KNRM: al bijna 200 jaar redder in nood

Over vijf jaar viert de Koninklijke Nederlandse Reddingmaatschappij (KNRM) haar 200-jarig bestaan. In die twee eeuwen verbeterden het materieel en de technieken voortdurend. Onveranderd bleven de kernwaarden. De Redding Maatschappij biedt kosteloos hulp aan mens en dier in nood op zee. Daarbij draait de KNRM volledig op vrijwillige bijdragen, dus zonder overheidssubsidie.

In 1824 nemen Amsterdamse en Rotterdamse notabelen het initiatief tot een georganiseerd reddingwezen langs de Nederlandse kust. Op twintig plekken beschikken de reddingmaatschappijen over reddingboten. Het redden was nog een hachelijk avontuur. Over een woeste zee roeiden vrijwilligers urenlang om opvarenden te redden van de verdrinkingsdood. Dat liep niet altijd goed af. Hoe anders is dat twee eeuwen later. De KNRM-vloot bestaat uit snelle, geavanceerde reddingboten. Veel typen zijn zelfrichtend: als de boten omslaan, draaien ze vanzelf weer rechtop. Ook de overlevingspakken zijn state-of-the art, terwijl de reddingvesten in de beginjaren nog van kurk waren gemaakt.

Dankzij de inzet van meer dan 1.300 vrijwilligers en dankzij professioneel materieel voert de KNRM jaarlijks zo’n 2.500 reddingacties uit. Soms ver op zee, soms vlak langs de kust. Zo herinnert Corné de Jong, vrijwilliger van reddingstation Ouddorp nog goed de 9e maart van dit jaar. ‘Mijn pieper gaf aan: wandelaars in nood, op de Verklikkerplaat.

Op deze verrader lijke plek waren drie volwassenen, een kind en drie honden verrast door snel opkomend water. Ik schoot in mijn pak en stapte met de schipper en een tweede redder aan boord van de Baron van Lynden, een snelle reddingboot.’

Op de plek des onheils zagen de KNRM’ers hoe een jongeman met moeite zijn kleine zusje vasthield. ‘Ze was bewusteloos en lag half onder water. Ik sprong direct in het water. Dankzij de drijfkracht van mijn overlevingspak kon ik haar vanuit het water aan de schipper geven. Die begon direct met reanimeren.’ De mannen haalden daarna een vrouw en haar drie honden uit de golven, en wisten dat er nog een vrouw in het water moest liggen. ‘Een angstig gevoel bekroop me, deze zoektocht duurde te lang. Pas met hulp van een helikopter vonden we – zo bleek later – de moeder van de jongen en het meisje.’

KNRM’er De Jong denkt nog vaak terug aan deze noodlottige dag. ‘De moeder heeft het niet gehaald. Maar met een paar minuten vertraging had het ook voor de anderen heel anders kunnen aflopen.’

Dit is een partnerpagina. De redactie van Elsevier Weekblad is niet verantwoordelijk voor de inhoud.