politiek

Hennis wilde niet geheimzinnig doen over aftappraktijken

Door Anna Vossers - 11 februari 2014

Minister Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD, Defensie) wilde niet geheimzinnig doen over de aftappraktijken van Nederlandse inlichtingendiensten. Maar zij wilde ook geen informatie over de werkwijze van de diensten kwijt, om ‘mensen die het minder gezellig met ons voorhebben niet in onze kaarten te laten kijken’.

Met dat eufemisme voor terroristen gaf Hennis dinsdag in de Tweede Kamer aan waarom zij niet eerder de Kamer inlichtte over de aftappraktijken. Het is regel om geen informatie te verschaffen over hoe de inlichtingendiensten werken, zei de VVD-minister, die net als minister Ronald Plasterk (PvdA, Binnenlandse Zaken) uitleg moest geven over het aftappen van metadata en het informeren van de Kamer daarover.

Brief

Op 4 februari lieten Hennis en Plasterk in een brief weten dat de Nederlandse Nationale Sigint Organisatie de metadata had verzameld waarover verschillende media berichtten, en niet zoals Plasterk eerder suggereerde de Amerikaanse NSA. Dat had anders gekund, erkent Hennis.

‘Ik realiseer me dat die brief rauw op uw dak is gevallen. We hadden het een en ander meer context moeten geven. Die summiere brief heeft ook te maken met dat we zo min mogelijk naar buiten willen brengen over onze diensten. Maar als u me vraagt: wat had beter gekund? Dan was dat het moment,’ zegt Hennis.

Niet in achterkamertje

Hennis en Plasterk wisten al vanaf 22 november dat de Nederlandse inlichtingendiensten verantwoordelijk waren voor het aftappen van de metadata. Hennis benadrukt dat zij en Plasterk er lang over hebben gesproken of zij de Kamer zouden informeren nadat zij hoorden dat de NSO de informatie had verzameld. ‘Het is echt niet in een achterkamertje zomaar besloten. Het was een zwaarwegende afweging. We hebben er lang over gesproken,’ aldus de VVD-minister.

Hennis betoogt dat zij en Plasterk op 4 februari bij wijze van uitzondering informatie weggaven over de werkwijze van de diensten, omdat een op handen zijnde rechtszaak hen daartoe dwong.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.