politiek

Bram Peper: burgemeester kan demonstraties reguleren, niet verbieden

Door Liesbeth Wytzes - 18 augustus 2014

Bram Peper (PvdA) was burgemeester in een tijd van roerige demonstraties van extreemrechts, woedende moslims en Joden. Maar verbieden deed hij deze demonstraties nooit.

Burgemeesters liggen onder vuur. Het recentst VVD’er Jozias van Aartsen van Den Haag, waar heftige anti-Israël-betogingen waren en de betogers leuzen riepen als ‘Dood aan de Joden‘. Volgens de woordvoerder van de burgemeester was er juridisch niets onoorbaars gebeurd en vielen zulke woeste kreten onder de vrijheid van meningsuiting, maar zo dacht bepaald niet iedereen.

Macht van een burgemeester

In zijn periode als burgemeester in Rotterdam, 1982-1998, maakte Peper (74) ook het nodige mee op het gebied van demonstraties. Hoe pak je dat aan? Wat mag, wat gaat te ver? Heb je als burgemeester misschien toegang tot listige trucs? Want zoveel mogelijkheden zijn er niet voor iemand met die functie.

Peper: ‘In de jaren zeventig is de functie van burgemeester gemarginaliseerd, omdat de politieke partijen meer de toon gingen zetten. Toen is de burgemeester wat gezag betreft in een vrije val terechtgekomen. Iemand als Wim Thomassen was burgemeester en wethouder van de haven – dat wethouderschap hebben ze hem afgenomen. Maar je wettelijke bevoegdheden kunnen je nooit worden afgenomen en als burgemeester ben je verantwoordelijk voor de openbare orde.’

Demonstraties

In de lange periode van Pepers burgemeesterschap werd er flink gedemonstreerd. Er werd in 1989 een fatwa (doodstraf) uitgesproken over schrijver Salman Rushdie, naar aanleiding van diens vermeende islamketterij in De duivelsverzen.

Moslims gingen de straat op en riepen ‘Dood aan Rushdie’, net zoals je nu bij demonstraties ‘Dood aan de Joden’ hoort. De Joodse gemeenschap ging de straat op toen regisseur Johan Doesburg een stuk van Rainer Werner Fassbinder wilde opvoeren, Het vuil, de stad en de dood, want dat zou antisemitisch zijn. In de gemeenteraad zat de Centrumpartij ’86, ver aan de rechterkant.

Eisen

‘Ik vond op een gegeven moment dat we wat meer eisen moesten gaan stellen aan die demonstraties. Je kunt van alles bespreken en ook de politie instrueren, mocht dat zijn vergeten. Met hoeveel verwachten jullie te komen, hoe ziet de ordedienst eruit, wat zijn de leuzen? Dat kun je allemaal vragen. Op een gegeven moment had ik door dat ze het liefst op zaterdagmiddag van de Coolsingel naar het Schouwburgplein liepen, dan is iedereen aan het winkelen. Toen heb ik ingegrepen en gezegd: demonstreren is fantastisch, maar ik bepaal de route. Jullie zijn niet de baas in de stad, er zijn ook nog andere mensen.’

Zo werd een voorgenomen demonstratie van die Centrumpartij verplaatst naar een naargeestig terrein in de buurt van het Feyenoordstadion, en dan op zaterdagochtend 9 uur. ‘Ik dacht: als er belangstelling voor is, dan komen ze wel, niewaar? Maar om 9 uur lagen al die aanhangers natuurlijk nog te snurken.’

Niet verbieden

Peper heeft nooit een demonstratie verboden. ‘Ik zou niet weten op wat voor grond.’ Hij is een ‘vurig aanhanger’ van de artikelen 7, 8 en 9 van de Grondwet, waarin het recht op vrijheid van meningsuiting, vereniging en betoging staat opgenomen.

Om die vrijheid van meningsuiting ging het bij de recente demonstraties in de grote steden.

Mag je dat wel zeggen: ‘Dood aan de Joden’? En wat zou Peper doen als hij nu burgemeester was en er werden zulke dingen geroepen? ‘Dat zou ik verbieden. Zeker. Er is nu ook meer wetgeving voor, het verbod op haat zaaien. Vroeger had je natuurlijk smaad en laster. Maar als ik zou horen, voelen, denken, weten dat dit soort leuzen werd geroepen, zou ik dat (die leuzen) op voorhand verbieden. Je hebt ook te maken met de dynamiek rond zo’n betoging. Je hebt de reacties van de omstanders niet in de hand, nietwaar? Daar heb je vaak meer werk aan dan aan de betoging zelf.’

Advies

Zijn advies aan de Haagse burgemeester Jozias van Aartsen?

‘Doe wat Eberhard van der Laan van Amsterdam deed. Maak goede afspraken, op papier vastgelegd en getekend, met de sanctie dat er kan worden ingegrepen. Het is niet zo dat je personen of groeperingen in je tekst aan de galg hangt.’

Peper zelf heeft nooit gedemonstreerd. Ja, misschien een keer voor Chili, zegt hij na enig nadenken. ‘Ik ben er te beschouwend voor, het is niet mijn cup of tea. Ik dacht niet: nog één nachtje slapen en we gaan lekker demonstreren.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.