Stelling van de dag

‘Liever meer zitplaatsen dan “trein van de toekomst”‘

Door Webredactie - 02 november 2018

Vorige week was op de Dutch Design Week de ‘trein van de toekomst’ van de Nederlandse Spoorwegen (NS) te zien. Het voertuig heeft een compleet nieuwe inrichting, die moet leiden tot meer ruimte en het verbeteren van de ‘beleving’ van treinreizigers.

Het architectenbureau Mecanoo en de projectinrichter Gispen hebben de nieuwe trein in drie hoofdzones verdeeld: de ‘ontspanningszone’, de ‘concentratiezone’ en de ‘sociale zone’. De mogelijke komst van de verschillende zones zorgt voor minder rijen van stoelen en banken in twee- en vierzitsformatie, en dus minder zitplaatsen.

Meer variatie: zones met tribune, belnissen en werkplekken

Daarvoor in de plaats komen onder meer een tribune met kussens (zie onderstaande tweet) voor groepen reizigers die bij elkaar willen zitten om te praten, hoge bartafels waaronder reizigers hun tas kwijt kunnen, nissen om afgeschermd een telefoongesprek te kunnen voeren en een middentafel met een uitschuifblad, om bijvoorbeeld op een laptop te kunnen werken.

Een opmerkelijke keuze, aangezien er vooral in de spits meer capaciteit nodig is in de trein. Spoorwegbeheerder Prorail zei in mei bijvoorbeeld dat het aantal treinreizigers de komende tien jaar mogelijk met wel 45 procent gaat toenemen. ‘Als je het comfort verhoogt, gaat dat ten koste van het aantal zitplaatsen,’ zegt Joost van der Made, projectmanager conceptontwikkeling van de NS, tegen de Volkskrant. ‘Vergroot je het aantal stoelen, dan zitten de mensen op elkaars lip.’

De ontwerpers en de NS zeggen dat het nieuwe ontwerp ‘volledig is gebaseerd op wensen van de reizigers’. Wat vindt u? Is het goed als de ruimtes in de treinen gevarieerder worden ingericht, ook als dat ten koste gaat van het aantal zitplaatsen? Of ziet u liever meer stoelen, zodat u niet hoeft te staan tijdens uw reis? Praat mee! Onze Stelling van de Dag luidt:

Geef uw mening onder dit artikel. U kunt alleen reageren als u abonnee bent.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.