Onze helden van de KNRM

Al bijna twee eeuwen staan professionele vrijwilligers paraat om mensen te redden die op zee in problemen zijn geraakt. De Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) komt jaarlijks ongeveer 2.100 keer in actie en brengt ruim 3.000 mensen veilig aan wal. Portret van een volledig op vrijwilligers draaiende organisatie met diepe wortels en een sterke cultuur.

Met windkracht zes en helder weer was het de perfecte dag. Vol goede zin hees de ervaren kitesurfer Rob van Gerner zich in het voorjaar van 2014 in zijn wetsuit. Bij de Tweede Maasvlakte liet hij zich door de wind over de golven meeglijden. Enkele uren ging het lekker. Maar net op het moment dat de Leidenaar zich ver op zee bevond, viel de wind weg. Geen paniek, dacht Van Gerner. Hij zou zijn vlieger bij een volgende windvlaag weer moeiteloos de lucht in krijgen. Maar dat gebeurde niet. Het zeil was in elkaar gedraaid. Terugzwemmen was door de sterke stroming geen optie. De onfortuinlijke kitesurfer kon niet anders dan wachten op hulp. Toen zijn surfmaatje alarm sloeg, rukten helikopters, boten en een vliegtuig uit.

Pas uren later vond de reddingboot van de Ouddorpse KNRM een drenkeling – negen mijl uit de kust bij Voorne-Putten. Maar wat bleek? De bewusteloze man was niet Van Gerner. Terwijl het reddingteam deze drenkeling medische bijstand verleende, zag vrijwillige KNRM-redder Raymond Flohil (47) nog iemand drijven. Dat bleek wel de vermiste Leidenaar. ‘Beide mannen hebben ongeloo ijk veel geluk gehad’, herinnert Flohil zich. ‘De zon was bijna onder, in het donker hadden we de surfers nooit gevonden.’ Het is een van de vele bijzondere reddingsverhalen van de KNRM. Jaarlijks voert de KNRM ongeveer 2.100 acties uit en brengt daarbij meer dan 3.000 mensen veilig aan wal. Ongeveer 10 procent van de gevallen is levensbedreigend.

Vrijwilliger

Raymond Flohil

‘Het lag voor de hand dat ik vrijwilliger werd. Mijn vader en oom waren schipper. Ik groeide op met hun avontuurlijke verhalen en keek graag toe. Als 7-jarig jongetje wist ik precies hoe de reddingboot het water in moest. Ook mijn broer, neef en achterneef zijn vrijwilliger bij de KNRM.

 

Drie dagen in de week werk ik bij het Loodswezen Rotterdam-Rijnmond. We begeleiden zeeschepen veilig de Nederlandse havens in en uit. De overige dagen ben ik oproepbaar voor reddingsacties. Het geeft me een goed gevoel om mensen te helpen. Maar het is niet voor iedereen weggelegd – je moet altijd voorbereid zijn op het ergste. Toen we laatst een vastgelopen jacht te hulp schoten, moesten we de eigenaarreanimeren. Hij had zich zo druk gemaakt dat hij een hartaanval kreeg.’

 

De 45 reddingstations staan langs de Nederlandse kust – van de Eemshaven tot Cadzand – maar ook rondom de binnenwateren van de Zeeuwse Delta en het IJsselmeer zijn stations te vinden. Sinds het ontstaan in 1824 hanteert de KNRM drie principes: het redden is kosteloos, gebeurt door professionele vrijwilligers en wordt ge nancierd uit donaties. Maar liefst 1.300 vrijwilligers staan dag en nacht klaar om in problemen geraakte zwemmers, watersporters of beroepsvaarders te helpen. Weer of geen weer. Helden zijn het, al denken ze daar zelf anders over: ze doen gewoon hun werk.

Woensdag 3 oktober, 19.00 uur

De bemanningsleden van KNRMOuddorp, in Zuid-Holland, treffen elkaar in het Evert van der Elst-boothuis. Met vorig jaar 124 meldingen staat Ouddorp, samen met Scheveningen en Enkhuizen, in de top-drie van drukste reddingstations. Onder het station vallen het Grevelingenmeer (23 kilometer lang) en de wateren aan de Noordzeekust tussen Neeltje Jans en Hoek van Holland. Bij een kop koffie, en later op de avond een biertje, worden de laatste nieuwtjes uitgewisseld. Er wordt veel gelachen.

Tot er ‘Iiiiiieeee iiiiieeee’ klinkt. De pieper. Het team kijkt veelbetekenend op. Loos alarm, het apparaat geeft aan dat de batterijen vervangen moeten worden. ‘We zijn een hechte vriendenclub’, zegt schipper Coen van der Linde (46) – gespierd, grijnzende blik. Hij begon een kwart eeuw geleden als opstapper en is sinds tien jaar schipper. Om een grapje zit hij nooit niet verlegen. ‘Dat moet ook, we werken nauw samen.’

Je moet altijd op het ergste zijn voorbereid’ – Raymond Flohil

De vijfentwintig vrijwilligers, ‘opstappers’ genoemd, zijn in het dagelijks leven lasser, metselaar, restauranthouder of advocaat. Maar zodra de pieper gaat, roept hun tweede baan: levens redden. Meldingen komen via de Kustwacht of de app KNRM Helpt rechtstreeks binnen bij schipper Coen, die bij Rijkswaterstaat werkt. In een groepsapp meldt elke vrijwilliger of hij beschikbaar is. ‘De betrokkenheid is groot: binnen vijf minuten staan er altijd voldoende mensen in het boothuis. Afhankelijk van de melding wordt besloten met hoeveel man we uitvaren.’

Geredden

Rita en Boudewijn Veltman

‘We hadden net aangemeerd in de haven van Enkhuizen. Mijn man zat gehurkt op de voorpiek omdat de fok niet wilde meewerken. Plots zag ik hem over de reling hangen. Zijn ogen draaiden en hij reageerde niet op mijn geschreeuw. Ik belde meteen 112. We hadden het geluk dat een bekende van ons kon reanimeren en dat de ligplaats naast ons vrij was. De KNRM-reddingwerkers konden daardoor direct aan boord komen en de reanimatie overnemen.

 

Ook de ambulancebroeders waren snel ter plaatse. Op een gegeven moment waren er wel twintig redders aan boord. Samen vormden ze een geoliede machine. Mijn man hee er niets aan overgehouden. Dat danken we aan al die professionele hulpverleners. Het had heel anders kunnen a open.’

 

’s Zomers vaart de Ouddorpse crew uit voor in de problemen geraakte zeil- en motorboten op het Grevelingenmeer. ‘Watersporters lopen nogal eens vast op de verraderlijke ondiepten’ zegt Van der Linde. Langs de Noordzeekust rukt het team uit voor kite- en windsurfers, vermiste duikers of wadlopers die verrast zijn door hoog water. De equipe bevrijdt ook regelmatig dieren – honden, zeehonden, paarden – uit benarde situaties. ’s Winters komen de meldingen vooral van de beroepsvaart. Vorig jaar strandde een garnalenkotter vlak voor de kust. De boot dreigde om te slaan in de brekende golven. ‘Met kunst- en vliegwerk kregen we het schip terug in veilig water.’ Hun werkgevers zijn coulant. Zij stemmen ermee in dat medewerkers die ook KNRM-vrijwilliger zijn op elk moment weg moeten kunnen. ‘Veel bedrijven dragen ons station een warm hart toe.

De reddingsactie verliep als een geoliede machine’ – Rita Veltman

Ook met  nanciële steun’, zegt commissielid John Brökling (51), in het dagelijks leven advocaat. ‘Ouddorp vormt een hechte gemeenschap waarin de KNRM al bijna 150 jaar een belangrijke rol speelt. Er zijn families die al generaties meedraaien op het reddingstation.’ Brökling is sinds tien jaar actief voor de plaatselijke commissie van KNRM Ouddorp, die het bestuur vormt van het reddingstation. Hij vaart – anders dan de meeste commissieleden – regelmatig mee op de reddingboot.

Een keer meevaren?

Klik dan hier om donateur te worden en kom naar de reddingbootdag op zaterdag 11 mei 2019

Bekijk hier de locaties: www.knrm.nl/reddingbootdag

19.50 uur

Het is tijd voor de oefening. De mannen worden gebrieft over een zinkend motorschip vlakbij Ouddorp. Schipper Coen wijst drie ‘opvarenden’ aan die zullen worden gedropt in een reddingsvlot. Nog eens drie collega’s moeten hen redden en de juiste hulp verlenen. Enkele ogenblikken later weerklinkt een zwaar ronkende motor vanuit het boothuis naast het bemanningsverblijf. De tractor met daarachter reddingboot ‘Baron van Lynden’ is klaar voor vertrek. Net als de opstappers, die inmiddels zijn gestoken in overlevingspakken. Voor een leek is het een hele worsteling om zo’n waterdicht pak aan te krijgen, de mannen schieten er in no-time in.

Bij het drijvende boothuis, dat een dijkovergang verder ligt, wordt de Baron van Lynden te water gelaten. Het is donker op het Grevelingenmeer. Het water gitzwart. Met een snelheid van 55 km per uur spuit de Baron van Lynden in westelijke richting. Maar bij de opgegeven locatie is bar weinig te zien.Dan wordt er vanaf het reddingvlot een vuurpijl afgestoken. De schipper manoeuvreert de boot behendig tegen het vlot aan. De drie drenkelingen worden aan boord geholpen. Een is onderkoeld. Een ander heeft zijn medicijnen tegen epilepsie in het water verloren. Een van de redders maakt er melding van via de marifoon.

Terug in het boothuis volgt de debriefing: Welke instanties zou het team in een echte situatie inschakelen? Volgens de redders zijn dat de Kustwacht, de medische hulpdienst en de nachtapotheek voor epilepsiepillen. Ook de plaatselijke commissie van het reddingstation wordt geïnformeerd. Die moet onderdak regelen voor de geredde personen. De oefeningen zijn vooral bedoeld om de minder ervaren KNRM’ers vertrouwd te maken met het materieel en ze te leren hoe zij in noodsituaties moeten handelen. De KNRM investeert fors in het opleidingen van vrijwilligers. Een opleiding tot opstapper duurt drie jaar. Naast het vaarbewijs en een EHBO- en reanimatiediploma, komen navigatie en communicatie, vaartechnieken en crisisbeheersing in de praktijk aan bod. Als kers op de taart is er een trainingsweek in Schotland, waar onbekende wateren worden bevaren. Voordat de papieren op zak zijn, draaien de aankomend opstappers op proef gewoon mee.

Een deel van het Ouddorpse reddingsteam, met schipper Coen van der Linde (4e van links), plaatsvervangend schipper Raymond Flohil en plaatselijk commissielid John Brökling (3e en 2e van rechts)

‘Nog even iets anders, mannen.’ Schipper Coen vertelt dat commissielid John en hij het weekend daarvoor een stoffelijk overschot van het strand hebben gehaald. Dat gebeurde samen met de politie, in het boothuis werd lijkschouwing verricht. Elk jaar haalt het team wel een paar dodelijke slachtoffers uit het water. ‘De jonge jongens hou ik zo veel mogelijk uit de wind. Tegelijkertijd bereid ik ze erop voor dat zoiets kan gebeuren. Ik raad ze aan afstand te bewaren en erover te praten als het nodig is.’ Uit ervaring weet de schipper dat een actie met dodelijke a oop nooit went.

1,25 euro loon

Het redden van mensen op zee was tweehonderd jaar geleden allesbehalve vanzelfsprekend. Sterker nog, een gezonken schip werd lange tijd gezien als een godsgeschenk. Er spoelden immers waardevolle spullen aan op het strand. Dat er mensen omkwamen bij een schipbreuk, was bijzaak. In 1824 veranderde dat. Amsterdamse en Rotterdamse notabelen besloten tot de oprichting van twee reddingmaatschappijen. Die beschikten op twintig plekken langs de kust over roeireddingboten. Het redden op zee was destijds een hachelijk avontuur. Bij noodweer roeiden vrijwilligers urenlang over een woeste zee. Niet altijd liep het goed af – ook niet voor de vrijwilligers.

Anno 2018 bestaat de vloot uit geavanceerde reddingboten die snelheden halen van 35 knopen, ofwel ruim 60 kilometer per uur. Bijna alle typen zijn zelfrichtend: als de boten omslaan, draaien ze vanzelf weer rechtop. Veel bleef ook hetzelfde. Nog altijd draait de organisatie op vrijwilligers. En net als in 1824 toucheren zij het vaste ‘reddersloon’ van 1,25 euro. In de negentiende eeuw was 2,50 gulden veel geld; nu is het bedrag vooral een symbolische geste, die het vrijwillige karakter van de organisatie onderstreept.

Donateurs

André en Hetty Wijsenbeek

‘Onze liefde voor zeilen is groot. Ook onze twee zoons raakten verknocht aan de sport, ze gingen zelfs wedstrijdzeilen. In 1994, op de terugweg van een wedstrijd in Oostende, kregen we een zwaar auto-ongeluk. Onze zoon Nikolaas overleefde het niet. Als trouw donateur van de KNRM leek het ons daarna een prachtidee om een reddingboot te schenken. Het ontbrak ons echter aan  nanciële middelen.

 

Dat veranderde toen we in 2000 een grote erfenis kregen. We benaderden de KNRM, die op dat moment plannen had om een nieuwe reddingbootklasse te ontwikkelen. Dat leek ons geweldig. Inmiddels varen er negen boten in de zogenaamde Nikolaasklasse rond. Onze reddingboot ‘Nikolaas Wijsenbeek’ ligt in Huizen. De reddingboot is een groot In Memoriam voor onze zoon. Het bracht ons ongeloo ijk veel positiviteit in een inktzwarte periode.’

Ook is de KNRM nog steeds afhankelijk van donateurs, schenkingen en nalatenschappen. Het verklaart de namen van de reddingboten – die zijn vernoemd naar de geldgever of een overleden dierbare. Zo leven ‘Koos van Messel’, ‘Tante Jo’, ‘Christien’, ‘Arie Visser’, ‘Baron van Lynden’ en ‘Bert en Anneke Knape’ voort op het grote water. KNRM betrekt zijn donateurs – liefkozend ‘Redders aan wal’ genoemd – nauw bij de organisatie. Op 11 november, dit jaar de 194ste verjaardag van de KNRM, worden trouwe donateurs uitgenodigd op de reddingstations. Er zijn mensen die al 25, 40, 50 of 60 jaar geld schenken. Enkele donateurs halen ‘jubilea’ van 70 en 80 jaar.

Critici vinden dat het reddingwerk op zee een overheidstaak zou moeten zijn. Maar de organisatie zelf ziet dat anders. ‘We willen onze eigen keuzes maken in materieel en opleidingen’, zegt commissielid John Brökling. ‘Bovendien draait de KNRM al bijna twee eeuwen op de inzet van vrijwilligers. Het systeem zou in elkaar vallen als er schakels in de keten bekostigd worden.’ Hij wijst er tevens op dat een overheidssubsidie kan  fluctueren. ‘Uiteindelijk gaat dat ten koste van onze hulpverlening.’

Een groot In Memoriam voor onze zoon’ – André Wijsenbeek

Nu worden reddingwerkers geprezen om hun onbaatzuchtigheid. Niets is hen te gek om mensen te helpen. Neem het gezin dat van een stuurloze boot werd gehaald. Eenmaal aan de wal bleef een meisje ontroostbaar; haar pop was in de haast achtergebleven. De opstappers keerden resoluut om en wisten het hartendiefje te redden van de woeste golven. Het is tekenend voor de gedrevenheid van KNRM-vrijwilligers. Ze varen uit voor elke reddingoperatie. Stoere mannen zijn het, maar met een klein hartje.

Een keer meevaren?

Klik dan hier om donateur te worden en kom naar de reddingbootdag op zaterdag 11 mei 2019

Bekijk hier de locaties: www.knrm.nl/reddingbootdag

Dit is een partnerpagina. De redactie van Elsevier Weekblad is niet verantwoordelijk voor de inhoud.