Leo Kwarten

Zonder een gisse fixer ben je kansloos in Libanon

21 juli 2020

In sektarische maatschappijen als die van Syrië en Libanon kennen taxichauffeurs en hun fixers iedereen en weten ze precies wie tot welke stroming hoort. Arabist Leo Kwarten merkte tijdens een reis van Damascus naar Beiroet hoe belangrijk het is om niet te veel vragen te stellen.

Het Mayflower ziet er uit als een alledaags driesterrenhotel. Het ligt in een achterafstraatje in de wijk Hamra. In het weekeinde moet je de ramen gesloten gehouden vanwege de disco ernaast en de uitlaatgassen die opstijgen uit de steeg beneden. Toch kent iedereen in Beiroet de kleurrijke geschiedenis van het Mayflower. In de jaren zestig was dit de favoriete stek van westerse beroemdheden en spionnen. Zoals Kim Philby, de Britse MI6-agent die werkte als dubbelspion voor de Sovjets. Vanuit Beiroet, waar hij correspondent was voor zondagskrant The Observer – een cover – vluchtte hij naar Moskou. De hotelbar waar Philby zich geregeld bezatte, is er nog altijd.

Leo Kwarten

Leo Kwarten is arabist en antropoloog. Als zelfstandig gevestigd adviseur werkt hij voor bedrijven die opereren in het Midden-Oosten. Daarnaast publiceert hij over politiek en religie in de regio.

Niet minder kleurrijk is het taxibedrijfje van de broers Ali en Hamza dat zich heeft genesteld op de stoep van het Mayflower. Wachtend op klandizie hangen de chauffeurs op de plastic stoeltjes tegenover de ingang, gehuld in sigarettenrook. Hun Mercedessen staan her en der neergekwakt in het veel te nauwe straatje, zodat hun conversatie voortdurend wordt overstemd door woest getoeter en boze stemmen die vanuit gestremde auto’s creatieve scheldwoorden als ‘muildier’ en ‘hondenzoon’ roepen.

Vanuit bedrijfseconomisch oogpunt passen Ali en Hamza een perfecte marktsegmentatie toe. Geen overbodige luxe in het politiek en sektarisch gefragmenteerde Libanon, waar alles zwart-wit is. Grijstinten komen niet voor in de perceptie van jan publiek. Aldus kun je je als sjiiet beter niet vertonen in salafistische wijken, want ‘alle sjiieten zijn pro-Hezbollah en pro-Assad’. Omgekeerd kan een als zodanig herkenbare salafist de sjiitische wijken beter mijden, want ‘iedereen weet dat die baarden zich opblazen’. Een realiteit, zo weten de taxibroers, die je uit commercieel oogpunt moet respecteren.

Ali en zijn fixer zorgen dat je een chauffeur van de juiste sektarische kleur krijgt

Laten we even kennismaken. Ali, met het gouden tandje, is de regelaar. Hij zorgt ervoor dat je een chauffeur van de juiste sektarische kleur meekrijgt. Reis je naar Damascus, dan trommelt hij een sjiiet of christen op, want die doen het beter bij de Syrische checkpoints.

Hamza met zijn kakelende lachje is Ali’s broer en een zelfverklaard fixer. Hij bedient het best betalende segment: de filmploegen van CNN en van de BBC. Maar bij gebrek aan beter is hij niet te beroerd om een onderbetaalde journalist uit Nederland rond te rijden. Op weg naar je afspraak geeft hij gratis voorinformatie, zoals ‘stiekem gay’ of ‘doet z’n bek niet open’.

Mijn favoriet is Mohammed, een doorgerookte teddybeer. Zijn zoon zit bij Hezbollah, dus als je met Mohammed het Hezbollah-bolwerk in Zuid-Libanon bezoekt, hoef je geen moeite te doen permissies aan te vragen. Khaled is Mohammeds spiegelbeeld: een vrome soenniet die het goed doet bij de haatpredikers in Tripoli maar die zijn baard voor de zekerheid heeft afgeschoren voor als hij verdwaalt en per ongeluk in een Hezbollah-wijk belandt.

Iedere chauffeur bedient zijn eigen marktsegment

Lees ook deze blog van Leo Kwarten terug: De Hezbollah-leider van tien miljoen had altijd wel tijd

Die met de stierennek is Kamal. Hij catert voor Saudische toeristen die Libanon bezoeken voor de casino’s, de clubs en het nachtleven. Beroepshalve is hij uitgegroeid tot een expert op het gebied van de lhbtqi-gemeenschap in de Libanese hoofdstad, plus van nog een aantal letters waarover ik niet zal uitweiden. Aldus bedient iedere chauffeur zijn eigen marktsegment. Daarbij is het overigens niet de bedoeling dat kwesties van sekte of levensstijl openlijk worden besproken. Ali bepaalt: hij schat de situatie in, regelt een chauffeur en verder moet je maar tussen de regels door lezen.

En daar gaat het soms fout.

Zoals die keer dat ik terugkwam uit Damascus. Aan de Libanese grens had ik binnen vijf minuten een stempel in mijn paspoort, maar mijn chauffeur, een door Ali geregelde Syriër, moest aansluiten in een lange rij wachtenden. ‘Dit gaat zeker een uur duren,’ voorspelde hij somber. Ik was dan ook verbaasd toen ik hem na tien minuten alweer bij de auto zag staan. ‘Geregeld,’ lachte hij, zwaaiend met zijn paspoort. We stapten in en gingen op weg naar Beiroet. Twee minuten later stopte hij echter voor een zweterige man in een slecht zittend pak die langs de kant van de weg stond. Deze stapte zwijgend in en wuifde dat we verder konden.

‘Weet je wel wie deze taxi betaalt?’

Wie was deze figuur? Dacht de chauffeur soms dat hij kon bijklussen? Toen het zweetpak ook nog geanimeerd met de chauffeur begon te babbelen en daarbij deed alsof ik niet bestond, was de maat vol. Ik draaide me geërgerd om en zei: ‘Wie ben jij eigenlijk? Waarom stap je in zonder te groeten? Weet je wel wie deze taxi betaalt?’ De mond van de man viel open van verbazing. ‘O, sorry meneer’, zei hij. ‘Stop maar. Ik moet er toevallig hier uit.’

‘Weet je wel wie die man was?’ zei de chauffeur nadat de passagier was uitgestapt. ‘Hij werkt voor de veiligheidsdienst. Hij had je kunnen arresteren. Zijn broer werkt bij de douane en heeft me zojuist geholpen met mijn paspoort. Ik doe gewoon iets terug. Ik dacht dat je dat wel had begrepen.’

Nou, nee dus.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.