Gerry van der List

Duitsers tonen dat financieel gezond voetbal kan lonen

Door Gerry van der List - 27 mei 2013

De finale van Champions League stemt in veel opzichten vrolijk. Nu alleen nog de technologie om scheidsrechterlijke dwalingen te corrigeren.

Hoeveel Nederlanders zouden zaterdagavond hard hebben gejuicht toen Arjen Robben voor Bayern München vlak voor tijd het winnende doelpunt scoorde in de finale van de Champions League?

Vermoedelijk niet zo heel veel. De egocentrische Groninger is niet bepaald een publiekslieveling en de sympathie van de neutrale toeschouwer lag vanzelf bij de underdog, Borussia Dortmund.

Positief

Maar de finale op Wembley stemde toch heel vrolijk en positief. Omdat het een boeiende wedstrijd was zonder scheidsrechterlijke dwalingen en zonder rellen in een prachtige voetbaltempel.

En omdat de frisch und fröhlich spelende Duitsers demonstreerden dat financieel gezond voetbal kan lonen.

Schulden

In de Champions League, door Louis van Gaal weleens een ‘commercieel gedrocht’ genoemd, heersen normaliter clubs die worden gefinancierd door Arabische sjeiks en Russische miljardairs.

Of die – wat echt kwalijk is – worden gesteund door nationale banken en overheden en de Europese Unie. Zoals in het geval van Real Madrid en Barcelona, die door allerlei financiële constructies veel geld kunnen blijven spenderen terwijl ze onder grote schulden gebukt gaan. Borussia en Bayern houden daarentegen hun eigen broek op.

Onverdedigbaar

Het Duitse onderonsje op Wembley gaf aanleiding tot verhalen over een nieuwe heerschappij van een groots voetballand. Maar als de scheidsrechter in de blessuretijd van de wedstrijd van de Borussen tegen Málaga geen duidelijk buitenspeldoelpunt had goedgekeurd, hadden er in de halve finale drie Spaanse clubs gestaan.

Zo’n blunder met grote consequenties toont het belang van de inzet van videobeelden en doellijntechnologie. UEFA-baas Michel Platini acht dit ‘te duur’. Een onverdedigbare krenterigheid in een competitie waarin anderhalf miljard euro omgaat.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.