Leo Kwarten

Hans Wehr: een foute Duitser die altijd gelijk heeft

07 juli 2020

Het valt niet mee om een arabist te zijn. In Syrië ben je al snel een spion en in Israël een antisemiet. In Nederland geld je als levensmoe of moet je uitleggen dat een arabist niet hetzelfde is als iemand die zich Midden-Oostendeskundige noemt. Over dat laatste zeg ik meestal dat ik het oordeel over mijn deskundigheid graag overlaat aan anderen, maar dat ik in elk geval geen analfabeet in de Arabische taal ben, schrijft Leo Kwarten.

Leo Kwarten

Leo Kwarten is arabist en antropoloog. Als zelfstandig gevestigd adviseur werkt hij voor bedrijven die opereren in het Midden-Oosten. Daarnaast publiceert hij over politiek en religie in de regio.

Dat ik kan praten, chatten en mailen met de mensen voor wie ik me interesseer. En dat ik in de studio de achternaam van de voormalige president van Jemen, Ali Abdullah Salih, correct uitspreek en niet alsof het een tuinkruid betreft dat zich in de Italiaanse keuken goed laat combineren met gebakken kippenlevers.

‘Arabist’ laat zich trouwens moeilijk vertalen in het Arabisch. Tijdens gesprekken in het Midden-Oosten concludeert men al snel dat ik een ‘mustashriq’ moet zijn, wat ‘oriëntalist’ betekent. Een beladen titel. Het waren oriëntalisten als T.E. Lawrence en Gertrude Bell die honderd jaar geleden als adviseurs van de Britse regering bijdroegen aan de huidige ellende in het Midden-Oosten met tirannieën en kunstmatige grenzen. Andere oriëntalisten waren excentriekelingen van bedenkelijk allooi zoals de Brit St. John Philby. Hij was adviseur van het Saudische koningshuis, spion voor de Britse regering, maakte gemene zaak met Amerikaanse oliemaatschappijen en kocht zijn vrouw op een slavenmarkt. In 1960 stierf Philby met de woorden ‘God, I’m bored’.

Een nationaal-socialist

Wie te raden gaat bij A Dictionary of Modern Written Arabic  (1961) van de Duitser Hans Wehr, komt voor arabist uit bij het woord ‘musta’rib’. Dat staat dan ook op mijn Arabische visitekaartje. Het woordenboek van Wehr is nog steeds toonaangevend in de arabistiek.

Zelfs mijn Leidse hoogleraar zweeg respectvol als Wehr anders beweerde dan wat hij in zijn hoofd had. Duitsers en woordenboeken, dat zit wel goed zou je zeggen. Pas jaren later kwam ik erachter dat Wehr een nationaal-socialist was geweest – niemand had daar tijdens mijn studie iets over gezegd – en dat zijn Arabische woordenboekproject was gefinancierd door het Hitler-regime met als doel Mein Kampf te vertalen in het Arabisch.

Jarenlang reisde ik zonder problemen als ‘musta’rib’ door het Midden-Oosten. Totdat ik op een goed moment in het kantoor van een Hamas-minister in Gaza-Stad belandde. Hij bestudeerde mijn visitekaartje aandachtig, terwijl hij met zijn hand langzaam door zijn baard streek. ‘Ik heb nog nooit een arabist ontmoet die zich als zodanig voorstelde,’ zei hij ten slotte.

Toen hij mijn niet-begrijpende blik zag, pakte hij glimlachend zijn mobiele telefoon en zocht een filmpje op. Het waren akelige beelden: een Palestijnse man werd door een menigte uitzinnige Palestijnen tegen de grond gewerkt, geschopt en geslagen. De meute schreeuwde: ‘Arabist, arabist!’ Voor de man op de grond zag het er niet best uit.

Infiltranten

‘Let op,’ zei de minister: ‘Nu komt het.’ Een groep Israëlische soldaten kwam aangesneld en verjoeg de menigte. Ze hielpen de Palestijnse man op de been en begeleidden hem kameraadschappelijk naar een gereedstaand legervoertuig. De minister keek me triomfantelijk aan: ‘Opmerkelijk, niet?’ Inderdaad, Israëlische militairen hebben – mild uitgedrukt – niet de reputatie Palestijnen zachthandig te behandelen, integendeel. Ofwel, de man op de grond was een van hén: een Israëliër die werkte voor de veiligheidsdienst. Hij en zijn collega’s vermommen zich als Arabier – soms zelfs als vrouw – en begeven zich onder de Palestijnse bevolking om te spioneren, te arresteren en zelfs te liquideren. Soms worden ze gefilmd en de video’s op YouTube gezet.

O ja, en deze infiltranten heten in de volksmond – u raadt het al – ‘arabisten’. Ze zijn onder de Palestijnen intens gehaat.

Trouwe reiskameraad

Later, op mijn hotelkamer, schudde ik mijn tas leeg op zoek naar Hans Wehr. Ondanks zijn obese gewicht van 2 kilo is het beduimelde woordenboek immer mijn trouwe reiskameraad. Gelukkig had de Hamas-minister het voorval opgevat als een goede grap. Ik had zijn advies opgevolgd en mijn visitekaartjes laten verdwijnen in een rioolput. Ja, daar stond het toch echt op pagina 601: ‘musta’rib’ betekent arabist. Maar toen ik wat verder zocht, zag ik dat het woord is afgeleid van het werkwoord ‘ista’raba’. En dat betekent ‘een Arabier worden’ of ‘de gebruiken van de Arabieren overnemen’. Hmm, dat had ik nou niet echt voor ogen toen ik Arabisch ging studeren.

Ik stopte Hans Wehr zorgvuldig terug in mijn tas. Foute Duitser, maar hij heeft altijd gelijk.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.