John de Greef

Wintermode Milaan: 51 grijstinten, kerk-kitsch en macho’s

Door John de Greef - 14 januari 2013

In Milaan zijn de presentaties van de mannenmode winter 2013/14 begonnen. Met veel aandacht voor jassen, aaibare wol en wel meer dan vijftig tinten grijs.

Naast sterke referenties aan de weelderige jaren tachtig is er ook ruimte voor een scherper gesneden ‘nieuwe netheid’. Plus een dosis kitsch, in het geval van Dolce & Gabbana zelfs van kerkelijke, rijke roomse afkomst.

Prada promoveerde juist de ongeïnteresseerde, expres niet-elegante, slordige macho-smaak tot een aantrekkelijk modebeeld.

Vergrijzing

Wie grapjes wil maken over meer dan vijftig tinten grijs voor mannen, wordt zeer geholpen door de modeontwerpers. Zij toonden voor volgend najaar weinig echt spannende collecties of innovaties, maar wel een aangename volwassen ‘vergrijzing’.

Naast belastingenvelop-blauw, donkergroen, vervaagd donkerrood (ossenbloed), camel en zwart zien erg veel winterkleren voor volgend najaar erg grijs.

Cornelani hulde de grijze catwalk deels in grijzige mist. Corneliani handhaaft zich als luxe confectielabel prima tussen de designers in Milaan. Met veel flanel, uiteraard grijs, en veel camel, jarentachtigpakken en riante lange jassen, soms bijna te zwierig. Maar de vele petten maakten het stoerder.

Ermenegildo Zegna hield het op een slanker en gestroomlijnd silhouet, maar pakte ook flink uit met luxe, wollige materialen in licht- tot antracietkleurig grijs, soms met grafische dessins. De zeer aaibare collectie was nog niet daadwerkelijk ontworpen door de bij Zegna aangetreden Stefano Pilati (ontslagen bij Yves Saint Laurent), maar toonde wel al meer design-allure. Naast minder geslaagde cummerbands aan de tailleband was de slankere lijn fraai vormgegeven en kreeg een aantal modellen een doorgestikt hes aan, geleend uit de schermsport, zonder dat het te volumineus werd. Scherper gesneden jassen kregen soms raglan-mouwen, nu nog vooral bekend van trainingsjacks en bejaarde jassen.

Te wild

Christopher Bailey gaf zijn Burberry Prorsum-collectie een scherpte mee die aan de strakke lijn van de jaren zestig deed denken. Veel double-breasted, slanke jassen, ruimere, montycoats en camel en lodengroen als alternatief voor grijs.

Helaas ook veel tijger- en panterpatronen die de beroemde Burberry-ruit op tassen erg veel concurrentie gaven en als dessin op revers of gehele panden van jassen echt te gewild wild waren. De halftransparante gummiejassen, die de truien en shirts vol hartjes eronder lieten zien, waren echt genoeg fun geweest.

Rooms rijk

Dolce & Gabbana brachten een halfjaar geleden voor de komende zomer een geweldig geslaagde ode aan het vrolijke Sicilië uit de jaren vijftig, gepresenteerd op jonge en oude Sicilianen. Zo te zien waren zij niet meer naar hun eiland afgereisd, want ze liepen nu weer mee als gelegenheidsmodellen. Ditmaal onder kroonluchters vol bloemen en voor een Madonna-met-kindje-beeld, omgeven door takken en bloemen als sfeerbepalend zuidelijk decor annex modieus kapelletje.

Naast hoogopgetrokken bandplooibroeken onder ingekorte vestjes gingen wijde misdienaarhemden, kosterjassen, priesterstola’s als sjaal en allerlei religieuze motieven (heilige plaatjes met stralenkrans in glitter en oude kerkgebouwen) en heel veel weelderige bloemmotieven over de romantische catwalk. Nu zijn in de mode al vaker kerkelijke kleren gepersifleerd of fraai geprofaniseerd, de katholieke kerk heeft duidelijke invloed als inspiratiebron. Jean Paul Gaultier deed het al in de jaren tachtig met veel humor. Hij durfde, en kon toen nog, islam-kleren of orthodoxe Joodse outfits op de korrel nemen.

Givenchy toonde ook voor de komende zomer al heiligenplaatjes en frivole nonnenhabijten. De overzoete kant van het rijke roomse erfgoed leverde nu bij Dolce & Gabbana vooral kitsch op,  waarvan de sierlijke waarde niet echt lang zal beklijven op kleren.

Maar, aangenaam was de hele processie wel.

Protscherige pakken

Voor alle nieuwe rijken in de wereld (met veel meer geld dan enige goede smaak), die het jammer vinden dat ze alle – achteraf vaak idiote – grillen en opvallende trends van de jaren tachtig hebben moeten missen, is Donatella Versace de verlosser.

Protserige pakken, soms heftig gedessineerd, wollen jassen, ook in babyblauw, over kanten doorkijk-speelpakjes, stripperslips en opzichtige jeans waren een schreeuwerige en verdraaide echo van de ooit revolutionaire mannenmode die haar broer Gianni bracht. Soms zo kitscherig dat het iets kunstigs kreeg. En dat is ook weer knap.

Verzorgd uiterlijk

Tussen de opmerkelijke Versace-show op zaterdagavond en de Bottega Veneta-show zondagochtend vroeg zat er inderdaad een verschil als tussen dag en nacht. Bij het eveneens vooral voor rijke klanten bedoelde Bottega Veneta zocht ontwerper Tomas Maier ook naar mannelijke en sophisticated sensualiteit.

Maar op de subtielste en elegantste wijze. Met slanke pakken, korte jasjes en een opvallend verzorgd uiterlijk.

Missoni-show

Het slechte nieuws over de Missoni-zoon Vittorio (belast met marketing van het familiebedrijf, maar naar aanleiding van het  verdwenen vliegtuig waar hij en zijn vrouw in zaten met opgeklopt drama in het nieuws vaak ‘modekoning’ genoemd) trok extra belangstelling bij de show. Veel cameraploegen en langdurig applaus aan het einde van de rustige presentatie zonder finale of enig familielid. Het typische, zestigjaar oude Missoni breigoed voor mannen overtuigde het beste in de meest rustige, gemeleerde uitvoeringen. Het breiwerk sloot wel opvallend slank aan.

Macho-mode

Laat het aan Prada met hulp van Rem Koolhaas over om te verrassen met slechte smaak. In een indrukwekkend panorama-decor van geabstraheerde moderne meubels en apparaten van weleer en met veel ramen die uitzicht gaven op (bewegende projectie van) onbestemde uitzichten werd de slecht geklede macho-man het modieuze mikpunt. Met het hemd vaak slordig uit de te korte broek boven blote enkels, met één boordpunt onder, het ander boven zijn vetglanzend leren jasje (cognac-kleurig) stond de Prada-man tot in het puntje van zijn dikgezoolde plompe puntschoen als toonbeeld van de macho-man. Het type dat er voor alles niet elegant, of maar enigszins verfijnd of verwijfd uit wil zien.

Het raffinement schuilt natuurlijk in het feit dat Prada met veel Engelse miniruitjes, solide belijnde jassen, korte jacks, ouderwetse speelgoedkleuren en kordate leren jassen wel de ultra-modeman bedient. Een prachtparadox zoals alleen Prada kan neerzetten.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.