Het politieke onvermogen in de kwestie-Wilders is ontluisterend

25 maart 2014

Terwijl het Wilders niet lukt om zijn Marokkanen-uitspraak geloofwaardig uit te leggen, gaan zijn critici voorbij aan de problemen die er wel degelijk zijn. Door al dit onvermogen vergeten we bijna het verontrustende optreden van Jos van Rey in Roermond.

Over PVV-leider Geert Wilders is de laatste jaren veel gezegd en geschreven. Het publieke debat dat zich daarbij aftekende, had meer het karakter van emotioneel theater tegen Wilders dan een discussie met Wilders.

Dat kwam vooral doordat de PVV-voorman zich selectief onderwerpt aan het zwaard van de media. Op televisie in debat gaan met anderen over zijn standpunten, iets wat zijn collega-politici vaak doen, is aan hem niet besteed.

Naar eigen zeggen omdat de media in Nederland links zijn. Dat is misschien waar, maar ook bij ‘rechtse’ media loopt Wilders de deur bepaald niet plat.

Onzinnig

De vraag werpt zich op welke toegevoegde waarde de ideeën van een politicus hebben wanneer hij ze nergens in de publieke arena durft te verdedigen.

Wanneer hij kennelijk niet kan of wil omgaan met tegenargumenten en het zich daarom veroorlooft zijn volgelingen onzinnige zaken te beloven zoals ‘minder Partij van de Arbeid’ of weerzinwekkende voorstellen te doen zoals het ‘regelen’ van minder Marokkanen.

Gevraagd naar de wijze waarop de PVV het aantal Marokkanen wil verminderen, draaide Wilders om de hamvraag heen. Terwijl een meesterpoliticus als hij helder moet kunnen uitleggen hoe hij zijn ideeën wil realiseren.

Wil hij burgermilities en knokploegen in het leven roepen om Marokkanen te arresteren? Wil hij ze alsnog door de knieën schieten? Schenkt hij ons land een nieuw meldpunt, Meld Marokkanen Anoniem? Hoe wil hij het regelen, minder Marokkanen?

Moralisme

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de politieke partijen in Nederland enorm hebben gefaald op het domein van de drie i’s: islam, immigratie en integratie.

Sinds 2004, het geboortejaar van de Groep Wilders, zijn we niet verder gekomen dan moralistische hoon en opgeheven vingertjes over de toon van de PVV. Terwijl de problemen die op de politieke agenda horen te staan, de toekomst van de Nederlandse samenleving diepgaand zullen beïnvloeden.

Een van de cruciale vragen die inmiddels beantwoord had moeten zijn: wat is het absorptievermogen van de Nederlandse samenleving als het aankomt op islamitische immigratie? Waarom laten we voortaan niet slechts groepen toe wier normen en waarden verenigbaar zijn met de onze, zodat immigratie ook ten goede komt aan het ontvangende land?

Welk concreet beleid is aangenomen om criminele Marokkaanse jongeren, die zelfs voor hun ouders onhandelbaar zijn, aan te pakken?

Ronselen

Het politieke onvermogen dat zich bij deze kwesties aftekent, is stuitend. D66-leider Alexander Pechtold verweet Wilders dinsdagmorgen in de Volkskrant dat hij geen oplossingen biedt. Welke oplossingen, behalve het roepen van vrijheid-blijheid, biedt D66 eigenlijk wanneer het aankomt op de drie i’s?

In de hitte van de discussie over Wilders’ uitspraken vergeten we een ander verontrustend fenomeen. De van corruptie, witwassen, schending van het ambtsgeheim en het ronselen van stemmen verdachte ex-wethouder Jos van Rey haalde met zijn partij Liberale Volkspartij Roermond eenderde van de stemmen in zijn stad.

Het liberalisme moet zijn handen er zo spoedig mogelijk vanaf trekken wanneer lieden als Van Rey het gebruiken voor eigen gewin. Ja, Van Rey is nog steeds verdachte en de rechter moet zich nog buigen over zijn zaak.

Zuivere reputatie

Maar Van Rey mist het geringste normbesef. Anders had hij gewacht tot het moment waarop zijn blazoen zou zijn gezuiverd om terug te keren in de lokale politiek.

Deze ‘italianisering’ van de Nederlandse politiek vormt een gevaarlijke precedent en een breuk met de zuivere reputatie van bestuurlijk en politiek Nederland, dat in de toptien staat van minst corruptie landen wereldwijd.

Johan Huizinga roemde die reputatie in Nederland’s geestesmerk (1934): ‘In Nederland, maakt een hoge standaard van publieke eerlijkheid vergaande corruptie onmogelijk.’

Of die hoge standaard overal in Nederland even hard geldt, valt moeilijk te zeggen. In sommige provincies ligt de focus te veel op de resultaten en te weinig op de weg ernaartoe. In 1864 was Van Reys provincie getuige van een van de eerste corruptieschandalen in de Nederlandse geschiedenis.

Heilige

In de ‘Limburgsche brievenaffaire’ beloofde een liberale minister van Financiën tijdens de verkiezingsstrijd in een brief de voorgenomen belastingverhoging voor Limburg tegen te houden als de lokale kiezers opnieuw op het liberale Kamerlid van dat kiesdistrict zouden stemmen.

De strijd tussen katholieken en liberalen was hard en alles was geoorloofd – maar dat was honderdvijftig jaar geleden.

Toch zouden dezelfde motieven Van Rey hebben gedreven. Hij las het CDA in Limburg graag de les en hing zelf de heilige uit.

Kende hij zijn geschiedenis maar, dan had de brievenaffaire hem tegen zichzelf kunnen beschermen en Nederland Italiaanse taferelen kunnen besparen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.