Philip van Tijn

Ik ben een meisje, ik heet Sigrid en ik word premier!

26 juni 2020

De ene na de andere politicus stelde zich de afgelopen week kandidaat als lijsttrekker (én premier?). Het begon zondag 21 juni met Sigrid Kaag van D66. Het verbaast Philip van Tijn dat niet in de eerste plaats haar palmares of haar vrijgevigheid werd besproken, maar haar geslacht.

Ik moest denken aan 31 mei 1997. Er heerste enige spanning wie lijsttrekker van D66 bij de verkiezingen (en dus politiek leider, in de schaduw van Godfather Hans van Mierlo) zou worden. Van Mierlo zelf kondigde haar kandidatuur aan met de woorden: ‘Het is een meisje geworden en we noemen haar Els’. Els Borst.

Philip van TijnPhilip van Tijn is bestuurder, toezichthouder en adviseur. Hij schrijft wekelijks een blog over de actualiteit.

Ik moest ook denken aan de entree van Johan Cruijff in Barcelona, in 1973. Een uitzinnig Barcelona, waar het dankzij Johan met de gelijknamige club allemaal anders zou gaan worden – en dat gebeurde ook. Cruijff werd binnengehaald als de Verlosser – el Salvador.

Vrouwelijke bescheidenheid is niet haar ding

In deze dagen was de kandidatuur van Sigrid Kaag een hype, een soort Doet-Ze-Het-Of-Doet-Ze-Het-Niet. Tussen het versoepelen van de lockdown en het omverhalen van standbeelden leek dat het enige dat Nederland bezighield. En toen het verlossende woord er eenmaal was (de primeur bij Eva Jinek, die eigenlijk met vakantie was, maar voor zoiets van levensbelang kom je natuurlijk even terug) verscheen Kaag op alle zenders, in alle programma’s, in alle kranten. De charme van D66 was vroeger dat ze niet konden organiseren , maar die tijd is duidelijk voorbij.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

Sigrid Kaag werd niet gepresenteerd, maar ze presenteerde zichzelf, met zelfbewuste blik en zelfbewuste teksten. Ze presenteerde zichzelf ook nadrukkelijk als vrouw, maar doordat Els Borst haar binnen de partij al was voorgegaan, presenteerde ze zichzelf meteen maar als de Eerste Vrouwelijke Premier.

Daarmee schudde ze in één klap alle vooroordelen over vrouwelijke bescheidenheid en terughoudendheid van zich af. Sterker, ik moet de eerste mannelijke politicus nog zien die dat publiekelijk zegt als zijn of haar partij volgens de meest recente peilingen op circa 7 procent staat en de grootste, de VVD, op circa 28 procent. (U wijst mij nu terecht en roept uit: ‘Maar Pim Fortuyn dan!’ Welnu, Pim had weliswaar geen zetel in de Kamer, maar hij stond er in de peilingen beter voor dan D66 vandaag en zijn ster was nog almaar rijzende).

Wereldberoemd buiten Nederland?

Het gevaar van zo’n parachutering (of zelflancering) is dat nog nooit is gebleken dat iemand het handwerk beheerst. Ruud Lubbers kwam als volslagen onbekende in de politiek, maar hij had jaren meegedraaid in commissies van CDA (KVP), maar ook bij de KRO en op andere fronten.

Jan Peter Balkenende, ook een verrassing, had al een tijdje in de Tweede Kamer gezeten, Job Cohen – een Verlosser die niet wist te verlossen – had ook al een aantal politieke en publieke functies doorlopen. Maar Sigrid Kaag maken we nu bijna drie jaar mee als een bijna onzichtbare minister, van wie we eigenlijk nauwelijks weten wat ze doet.

Ze haalde de krant toen ze 13 miljoen euro overmaakte naar de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen UNRWA, net toen de Amerikaanse president Trump zei dat hij dat niet meer zou doen. En ze zegde 100 miljoen euro toe voor verbetering van het onderwijs in ontwikkelingslanden, na een oproep van Rihanna. (Zonder Rihanna had ze het óók gedaan, bezwoer Kaag).

Wereldberoemd buiten Nederland. Zó beroemd dat we als klein land bijna naast het net hadden gevist. Want nog maar twee weken geleden ging het hardnekkige gerucht dat Sigrid Kaag een serieuze kandidaat was om secretaris-generaal van de Wereld Handels Organisatie (WTO) te worden. Het (Nederlandse) volk hield zijn adem in. Het zou toch niet net nog misgaan!?

Maar gelukkig, een paar dagen later maakte Kaag bekend dat ze voluit koos voor Nederland. Niet veel later sijpelde uit WTO-kringen door dat de kansen voor Kaag een stuk kleiner waren dan we even trots hadden gedacht en dat Afrika vindt dat ze daar aan de beurt zijn.

Het was een rare episode, die hier en daar wantrouwen wekte (niet bij mij, natuurlijk, want ik ben onschuldig als een pasgeboren baby). Had Kaag zich nog net even wat duurder gemaakt, voordat ze aan de politiek in het nietige Nederland zou deelnemen? Ik moest onweerstaanbaar denken aan één van de beste scènes van Kees van Kooten, die in zo’n situatie uitriep: ‘Ik ben genoemd!!’

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

Een halve eeuw terug in de tijd

Kijkt u even op YouTube (of elders) naar het campagnefilmpje van Sigrid Kaag. Aan de Maas, in het grootstedelijke Rotterdam, en lekker buiten, in de duinen. De blik op oneindig, starend in de onbekende verte. Een illustratief stukje uit haar getuigenis. ‘Voor mij is politiek durven kiezen. Niet volgen maar leiden. Over de hele wereld heb ik dat gedaan. Ik heb me ingezet voor vrede, veiligheid en menselijke waardigheid.’ Toe maar.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

Alweer een associatie. 1966: het eerste campagnefilmpje in Nederland. De dan nog onbekende middendertiger Hans van Mierlo loopt in een lichte regenjas over de Amsterdamse grachten, de handen in de zakken. Intussen een voice-over die vertelt hoe slecht Nederland ervoor staat en dat er grondig iets moet veranderen. Van Mierlo kwam als een komeet de vaderlandse politiek binnen, haalde meteen de voorpagina van de New York Times en bleef bijna een halve eeuw een fenomeen.

Lees ook de blog van Roelof Bouwman terug: Vrouwelijke premier? Niemand stemt op vrouwelijke lijsttrekker

Bij Hans van Mierlo geloofde je elk woord dat hij zei – of je het er nou  wel of niet mee eens was. En wat hij zei, was verrassend, origineel en zonder diplomatieke dooddoeners. Zo heb ik hem nooit horen zeggen: ‘Ik wil Nederland inclusiever en verdraagzamer maken.’

Verder houd ik mij bij de ironische leus uit de reclamewereld: ‘Beter goed gekopieerd dan slecht bedacht.’ Van slecht kopiëren wordt niet gerept. Trouwens, Van Mierlo was ontegenzeggelijk een man.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.