politiek

Senatoren brachten kabinetten vaker in gevaar: vier voorbeelden

Door Tom Reijner - 18 december 2014

Drie Eerste Kamerleden van regeringspartij PvdA zijn er verantwoordelijk voor dat nu al voor de derde dag koortsachtig wordt overlegd om de ontstane kabinetscrisis op te lossen. In het verleden zorgden dwarsliggers in de Senaat vaker voor (ernstige) spanningen in de coalitie.

Toch is het in de parlementaire geschiedenis maar drie keer gebeurd dat een kabinet in elkaar klapte door toedoen van de Eerste Kamer.

De Senaat is van oudsher terughoudend als het om saillante politieke kwesties gaat en stemt feitelijk alleen tegen als het om een belangrijk wetsvoorstel gaat. In deze vier gevallen was er sprake van een dusdanige spanning, dat het voortbestaan van het kabinet op het spel stond.

1. Verhuurdersheffing (2013)

Precies een jaar geleden was PvdA-senator Adri Duivesteijn ook al de aanstichter van een crisissfeer rond Rutte II. Met het verschil dat hij toen alleen opereerde, en niet zoals nu met medestanders (Guusje ter Horst en Marijke Linthorst).

Hij dreigde enige tijd het Woonakkoord te blokkeren – tot hoofdbrekens van minister Stef Bos (VVD, Wonen) – maar was uiteindelijk toch bereid de verhuurdersheffing te steunen. Die heffing was een cruciaal onderdeel van gesloten akkoord – als de heffing zou stranden, zou er een begrotingsgat van 1,7 miljard euro zijn ontstaan. Alle zeilen moesten worden bijgezet om de opstandige Duivesteijn alsnog binnenboord te houden. Dat lukte, ternauwernood.

2. Gekozen burgemeester (2005)

Ook in 2005 lag een weerbarstige PvdA’er ten grondslag aan een crisissituatie. Eerste Kamerlid Ed van Thijn besloot om, samen met zijn fractie, niet akkoord te gaan met een grondwetswijziging die moest leiden tot de gekozen burgemeester – een ‘kroonjuweel’ van de toenmalige regeringspartij D66.

Een echte crisis in het kabinet tussen VVD,  CDA en D66 kon worden afgewend, maar verantwoordelijk minister Thom de Graaf (D66, Bestuurlijke Vernieuwing) pakte wel zijn biezen. Alexander Pechtold werd zijn vervanger, en Balkenende II kon gewoon verder. De politieke gebeurtenis ging de geschiedenisboeken in als de ‘Nacht van Van Thijn.

3. Correctief referendum (1999)

De kwestie werd door Hans Wiegel overigens betiteld als het ‘Avondje van Van Thijn’. Maar de VVD-prominent was ook zelf verantwoordelijk voor een kabinetscrisis en kreeg daarom zijn eigen ‘Nacht’.

Ditmaal waren de gevolgen een stuk ingrijpender, omdat het kabinet ten val kwam. De toenmalige senator sprak zich met een ferm ‘nee’ uit tegen het correctief referendum.

Ook hier betrof het een speerpunt van D66, dat toen samen met PvdA en VVD het tweede kabinet-Kok (Paars) vormde: het correctieve referendum. Van lange duur was de breuk in het kabinet niet: er werd een succesvolle lijmpoging ondernomen, waardoor Kok en zijn ministers weer volwaardig aan de slag konden.

4. Verwerping spoornet (1860)

Vier dagen lang debatteerde de Eerste Kamer over een wetsvoorstel over de aanslag en exploitatie van de Noorder- en Zuiderspoorweg.

De voorstanders trokken aan het kortste eind: met 20 tegen 17 stemmen werd het voorstel verworpen. Daardoor viel het – overigens weinig succesvolle – liberaal-conservatieve kabinet onder leiding van Jan Jacob Rochussen. Nog maar twaalf jaar na de Grondwet (1848) van Johan Rudolph Thorbecke bracht de Eerste Kamer een regeringsploeg ten val.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.