politiek

Drie regelingen samengevoegd in de Participatiewet

Door Fleuriëtte van de Velde - 01 maart 2013

Het kabinet wil dat meer mensen die moeilijk aan een baan komen (vaak nogal oneerbiedig aangeduid als de onderkant van de arbeidsmarkt) aan de slag gaan. Het gaat om mensen die een bijstandsuitkering hebben, een Wajonguitkering of om degenen die werken in een sociale werkplaats. Daarom worden deze drie regelingen samengevoegd in een nieuwe wet: de Participatiewet.

Dit is de opvolger van de Wet werken naar vermogen. Die ging niet door, omdat het vorige kabinet viel. Onder de Participtiewet, die wordt uitgevoerd door staatssecretaris Klijnsma,  krijgen al deze mensen dezelfde rechten (en plichten) bij het vinden van een baan.

Belangrijk verschil met de WWNV is dat de huidige ruim 200.000 Wajongers niet worden herkeurd. Eigenlijk zou dat wel het geval zijn. Ook voor de huidige 100.000 mensen in de Sociale Werkplaats verandert niets.

Volgend jaar

Vanaf 1 januari 2014 komen mensen die anders in de Wajong of de sociale werkplaats waren terechtgekomen, onder de Participatiewet te vallen. Gemeenten worden verantwoordelijk: zij moeten hen aan een baan helpen. Jongeren die zo gehandicapt zijn dat ze helemaal niet kunnen werken, komen nog wel in de Wajong.

Vijf procent

In een brief aan de Tweede Kamer schreef staatssecretaris Jetta Klijnsma wat de Participatiewet op hoofdlijnen betekent.

Ook nieuw in de Participatiewet is het verplichte quotum dat het kabinet bedrijven wil opleggen: bij bedrijven met meer dan 25 werknemers in dienst, moet uiterlijk in 2020 vijf procent van het personeel uit arbeidsgehandicapten bestaan. Anders volgt een boete. Werkgevers zijn fel tegen.

Het kabinet overlegt nog met vakbonden en werkgevers over een Sociaal Akkoord. Het kan zijn dat het quotum in de onderhandelingen van tafel gaat, bijvoorbeeld in ruil voor een langere ww-duur.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.