Syp Wynia

Hoe Nederland een unieke vrijplaats van vrijzinnigheid werd

Door Syp Wynia - 13 januari 2015

Nederland werd de afgelopen halve eeuw in razend tempo een vrijzinnig land, al werd dat niet zo genoemd. Het klinkt ook wat bedompt en ouderwets. Maar sinds tien jaar vormt de vrijzinnigheid alsnog de nieuwe, links-liberale standaard, betoogt Syp Wynia.

De vrijzinnigheid viert hoogtij. De PvdA noemt zichzelf vrijzinnig, D66 en GroenLinks vinden zichzelf vrijzinnig. Menige VVD’er vindt dat zijn partij ook een vrijzinnige partij is, of in elk geval zou moeten zijn. Van oorsprong is Nederland helemaal niet zo’n vrijzinnig land.

Het calvinisme dat vanaf het eind van de zestiende eeuw de feitelijke staatsreligie was, was een verre van vrijzinnige leer. De preciezen – fundamentalisten zouden we nu zeggen – deelden vaak de lakens uit en de rekkelijken moesten het niet zelden met de dood bekopen.

De stadhouders van de familie Oranje-Nassau kozen doorgaans, zij het niet per se om religieuze als wel om politieke reden, de zijde van de preciezen. Tegen die achtergrond kon prins Maurits zijn politieke rivaal, raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt, in 1619 als landverrader laten onthoofden.

Koning Willem I maakte een soortgelijke keuze, zij het dat hij juist tekeer ging tegen de preciezen, die kritiek hadden op de Nederlands hervormde staatskerk van koning Willem, waar naar hun idee de vrijzinnigheid regeerde. Koning Willem liet het leger, weinig vrijzinnig, optreden tegen de orthodoxe Afscheiders.

Radicalen

In de loop van de negentiende eeuw kregen zowel de Nederlandse vrijzinnigheid als hun orthodoxe tegenhangers ook een politieke component. Liberalen gingen veelal door voor vrijzinnig en vrijzinnig-hervormden gingen door voor liberaal.

Uitgesproken vrijzinnig waren de links-liberalen, ook wel radicalen genoemd, die in het laatste kwart van de negentiende eeuw opgang maakten. Ze namen veel ideeën over van het opkomende socialisme.

Hun belangrijkste ideoloog was de Amsterdamse wethouder – en later minister van Financiën – Willem Treub (1858-1931). Treub moest er niet aan denken over te stappen naar de socialen, maar veel van zijn radicale collega’s deden dat wel.

Radicalen en sociaal-liberalen richtten in 1901 de Vrijzinnig-Democratische Bond (VDB) op, die tot de Tweede Wereldoorlog een relatief bescheiden, maar vaste waarde in de Haagse politiek zou vormen. Liberaal noemden ze zich met nadruk niet, want daarvoor vonden ze zich te sociaal. Een bekende VDB’er was Pieter Oud (1886-1968), onder meer minister van Financiën en burgemeester van Rotterdam.

P.J. Oud liet de VDB in 1946 in het kader van de Doorbraakgedachte opgaan in de nieuw opgerichte Partij van de Arbeid, zoals ook vrijzinnig hervormde predikanten en een enkele katholiek toetraden tot de PvdA.

Maar de vrijzinnig-democraat Oud kreeg al in 1947 spijt van de fusie met de PvdA, die hij te socialistisch vond worden en richtte in 1948 samen met Dirk Stikker – van de meer conservatief-liberale Partij van de Vrijheid – de VVD op, Volkspartij voor Vrijheid en Democratie.

P.J. Oud staat sindsdien te boek als de grondlegger van de VVD die zichzelf liberaal noemt, maar hij was tot 1948 dus geen liberaal, maar een vrijzinnig-democraat, voorman van een partij die niet liberaal, maar vrijzinnig wilde heten.

Darwin

In kerkelijke kring stond de vrijzinnigheid ook niet stil. Binnen de hervormde kerk vormden de vrijzinnigen een factor van belang, al waren de meeste kerkgangers vermoedelijk eerder recht in de leer. Een belangrijke scheiding der geesten vormde de evolutieleer van Darwin, die door de orthodox-hervormden niet werd erkend, omdat die als in strijd met de Bijbel werd beschouwd.

In 1913 organiseerden de vrijzinnig-protestanten zich voor het eerst landelijk. In 1926 ontstond met de oprichting van de Vrijzinnig-Protestantse Radio Omroep (VPRO) zowaar iets van een vrijzinnige zuil.

Vanaf de tweede helft van de jaren zestig maakte Nederland een ware golf van vrijzinnigheid door, al heette dat zelden zo. De VPRO liet zijn religieuze wortels vallen en daarmee ook de titel ‘vrijzinnig’. Vrijzinnig-hervormden discussieerden of God dood was en als ze er uit waren, trokken ze hun conclusies en verlieten velen de kerk.

Maar ook de door de anti-vrijzinnige Abraham Kuyper opgerichte Anti-Revolutionaire Partij, partij voor gereformeerden en sommige orthodox-hervormden, werd vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw van een conservatieve partij een linksgerichte partij die alleen met de PvdA wilde regeren.

Vage noties

In 1966 werd onder leiding van twee ex-Brabantse ex-katholieken – de VVD-georiënteerde Hans Gruijters (1931-2005) en de PvdA-georiënteerde Hans van Mierlo (1931-2010) – de nieuwe partij Democraten 1966 opgericht.

Deze partij werd door sommige vroege leden met historisch besef al meteen gezien als de partij die in het gat moest springen van de in 1946 jammerlijk door de PvdA opgegeten Vrijzinnig-Democratische Bond. Maar Van Mierlo voelde daar aanvankelijk niets voor. Volgens hem moest D66 iets heel nieuws worden en niet belast worden door geschiedenis en ideologie, zelfs niet door de vage noties van vrijzinnigheid.

Terwijl het land in grote meerderheid steeds losser dacht over God, kerkverband en zeden, werd daar zelden het etiket ‘vrijzinnigheid’ opgeplakt. Nederland werd een vrijzinnig land – met uiteindelijk zelfs het homohuwelijk – maar de vrijzinnigheid kreeg daarvoor slechts zelden krediet. Te oubollig, waarschijnlijk.

Dat werd anders na de jongste eeuwwisseling, althans in de politiek. De meeste grote kerken worden weliswaar met de dag vrijzinniger, maar noemen dat doorgaans nog steeds niet zo.

GroenLinks noemde zich tien jaar geleden op voordracht van Femke Halsema plotseling ‘vrijzinnig’. In het PvdA-beginselprogramma dat Wouter Bos tien jaar geleden liet schrijven, heet die partij ook ‘vrijzinnig’. En D66 heeft, anders dan Van Mierlo in 1966 in gedachten had, onder Alexander Pechtold de vrijzinnigheid ook herontdekt en omarmd en verwijst graag naar de radicale voorgangers, en die van de Vrijzinnig-Democratische Bond.

VVD-leider Mark Rutte noemt de VVD dan wel niet ‘vrijzinnig’, maar had in het beginselprogramma dat hij in 2008 schreef wel het begrip ‘verheffing’ willen opnemen, wat zijn partij overigens afwees omdat het te sociaal-democratisch klonk.

Rekkelijk

Met de wens om de VVD tot partij van de ‘verheffing’ te benoemen, kreeg Nederland wel een zeldzaam kijkje op wat Rutte beweegt. Hij betoonde zich niet per se een liberaal, als wel een vrijzinnig-democraat. Nu ja, VVD-oprichter P.J. Oud was ook een vrijzinnig-democraat, tot hij de VVD oprichtte in elk geval.

In religieuze zin hebben de vrijzinnigen ook het pleit gewonnen. Vrijzinnige, rekkelijke opvattingen zijn de nieuwe standaard geworden in Nederland, al zijn christelijke immigranten vaak heel wat minder vrijzinnig. Zij hebben uit hun thuisland veel minder rekkelijke opvattingen meegenomen over God, de mensen en de zedelijkheid. Een beetje zoals de moslims op hun beurt de orthodoxie naar vrijzinnig Nederland hebben gebracht.

Maar ook onder autochtonen is de orthodoxe geloofsbeleving allerminst weg, zoals ook het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dit voorjaar constateerde. ‘De kerken worden kleiner, maar fijner,’ zo vatte het SCP zijn bevindingen samen. De vrijzinnigheid heeft voor kerkgangers de weg bereid naar de uitgang, maar wie in de kerk achterblijft, is vaak weer rechtzinniger in de leer.

Een bijzonder geval is het CDA: een bundeling van partijen die van origine bij uitstek orthodox waren. Een halve eeuw geleden hadden ze nog de meerderheid in de Tweede Kamer. Nu moeten ze het met eentiende van de Kamerzetels doen.

Oranjes

Maar in religieus-politieke zin maakt het CDA ook zelf, zowel door zijn bestaan als door zijn actuele opvattingen over God, staat en zedelijkheid, in wezen deel uit van de onweerstaanbare terugkeer van de vrijzinnigheid in Nederland.

Zoals alle grote kerken in Nederland in feite ook de vrijzinnigheid hebben omarmd. En zoals de samenwerking van de van origine orthodoxe omroepen NCRV en KRO eigenlijk ook een vrijzinnige combinatie is.

De laatste resten echte orthodoxie kunnen nog worden aangetroffen bij de ChristenUnie en de SGP, en in de kleinere kerkverbanden waarmee de kiezers van deze partijen zijn verbonden. De SGP belichaamt bij uitstek wat er nog over is aan politiek-religieuze orthodoxie, al zouden ook de oprichters van de SGP zich in hun graf omdraaien als ze hoorden dat de SGP het vrijzinnige idee heeft opgevat om vrouwen verkiesbaar te laten zijn.

Luidkeels

De PVV, Partij voor de Vrijheid, is eigenlijk ook een product van een halve eeuw voortschrijdende vrijzinnigheid, al was het maar omdat de PVV zich onttrekt aan de orthodoxie van de Nederlandse zuilentraditie. De PVV betoont zich ook vrijzinnig waar deze partij zich luidkeels kant tegen de geïmporteerde islamitische orthodoxie.

Dat laatste vinden de moderne vrijzinnigen dan weer niet vrijzinnig, want die wensen de ene cultuur niet boven de andere te plaatsen. Wat voor de PVV deze vrijzinnigen dan weer tot een soort landverraders maakt, omdat die de deur openzetten voor ‘een middeleeuwse woestijn­ideologie’.

Intussen zijn de Oranjes, anders dan hun voorgangers uit de zeventiende en achttiende eeuw, ook bij uitstek dragers van de vrijzinnigheid geworden. Als ze naar de kerk gaan, doen ze dat bij de vrijzinnig-hervormde dominees Ter Linden, die zulke orthodoxe zekerheden als het leven na de dood, de opstanding van Jezus en zelfs het bestaan van God bij gelegenheid ter discussie stellen.

Nederland werd dus in een halve eeuw van een overwegend conservatief, orthodox land zo’n beetje het meest vrijzinnige land ter wereld – overigens zonder dat als een overwinning van de vrijzinnigheid te betitelen.

Toeval of niet: pas toen de overwegend geïmporteerde, religieuze orthodoxie de kop opstak, gingen politici zich vrijzinnig noemen. Waarop de vrijzinnigheid vervolgens ook zelf weer onderwerp van controverse kon worden.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.