politiek

Antiradicalisering is een zaak van de lange adem

Door Eric Vrijsen - 28 september 2014

De Tweede Kamer roept om instant-aanpak van Nederlandse jihadstrijders. Maar als er al een effectieve aanpak is, dan vooral op de lange termijn.

Waar is het medicijn tegen de jihad? Tientallen, mogelijk honderden mannen en vrouwen trekken naar Syrië om zich in de strijd te werpen aan de zijde van Islamitische Staat. Moeten de autoriteiten deze stroming criminaliseren of inkapselen?

De ministers Ivo Opstelten (VVD) van Justitie en Veiligheid en Lodewijk Asscher (PvdA) van Integratie kwamen met een plan van aanpak. In de Tweede Kamer bleken de maatregelen niet ronkend genoeg of juist strijdig met de rechtsstaat. Opstelten verdedigde zich moeizaam waardoor het kabinetsbeleid een hulpeloze indruk achterliet.

In stilte werkte Nederland het afgelopen jaar samen met Marokko om radicalisering te beteugelen, inlichtingen te delen en potentiële jihadstrijders te ontmoedigen. Tijdens bijeenkomsten in Den Haag en Marrakech werd een lijst met aanbevelingen en best practices opgesteld. Het document is nu een aanzet om de jihad internationaal aan te pakken.

Amerika vormt met een groot aantal bondgenoten het Global Counterterrorism Forum. Op initiatief van de Amerikaanse en Turkse minister van Buitenlandse Zaken, John Kerry en Mevlüt Çavusoglu, bespreekt dit forum deze week, en marge van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, een gezamenlijke benadering van de jihadstrijders.

‘Uitgangspunt daarbij zijn de voortreffelijke maatregelen die Nederland en Marokko zijn overeengekomen om radicalisering tegen te gaan,’ zegt reizend ambassadeur Robert A. Bradtke, verbonden aan het Bureau of Counterterrorism van het State Department in Washington en belast met de aanpak van jihadstrijders in Syrië, of zoals zij in Amerika neutraal heten: foreign fighters. Bradtke was vorige week in Den Haag voor overleg.

Taboe

De retoriek op het Binnenhof is onder invloed van Geert Wilders (PVV) kort aangebonden. Ook andere fracties eisen instant-oplossingen. Maar dat is niet hetzelfde als effectieve bestrijding. In de Verenigde Staten is het beschimpen van religies een taboe, waardoor de aanpak van ‘buitenlandse strijders’ vanuit een zekere politieke correctheid begint. Er is meer begrip voor geduldig beleid, mits het effect sorteert.

In de praktijk is de antiradicalisering ook in Nederland een zaak van lange adem. Het succes van die aanpak bleek voor het eerst in maart 2008 toen Wilders Fitna uitbracht. Binnen enkele uren downloadden miljoenen mensen de anti-islamfilm. Het kabinet-Balkenende vreesde een woedeuitbarsting van moslims. Die bleef uit. Politie en geheime dienst AIVD hadden allerlei islamitische leiders vooraf gemasseerd.

De antiprovocatie ligt gevoelig in Marokkaanse kringen. Er is grote aarzeling te spreken over het stille verbond met gemeente, politie en AIVD. Maar het is wel de praktijk. Elke vrijdag waarschuwen imams hun volgelingen voor ronselaars. Houd opgroeiende kinderen in de gaten! De uittocht van zeker 130 fanatici naar Syrië werd niet voorkomen. Maar alles zou vermoedelijk veel massaler zijn als moskeegangers niet werden gewaarschuwd, maar juist opgejuind.

In theorie is iedere terugkerende strijder een potentiële terrorist. Bij allerlei aanslagen en geplande aanslagen in Europese landen waren jihad-veteranen betrokken, ook Nederlandse. Toch is de ene jihadist de andere niet. Eén op de tien teruggekeerden zou met terroristische plannen rondlopen. De overigen zijn vooral gedesillusioneerd: ze dachten te kunnen strijden tegen ongelovige onderdrukkers, maar raakten verzeild in een bloedige oorlog tussen moslims onderling.

Grenzen

Het kabinet staat op het punt om F-16’s of commando’s naar Irak te sturen. Dat versterkt het slachtoffer-denken in islamitische kring: het Westen vermoordt opnieuw moslims en Nederland doet mee. De islamitische ronselaars kunnen zich geen beter scenario voorstellen. Wacht maar tot er een bom verkeerd terechtkomt en er kinderen sterven.

Hoe om te gaan met de jihadstrijders? Voor de rechter brengen, zodat ze wegens gebrek aan bewijs worden vrijgesproken? Zonder vorm van proces opsluiten in een Guantánamo Bay op de Wadden? In beide gevallen maak je helden van ze. ‘Laat ze gaan,’ vindt Wilders. ‘Maar neem hun paspoort en nationaliteit af, zodat ze nooit meer terugkeren.’ Was het maar zo makkelijk. Alle grenzen zijn poreus.

Islamitische terroristen hanteren westerse middelen om het Westen op zijn kwetsbaarste punten te raken. Al-Qa’ida gebruikte in 2001 de binnenlandse luchtvaart van de Verenigde Staten. IS manipuleert de hypergevoelige publieke opinie via onthoofdingsfilmpjes. Tijd voor antipropaganda. In Washington zit een communicatiecentrum voor contraterrorisme dat internet afstruint.

‘Zodra er monsterlijke leugens, valse beschuldigingen of bloedige scènes worden uitgezonden, slaat het centrum terug,’ zegt ambassadeur Bradtke. ‘We mogen internet en de sociale media niet aan de terroristen overlaten.’ De medewerkers van het centrum zoeken op internet vooral naar verhalen van ontgoochelde jihadgangers. Hun uitlatingen worden verspreid.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.