1967 onafhankelijk werd en de communisten aan de macht kwamen, werden de postzegelstaatjes sowieso afgeschaft. Een deel van de onttroonde royalty eindigde in Londense wijken als Kensington en Mayfair. Anderen zoals sjeik Abdullah werden gekoesterd door Saudi-Arabië als potentiële pionnen in geopolitieke spelletjes. Intussen verviel het sultanaat van Mahra tot een verwaarloosd gewest: te onbelangrijk voor de regering om in te investeren. Dat had ook een voordeel. Toen in 2014 de burgeroorlog in Jemen uitbrak, ging die grotendeels aan Mahra en Socotra voorbij.

Saoedische bezetting en ambities

Dat wil zeggen tot 2017, toen Saoedische troepen Mahra bezetten. ‘Ze hebben controleposten ingericht langs de hele kust, de grens met Oman, overal,’ legt de sultan uit. Zijn relatie met Riyad is verzuurd. ‘Ha, de Saudiërs zeggen dat ze daar zijn om de smokkel van wapens naar de Houthi’s tegen te houden. Dat is een voorwendsel. Er is helemaal geen smokkel!’ Hij tekent met zijn vinger een streep over het tafelkleed. ‘Ze willen een oliepijplijn aanleggen vanuit Saudi-Arabië naar de Arabische Zee, dóór Mahra. Vanwege hun problemen met Iran, zie je. Dan hoeven ze niet langer door de Straat van Hormuz.’

Geen smokkel? Jemen is synoniem voor smokkel. Maar er zijn inderdaad sterke aanwijzingen dat het de Saudiërs menens is met hun pijplijn. Op YouTube circuleren filmpjes van protesterende stamleden uit Mahra. Met hun 4×4’s trekken ze markeringspalen voor de pijplijn omver. Er wordt vrolijk gedanst met geheven Kalasjnikovs. De Saudiërs drukken elk protest de kop in. Human Rights Watch maakte in maart bekend dat de bezetters zich schuldig maken aan foltering en het ‘laten verdwijnen’ van critici. Die duiken dan maanden later op in gevangenissen in Saudi-Arabië.

Vanwege de Saoedische ambities in Mahra is het vergeten sultanaat ineens ‘hot’ geworden. Saudi-Arabië, Oman en de VAE, allemaal pamperen ze lokale stamleiders met wapens, geld en paspoorten in ruil voor invloed. Sjeik Abdullah is de man van Oman. ‘De Omani’s willen de Saudiërs niet aan hun westgrens’, legt hij uit. Sjeik Abdullah is een prima investering: als zoon van de in 1967 verdreven sultan van Mahra en Socotra heeft hij nog steeds veel aanhangers. Op de vraag of hij streeft naar de herrijzenis van zijn sultanaat, antwoordt hij: ‘Dat is in de hand van God. Maar het is natuurlijk wel de beste oplossing.’

Dan zegt hij opeens: ‘Ik heb nog een paleis op Socotra. Het is een beetje ingestort vanwege de regen. Het is gemaakt van leem, zie je.’ Zijn blik dwaalt over het troosteloze buffet: ‘Het spijt me. Ik had je daar echt niet kunnen ontvangen.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.