Zelfbenoemde EU-helden schaden het imago van het Westen

08 april 2014

Door zich met goedkope heldhaftigheid te mengen in buitenlandse crises, denken Europese ‘liberalen’ in aanzien te stijgen. Maar zodra het serieus wordt, hoor je nog maar weinig van types als Hans van Baalen en Guy Verhofstadt.

Van oudsher kent het Westen een sterke schuldcultuur, waarvan de oorsprong ligt in het christendom. Dat de Godszoon als het Lam Gods werd opgeofferd om de menselijke zonden weg te nemen, ligt aan de basis van die schuldcultuur.

De schuldcultuur overschaduwt een andere, even belangrijke cultuur, die het Westen uit de Grieks-Romeinse Oudheid heeft geërfd: de schaamtecultuur. Die is nog vooral te zien in de oosterse wereld, waar schaamte gepaard gaat met eergevoelens en waar goed en kwaad hun eigen betekenis hebben.

Goed is respect krijgen en goede indruk maken; kwaad betekent geminacht worden. Alle Arabische staten en Japan kennen een schaamtecultuur waarin alles draait om de schone schijn en ‘wat de buren ervan denken’.

Loodzwaar

Als christen geboren in het Oosten, vind ik beide culturen belangrijk. Toch betrap ik mijzelf vaker op schaamtegevoelens dan op schuldemoties.

Voor mij kent schaamte verschillende oorzaken. Je kunt je schamen voor zaken die buiten je schuld liggen – hierover kunnen de huidige Duitse generaties meepraten. Het moet loodzwaar zijn om je te schamen voor het geërfde verleden van je land.

Maar dat is nog altijd draaglijker dan je te moeten schamen voor zaken waarop je als mens en burger wel invloed hebt, zoals je eigen politici.

En dat gevoel overheerst als ik nadenk over de crisis in Oekraïne en de rol van westerse en Nederlandse politici daarin. Die zijn in te huren voor ophitsingsfeesten en inmengingspartijen, om als clowns van het fijnste soort mensenmassa’s te vermaken of verdwaald op pleinen hun tijd te verdrijven. In beide gevallen op zoek naar faam en erkenning die ze in eigen land onvoldoende toekomt.

Podium

Wat zij elders aanrichten, schaadt ons imago als land. Het doet anderen ons minachten en stelt het kwade boven het goede – precies zoals de mooie bespiegelingen over de schaamtecultuur zijn. Maar theorie is praktijk geworden.

Dat wij zulke politici tot de hoogste ambten hebben gekroond, zegt weinig goeds over ons. Zij zijn het slechtst denkbare visitekaartje. Zij achten zichzelf verantwoordelijk voor het uitdragen van de westerse beschaving, met nadruk op beschaving, maar beschikken niet over het vermogen goed en kwaad te onderscheiden.

Europarlementariër Hans van Baalen (VVD) dacht de geschiedenis vanuit zijn breedste poorten te kunnen betreden door zichzelf op een podium te hijsen, malle handgebaren te maken en ‘de helden van de revolutie’ te groeten.

Pijnlijk voor Van Baalen is dat veel van die demonstranten aangesloten zijn bij een beweging die Van Baalens europarlement heeft aangeduid als ‘racistisch, antisemitisch en xenofoob’. Zo werd in 2012 Svoboda, de ploeg van de mannen met bivakmutsen, traangasmaskers en zware gevechtskleren, in een resolutie van het Europees Parlement omschreven.

Racistisch

Van de leider van Svoboda is bekend dat hij graag de Hitlergroet brengt en geregeld oproept tot verzet tegen de ‘Moskovitisch-Joodse overheersing van Oekraïne’. Met die man stond EU-buitenlandchef Catherine Ashton trots op de foto.

Zij verschilt weinig van de PVV die het Front Nationaal omarmt: ook Ashton wil samenwerken met de Oekraïense oppositie, waarin Svoboda en andere radicale militanten de boventoon voeren. Sterker, twee antisemitische en racistische partijen zitten in de nieuwe Oekraïense regering die het EU-associatieverdrag heeft getekend.

Waarom roept Van Baalen dit soort figuren uit tot revolutiehelden? Juist hij, die lang is achtervolgd door geruchten over ongure politieke sympathieën, had zich driemaal moeten bedenken alvorens deze woorden uit te spreken.

Het is onlogisch dat hij niet wist wat de samenstelling was van de Oekraïense demonstranten: dat was vanaf het begin bekend. Maar daarvan wilde hij niets weten, zoals hij dat ook in het Syrische conflict niet wilde weten.

Kleine jongens

Alle ondeugende, jihadistische en bloeddorstige krachten konden rekenen op het ‘liberale’ trio Van Baalen, Guy Verhofstadt en Uri Rosenthal. Je zou bijna denken dat liberalen tegenwoordig een neus hebben voor verdorven krachten.

Aan de goedkope heldhaftigheid waarmee deze en andere heren en dames tot staatsmannen denken te kunnen stijgen, zit een keerzijde. Als de situatie echt uit de hand loopt, zoals in Oekraïne, zijn ze nergens te bekennen. Ze verstoppen zich onder tafel, met zo veel amateurisme dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken zich genoodzaakt voelt ‘Fuck the EU’ te zeggen.

Van die EU is onze ook eigen minister van Buitenlandse Zaken onderdeel. Hij ging naar Kiev om de Oekraïense demonstranten te steunen. Waarom eigenlijk? Wat heb je te zoeken bij interne geschillen in andere landen?

Harde taal

Later was hij een van de laatsten die de Russische annexatie van de Krim veroordeelden en vergaande sancties tegen Rusland bepleitten.

Wat wil Nederland? Verbale steun aan de Oekraïense demonstranten maar geen harde sancties tegen Rusland? Een land dat beide houdingen denkt te kunnen combineren, lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis.

De crisis in Oekraïne legt bloot wat de harde taal van het Westen tegen de Russische opstelling in Syrië waard was: een prachtige ronde nul.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.