Syp Wynia

Windmolen-manie: klimaatbeleid moet energiebeleid worden

Door Syp Wynia - 31 oktober 2014

Klimaatbeleid moet snel energiebeleid worden. En subsidies voor windenergie stimuleren de uitstoot van foute gassen.

Nederlandse gezinnen gaan de komende jaren weer hogere heffingen betalen over hun stroomrekening om de bouw en exploitatie van windmolens te bekostigen. De vervijfvoudiging van het aantal windmolens op zee en de verdubbeling daarvan op land kosten zo’n 18 miljard euro. Dat komt boven op de lopende miljardensubsidies.

Akkoord

Die windmolens vormen de belangrijkste pijler onder het Energieakkoord dat het kabinet-Rutte II een jaar geleden sloot met tientallen actiegroepen en belanghebbende bedrijven, die de rekening bij de burgers neerleggen.

Als al die gesubsidieerde windmolens zouden leiden tot waarvoor ze zijn bedoeld – minder klimaatverandering door minder verbrande koolstof in de lucht – waren de subsidies wellicht verdedigbaar.

Maar zelfs dat doel wordt niet of nauwelijks gediend. Al was het maar omdat er vooral steenkolencentrales draaiend moeten worden gehouden voor als het niet, of te hard, waait.

Toch heeft het kabinet getekend voor het kostbare, landschap- en natuurverstorende windmolenprogramma, omdat het wil dat Nederland volop meedoet aan Europese klimaatdoelstellingen.

Die normen dateren uit 2007, toen leiders van de Europese Unie – de Duitse bondskanselier Angela Merkel voorop – zich het hoofd op hol lieten brengen door de Amerikaanse politicus Al Gore, die apocalyptische beelden schetste van de ondergang van de aarde.

Emoties

Het heeft er alle schijn van dat vooral Noord-Europese politici zich door emoties laten leiden als het om energiebeleid gaat. Kernenergie is fout, fossiele brandstoffen zijn fout en de onafwendbare toekomst is aan duurzame energie uit wind, zon en waterkracht. Europa zal de wereld daarin voorgaan, dat is het idee.

De harde werkelijkheid voegt zich zelden naar deze romantische geesteshouding. In de werkelijkheid van najaar 2014 zijn fossiele brandstoffen uitzonderlijk goedkoop. Ondanks crises in en rond olie- en gasproducerende landen is de olieprijs sinds het voorjaar gezakt van 115 dollar naar 85 dollar per vat.

Goedkoop

Steenkolen zijn al jaren heel goedkoop. Daar zijn tal van verklaringen voor, zowel leunend op een groter aanbod als op afnemende vraag. In Noord-Amerika zijn bijvoorbeeld nieuwe fossiele voorraden (leisteen, teerzanden) winbaar geworden. Gesubsidieerde energie uit wind en zon vergroot het energieaanbod en drukt dus de prijs. De stagnerende wereldeconomie zorgt ook voor minder vraag en dalende energieprijzen.

Onderwijl liet de Europese Unie – en in haar kielzog Nederland – haar koers op energiegebied vrijwel uitsluitend en wel heel eenzijdig bepalen door de Al Gore-manie van zeven jaar geleden.

Dat ziet het kabinet-Rutte inmiddels ook in. Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans (PvdA) stelde twee maanden geleden in Elseviers H.J. Schoo-lezing vast dat ‘geopolitieke en strategische overwegingen tot nu toe een ondergeschikte rol hebben gespeeld in het energiebeleid van de Europese Unie’.

Daarmee bevestigde Timmermans met zo veel woorden de naïviteit en eenzijdigheid van het EU-energiebeleid, dat tot dusver vooral klimaatbeleid was. Timmermans pleitte voor ‘meer diversiteit in onze energiebronnen en energie-aanbieders’.

Dat waren terechte woorden, maar het kabinet-Rutte handelt daar nauwelijks naar, met zijn voortborduren op het klimaatgestuurde Energieakkoord.

Eindeloos

De Europese Unie kan intussen beter doen waar ze wel goed in is, te weten een goed functionerende, grensoverschrijdende energiemarkt bevorderen, met een optimale infrastructuur. Zodat Franse consumenten kunnen profiteren van Spaanse zonne-energie. En zodat de Baltische staten, verbonden met de rest van de EU, niet door het Rusland van Poetin of diens opvolgers kunnen worden gechanteerd.

Subsidies voor energie moeten niet meer worden gestoken in eindeloze exploitatieverliezen van oude, ondoelmatige technologie, maar in potentieel baanbrekend onderzoek (kernfusie, bijvoorbeeld) waar we tegen het midden van de eeuw echt wat aan kunnen hebben en waardoor de Europese Unie nu eens echt leidend kan zijn.

Nederland en andere EU-landen moeten daarnaast afstappen van door sentimenten gedreven taboes op zaken als kernenergie en schaliegas.

Daar zijn genoeg bezwaren tegen te bedenken, maar energieproductie zonder nadelen en risico’s bestaat niet. Wie een verscheidenheid aan energiedragers en energieleveranciers wil, moet – het naar zee dragen van belastinggeld daargelaten – niets bij voorbaat uitsluiten.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.