Eric Vrijsen

D66-plan voor toelatingsexamen bewindslieden is krom en oppervlakkig

Door Eric Vrijsen - 25 juni 2013

Het voorstel om kandidaat-bewindslieden een soort toelatingsexamen te laten afleggen, zou ongetwijfeld fantastische televisie opleveren. Maar goed doordacht is het plan bepaald niet.

De Tweede Kamer vergaderde maandag over het eigen functioneren. Behalve over een noodzakelijke kostenbesparing, ging het ook over de extra schwung die sommige partijen in het parlement willen brengen.

In 2012 zette een Kamermeerderheid het staatshoofd voortaan buitenspel bij de kabinetsformatie. D66 wil op deze weg doorgaan en de Kamer nog meer regie geven.

Fantastische televisie

Kandidaat-bewindslieden zouden een soort toelatingsexamen moeten afleggen, waarna de Kamer beoordeelt of ze capabel zijn en een ‘zwaarwegend advies’ geeft aan de formateur.

Zo’n procedure leidt natuurlijk tot fantastische televisie. Professor Akkermans – het onsterfelijke, door Kees van Kooten gespeelde personage van de popelende bijna-minister – wordt dan publiekelijk doorgezaagd over zijn eerdere missers in het lokaal bestuur, zijn vechtscheiding, zijn pensioen-bv en zijn ontdoken militaire dienst.

Krom

Het is echter niet de taak van de Tweede Kamer om de media te voeren. Het voorstel is krom en oppervlakkig. Zo zou ook de formateur, per slot beoogd premier, de parlementaire toets moeten ondergaan.

Vervolgens krijgt hij een ‘zwaarwegend advies’ van de Kamer over zichzelf.  De premier zal later met dat papier wapperen, zodra de Kamer kritisch wordt: ‘Beste vrienden, u wilde mij en dit beleid echt hebben, hoor!’

Onder ede

Ook het voorstel van de ChristenUnie om voortaan allerlei getuigen onder ede te horen, is ondoordacht. Op dit moment kan dat alleen tijdens parlementaire enquêtes.

De verhoren worden dan minstens een half jaar voorbereid en worden voorafgegaan door informele gesprekken. Als Kamerleden formateurtje en rechtertje gaan zitten spelen, ontstaan de grootst mogelijke brokken.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.