Désirée Bonis bewijst Nederlandse diplomatie slechte dienst

27 augustus 2013

Het vertrek van PvdA-Kamerlid Désirée Bonis is bepaald geen reclame voor de diplomatieke dienst, die toch al geen beste naam had. Interessant is dat Bonis aantoont dat fractieleider Samsom coalitierust verkiest boven ‘gedoe’ in de partij.

Toen ik het opgestapte PvdA-Kamerlid Désirée Bonis vorige maand op een bijeenkomst sprak over haar beslissing de Kamer te verlaten, raakte ze geëmotioneerd. Op een onheuse manier, zo vertelde Bonis mij, is zij keihard in de steek gelaten.

Mensen die aan stemmingswisselingen lijden, zijn fataal geweest voor haar functioneren. Ze zou naar buiten treden wanneer ze daaraan toe was. Stiekem hoopte ik dat ze dan wereldkundig zou maken wie wat heeft veroorzaakt.

Wrokkig

Mijn hoop blijkt ijdel, nu Bonis afgelopen zaterdag middels een ingezonden stuk in landelijk dagblad heeft uiteengezet waarom ze de handdoek in de ring heeft gegooid. Haar toon was zakelijk en haar analyse nuchter.

Concrete voorvallen met sappige details heeft ze, waarschijnlijk bewust, buiten haar stuk gehouden. Mogelijk wenst ze niet te worden herinnerd als wrokkig – en ongelijk heeft ze niet.

Bonis beklaagde zich over twee punten: het overlaten van de zogenaamde ‘buitenlandhoek’ aan de VVD en de strakke fractiediscipline die belangrijker bleek dan de sociaal-democratische principes. Aan de hand van drie voorbeelden – de statusverhoging van de Palestijnen bij de Verenigde Naties, de Europese missie naar Mali en de opvang van Syrische vluchtelingen in Nederland – zette ze haar ergernis uiteen over de liberale dominantie van het buitenlandse beleid.

Imam

Hierdoor kon ze haar eigen inzichten en expertise amper aanwenden om wezenlijke invloed uit te oefenen.

Bonis, die ambassadeur is geweest in Syrië, weet bovengemiddeld veel van de Arabische wereld. En dus had ze de discussie over die regio wezenlijk kunnen beïnvloeden, althans dat denkt ze, als de VVD niet de ‘buitenlandhoek’ had gekregen.

Maar op belangrijke punten waar Bonis wel bij betrokken was, zoals de beslissing om de Syrische oppositie te erkennen die destijds door een imam werd geleid, vermeldt haar stuk uiteraard niets. Bonis, haar partij en ‘haar minister’ spreken over die imam, Moaz al-Khatib, alsof hij hun kroonprins is.

Onwetend

Wat is het toch beschamend dat een verlichtingspartij andere volkeren die uitkijken naar vrijheid en vooruitgang het gunt, nee sorry, ze dwingend aanmoedigt om te worden geleid door een geestelijke.

Mijns inziens is dit een onuitwisbare smet op het blazoen van de PvdA en het zoveelste bewijs dat de sociaal-democraten mensen het liefst dom en onwetend houden.

Een ander interessant punt betreft de strakke fractiediscipline en de ‘vaardige regie’ waarover Bonis klaagt. Haar voormalige fractieleider Diederik Samsom zei afgelopen april nog: ‘Ik ben in de Kamer gebleven omdat ik de voortgang van mijn idealen wil bewaken.’

Gedoe

Behalve het feit dat deze uitspraak een belediging is voor de PvdA-bewindspersonen die blijkbaar bij toetreding tot het kabinet hun idealen uit het oog verloren, klopt zij praktisch gezien niet. Bonis toont aannemelijkerwijs aan dat Samson uiteindelijk de coalitierust boven het gedoe verkiest.

Dit zou commentatoren en opiniemakers moeten teleurstellen. In Samsom zag het merendeel van hen de Bolkestein van de PvdA die vanuit de Kamer zijn PvdA-smaldeel in het kabinet aanstuurt en tegelijkertijd zijn partij scherp inhoudelijk leidt.

Wat ik in de kwestie Bonis opvallend vind, is hoe weinig Nederlandse diplomaten de overstap naar de politiek succesvol hebben kunnen zetten, met oud-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot (CDA) als de belangrijkste uitzondering.

Haagse wateren

Illustere voorgangers van Bonis, zoals Eveline Herfkens (PvdA) en Mariko Peters (GroenLinks) hebben nooit de indruk gewekt veel van de politiek te begrijpen maar uitsluitend uit te zijn op eigen gewin. Nu had Bonis, voor zover ik weet, minder last van dat laatste.

Toch zijn verdienen ze geen van drie navolging. En de huidige Kamerleden die uit de diplomatie komen, zoals Sjoerd Sjoerdsma (D66) of Bram van Ojik (GroenLinks), wekken ook niet de indruk zich als vis in de Haagse wateren te voelen. Dit is meer dan een kwestie van gewenning en tijd.

Gesloten deuren

Het vak van diplomaat verschilt namelijk wezenlijk van dat van politicus. Een essentieel verschil ligt in het feit dat een diplomaat een uitvoerder is terwijl een politicus controleur en wetgever is.

Een ander verschil is dat een diplomaat wordt benoemd en een politicus wordt gekozen. Dit heeft gevolgen voor de verantwoordingsmechanismen van beide beroepen. Een diplomaat verantwoordt zich achter gesloten deuren aan zijn of haar leidinggevende en hoeft daarvoor niet langs talkshows en actualiteitenrubrieken.

Terwijl een politicus voortdurend in de schijnwerpers staat om kiezers uit te leggen waarom hij doet wat hij doet. En wie denkt deze verschillen makkelijk te kunnen overbruggen, gelooft heilig dat de timmerman probleemloos tot een bakker kan transformeren. Ik zou nooit van zo’n bakker iets durven kopen.

Uitglijders

Het lijkt mij daarom wijs wanneer Frans Timmermans ervoor waakt geen eervolle vermelding te verwerven op het lijstje van in de politiek mislukte diplomaten, hoewel zijn uitglijders een belangrijke kanshebber van hem maken.

In algemene termen kun je stellen dat de kwestie-Bonis niet de beste reclame is voor de Nederlandse diplomatieke wereld, die al een beroerd imago had en niet bekendstond om haar kennis en kunde.

Ik heb het hierbij niet over twee Nederlandse pioniers: Peter van Walsum en Koos van Dam. Deze vakmensen hebben onze diplomatie een allure gegeven die tegenwoordig helaas zeldzaam is. Laten we hopen dat de huidige generatie jonge diplomaten in hen een inspiratie en een voorbeeld weet te vinden.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.