Gerry van der List

Duitse doping: zijn we er dan toch ingetuind?

Door Gerry van der List - 05 augustus 2013

Onthullingen over gebruik van stimulerende middelen door West-Duitse sporters roepen vooral veel vragen op. Bijvoorbeeld over de door Nederland verloren WK-finale van 1974.

Louis van Gaal op een homoboot tijdens de Gay Pride zaterdag: het leverde een fascinerend gezicht op. In elk geval was het een dapper statement van een bondscoach die zijn nek durft uit te steken.

Schok

Maar de voetballiefhebbers waren dit weekend vooral aan het bijkomen van een andere schok. De Süddeutsche Zeitung had beslag gelegd op een wetenschappelijke studie, waaruit naar voren zou komen dat West-Duitse sporters sinds 1950 systematisch gebruik hebben gemaakt van doping.

Anabolica, testosteron, groeihormoon en – later – epo zouden op het menu hebben gestaan van naar topprestaties snakkende sporters uit de Bondsrepubliek.

Jaloers

Dat deze praktijken gemeengoed waren in de DDR, was algemeen bekend. Elke keer als er weer een Oost-Duitse atlete met schouders van een bouwvakker en een snorretje onder de neus aan de start verscheen, sprak het voor zich dat zij haar kracht niet alleen aan bruine boterhammen met kaas dankte.

Maar volgens onderzoekers van de Humboldt-Universiteit zouden de West-Duitsers dit voorbeeld hebben gevolgd. Aangemoedigd door de autoriteiten, die jaloers keken naar de opeenhoping van medailles aan de andere kant van de Berlijnse Muur.

Trauma

Het is te hopen dat de studie gauw openbaar wordt, zodat iedereen kennis kan nemen van de portee. De Nederlandse gedachten gingen uiteraard meteen uit naar het nationale trauma: de verloren WK-finale in 1974 tegen West-Duitsland.

De legendarisch geworden woorden die verslaggever Herman Kuiphof sprak na de winnende treffer van Gerd Müller, krijgen nu een bijzondere lading: ‘zijn we d’r toch ingetuind’.

Bier

Eerder dit jaar maakte het programma Andere Tijden Sport al aannemelijk dat de spelers van Juventus stijf stonden van de doping in de gewonnen Champions League-finale tegen Ajax in 1996. En nu dit. Zijn wij te braaf? Of gaf de clubarts van Ajax, John Rolink, ook weleens pilletjes? En hielpen die eigenlijk wel?

Johan Cruyff, de – teleurstellende – aanvoerder van Oranje in de finale van 1974, heeft inmiddels laten weten tijdens die wedstrijd niets te hebben gemerkt. De Duitsers waren lichamelijk wel sterker ontwikkeld, maar hij dacht dat dit kwam doordat ze meer bier dronken.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.