Afshin Ellian Afshin Ellian

Lafaards kunnen ver komen in de Nederlandse politiek

Door Afshin Ellian - 17 februari 2014

Eind jaren tachtig zag komiek Rudi Carrell zich gedwongen het Iraanse volk excuses aan te bieden na een grap over imam Khomeini. De laffe reactie van de Nederlandse politiek, in het bijzonder van minister Hans van den Broek, was ontluisterend.

Op een Valentijnsdag veranderde zijn leven voorgoed. Van een vrije intellectueel werd hij een opgejaagde man. Op 14 februari 1989 sprak imam Khomeini, de toenmalige leider van Iran, een fatwa uit over de Britse schrijver Salman Rushdie.

Ruim 25 jaar geleden vroeg imam Khomeini alle moslims om niet alleen de schrijver, maar ook de uitgevers en vertalers van Rushdies boek De duivelsverzen te doden. Ze moesten allemaal worden geëxecuteerd – hij gebruikte het woord ‘executie’.

Dieptepunt

Daarmee achtte Khomeini zichzelf de opperrechter van de aarde. Het was een dieptepunt in de geschiedenis van de internationale betrekkingen. De hele westerse wereld werd met het doodvonnis van Rushdie zwaar beproefd.

Al twee jaar eerder werd het Westen bedreigd door de aanhangers van Khomeini. In zijn artikel ‘The Rudi Carrell Affair and its significance for the tension between theoterrorism and religious satire’ schrijft hoogleraar Paul Cliteur over de Rudi Carrell-affaire, de voorbode van onder andere de Rushdie-affaire, de Ayaan-affaire, de Deense cartoon-affaire, de Fitna-affaire en de koranverbrandingsaffaire.

Grapjes

Theoterrorisme is een intrigerend begrip, uitgevonden door Paul Cliteur. Rudi Carrell (1934-2006), een geboren Nederlander, was een in Duitsland zeer populaire komiek. Op de Duitse televisie nam hij geregeld politici en andere beroemdheden op de hak: van Helmut Kohl tot Margaret Thatcher.

Nooit werd hij door deze beroemdheden bedreigd. De situatie veranderde toen Carrell grapjes over het islamitische Iran begon te maken, grapjes over imam Khomeini. Ook over de paus maakte hij grapjes, maar zonder ernstige consequenties.

Khomeini was op dat moment de hoogste politieke leider van Iran. Elke dag bracht het Iraanse regime honderden mensen in de moskee waarin Khomeini woonde en werkte. Daar ontmoette hij de menigte.

Bloedhonden

Er zijn beelden van een vrij enthousiaste menigte mensen die Khomeini bijna konden aanraken. Carrell zond in februari van dat jaar in zijn programma een kort filmpje uit van een menigte die damesondergoed naar Khomeini gooide.

Dat filmpje was gemaakt met montagetrucs. De aanhangers van Khomeini vielen de Duitse ambassade aan: West-Duitse vlaggen werden verbrand en Duitsers verlieten Iran.

Van een massamoordenaar kun je geen zachtzinnigheid verwachten. Het was niet onbegrijpelijk dat Khomeini zijn bloedhonden op de Duitsers afstuurde.

Terreur

De reactie van het Westen op deze illegale aanval op de Duitse ambassade en Duitse burgers, is eigenlijk interessanter dan de handelingen van Khomeini. Hier begon volgens Cliteur het moderne theoterrorisme, oftewel terreur in naam van Allah.

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken reageerde als volgt: Carrell maakt grapjes over alle beroemdheden, en de Duitse staat garandeert de vrijheid van meningsuiting. ‘We hope that we can smooth matters out somewhat by explaining that West Germany has free television, press and radio over which the state has no control,’ zei de Duitse minister.

Die arme Carrell bood later, onder druk van de politiek, het Iraanse volk zijn verontschuldigingen aan.

Omstreden

Hoe Nederland reageerde? Laf, laf en nog eens laf. Hans van den Broek (CDA) was indertijd minister van Buitenlandse Zaken. Op 23 februari wilde actualiteitenprogramma Achter het nieuws een reportage uitzenden over de Rudi Carrell-affaire. Daarvoor moesten ook beelden worden uitgezonden van de omstreden uitzending van Rudi Carrell over de Iraanse leider Khomeini.

De presentator was Paul Witteman. In Hilversum werd de zaak ten onrechte aangeduid als ‘Wittemans slipjesaffaire’ aangeduid. Het zou moeten heten: de Hans van den Broek-slipjesaffaire.

DDR

Tijdens de uitzending, voordat het omstreden fragment werd uitgezonden, belde minister Hans van den Broek live in. Hij gedroeg zich op dat moment precies zoals zijn collega’s in Iran en de DDR. Hij belde naar Hilversum, en was live te horen op de nationale televisie, terwijl hij de presentator Paul Witteman met klem verzocht om de reportage niet uit te zenden.

Van den Broek zei dat hij over aanwijzingen beschikte dat na uitzending van deze reportage onze ambassade in Teheran zou worden aangevallen. Naar alle waarschijnlijkheid had de Iraanse ambassadeur het ministerie gebeld en daarbij deinsde hij niet terug om de Nederlandse ambassade te bedreigen.

De minister van Buitenlandse Zaken benadrukte in zijn gesprek met Witteman dat hij de uitzending niet kon verbieden, maar hij vroeg Witteman om het niet uit te zenden, want boze baardmannen zouden onze ambassade aanvallen.

Censuur

Door zijn lafheid moedigde Hans van den Broek onbewust het islamitische terrorisme aan om het Westen verder onder druk te zetten en te bedreigen wanneer ze het oneens zijn met een westerse intellectueel, presentator of komiek.

Van den Broek minachtte tegelijkertijd de Nederlandse Grondwet, waarin elke vorm van censuur, ook intimiderende indirecte censuur door de overheid, onvoorwaardelijk wordt verboden. Van den Broek is nooit serieus ter verantwoording geroepen: in de Kamer bestond brede steun voor hem.

Lafaards kunnen ver komen in de Nederlandse politiek.

Van de Rudi Carrell-affaire, en vooral van het gedrag van politici zoals Van den Broek, leerde Khomeini de westerse zwakte. Precies twee jaar later gaat Khomeini nog een stap verder: de Rushdie-affaire.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.