politiek

Mag Frits Wester lid zijn van het CDA?

Door Gerry van der List - 19 augustus 2014

Frits Wester vindt het geen probleem dat hij als politiek verslaggever lid is van het CDA. Mag een journalist eigenlijk wel een politieke voorkeur hebben?

Coen Verbraak mocht tevreden zijn. Voor een interviewer op televisie is het altijd een soort triomf als zijn gesprekspartner voor de camera wordt overmand door emoties. En Frits Wester hield het vorige week niet droog in een aflevering van Kijken in de ziel. De normaal zo stoer overkomende politiek verslaggever van RTL Nieuws kreeg tranen in de ogen toen hij vertelde dat hij te weinig aandacht had besteed aan zijn stervende moeder omdat hij de val van een kabinet moest verslaan.

Veel van deze memorabele momenten zitten er tot nu toe niet in de reeks gesprekken die Verbraak voerde om inzicht te krijgen in het functioneren van bekende journalisten. Kijken in de ziel is dan ook een wat al te pretentieuze titel voor de NTR-serie op maandagavond. Maar de interviewer heeft duidelijk meer affiniteit met journalisten dan met bijvoorbeeld de voetbaltrainers die hij eerder aan de tand voelde, zodat hij soms scherpe vragen weet te stellen.

Voorlichter

Zoals over de politieke betrokkenheid van journalisten. Wester viel in het gezelschap uit de toon omdat hij toegaf lid te zijn van het CDA, waarvoor hij eerder als voorlichter actief was. Hij probeerde toen, met niet zo heel veel succes, de electorale aantrekkingskracht van voorman Elco Brinkman te vergroten.

De collega’s van Wester die in Kijken in de ziel aan het woord kwamen, vonden dit lidmaatschap maar niks. Deze afkeuring past bij het ideaal van politieke neutraliteit dat journalisten wordt voorgehouden. Vroeger, ten tijde van de verzuiling, kon het voorkomen dat een politicus een belangrijke functie uitoefende in geestverwante media. Zo was KVP-leider Carl Romme na de oorlog ruim zeven jaar lang staatkundig hoofdredacteur van het katholieke dagblad de Volkskrant.

Tegenwoordig is zoiets ondenkbaar. Een combinatie van politieke bezigheden met een functie als hoofdredacteur of politiek verslaggever bij een krant of opinieblad wordt ongepast geacht. Daarom werd Marleen Barth bijvoorbeeld in 1997 gedwongen haar werkzaamheden als parlementair verslaggever bij het dagblad Trouw te staken toen bleek dat zij voor de PvdA in de Tweede Kamer plaats wilde nemen.

Beloning

Maar ook louter het betalen van contributie aan een partij geldt als dubieus voor journalisten die een rol spelen bij de politieke berichtgeving van hun medium. Een enkeling trekt zich daar weinig of niets van aan.

Pieter Broertjes bekende tijdens zijn hoofdredacteurschap van de Volkskrant ‘slapend lid’ te zijn van de PvdA. Later werd hij voor deze partij burgemeester in Hilversum. Waarbij meteen de vraag rees of dit een beloning was voor goed sociaal-democratisch gedrag. Zou Broertjes bij het nemen van journalistieke besluiten misschien al enige tijd rekening hebben gehouden met zijn politieke ambities?

Alleen al de schijn van conflicterende loyaliteiten vormt hier een probleem. Er bestaat geen reden om te twijfelen aan de professionaliteit en kundigheid van Wester. Toch is de wetenschap dat hij lid is van een politieke partij onwillekeurig een aanleiding om extra kritisch te kijken naar zijn berichtgeving over die partij. Dat maakt hem kwetsbaar. Terwijl hij, zoals hij zelf terecht opmerkte, niet ineens andere politieke opvattingen en gevoelens zou koesteren wanneer hij geen geld meer zou storten in de partijkas van het CDA.

Vermoedens

Als het afzien van het lidmaatschap van politieke partijen inderdaad de norm zou moeten zijn voor politiek journalisten, behoort dit wel verdergaande consequenties te hebben. Coryfee van de publieke omroep Clairy Polak zei het in Kijken in de ziel lastig te vinden om Wester te beschouwen als een objectieve journalist gezien zijn vroegere functie bij het CDA.

Maar zij zelf biechtte op lid te zijn van Amnesty International en Greenpeace. Dit bevestigt niet alleen de vermoedens over de politieke voorkeuren van Polak, maar wijst ook op een journalistiek ongewenste parti-pris. Waarin verschilt het steunen van het CDA principieel van het financieren van Greenpeace?

Sterker nog: logischerwijs zou een gang naar de stembus voor journalisten taboe verklaard moeten worden. Het uitspreken van een voorkeur in het stemhokje betekent immers het versterken van één politieke groepering en dus het opgeven van de journalistieke neutraliteit. Wie meent dat hoofdredacteuren en politiek journalisten geen lid mogen zijn van een partij, zou ook moeten vinden dat zij bij verkiezingen behoren af te zien van het uitbrengen van een stem.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.