sport

Voetballegende Alfredo di Stéfano (88) overleden

Door Servaas van der Laan - 07 juli 2014

De voormalige Argentijns-Spaanse stervoetballer Alfredo di Stéfano is overleden. Een hartaanval werd de ‘Blonde Pijl’ fataal.

Di Stéfano liep zaterdag in Madrid een dag na zijn 88ste verjaardag over straat toen hij werd getroffen door een hartaanval. De oud-voetballer werd gereanimeerd en naar een ziekenhuis overgebracht. Hier werd hij tot maandag kunstmatig in leven gehouden.

Eind 2005 onderging de voormalig international van Argentinië, Colombia én Spanje vier ‘bypasses’ na een hartinfarct.

Blonde Pijl

Di Stéfano, bijgenaamd de Blonde Pijl, werd geboren in Buenos Aires en begon zijn carrière bij River Plate in zijn geboorteland.

Vanwege stakingen in Argentinië, vertrok Di Stéfano naar Colombia waar hij drie seizoenen voor Millionarios speelde. Hier won hij drie landstitels en werd hij tweemaal topscorer.

Di Stéfano maakte veel indruk op Real Madrid en FC Barcelona die beiden voor zijn handtekening streden. Madrid won die strijd en lijfde ‘La Saeta Rubia’ in 1953 in.

Gouden jaren

De Argentijn zou elf seizoenen in Madrid blijven spelen. In die periode won hij liefst vijf keer de Europa Cup 1 en acht landstitels. Hij gold decennialang als topscorer aller tijden van Real, tot hij in 2009 door Raúl werd ingehaald.

De aanvaller beëindigde zijn actieve loopbaan in 1966 op 40-jarige leeftijd na nog twee seizoenen voor Espanyol te hebben gespeeld. Als trainer boekte hij vervolgens enkele bescheiden succesjes, waaronder de landstitel met Valencia in 1971.

Nooit een WK

De interland-loopbaan van Di Stéfano staat in schril contrast met zijn successen als clubspeler. Hij speelde zes wedstrijden voor zijn geboorteland Argentinië, daarna vier duels voor Colombia om uiteindelijk 31 keer voor Spanje uit te komen.
Omdat Spanje zich in 1958 niet wist te plaatsen voor het WK en Di Stéfano in 1962 moest afhaken door een blessure, speelde de sterspeler nooit op een eindronde van een wereldkampioenschap.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.