John de Greef

Donna Karan verleidt met zeven oude, makkelijke stukken

Door John de Greef - 13 februari 2013

Als iets op niets lijkt, is dat zelden een compliment. In de New York Fashion Week waar deze week de collecties voor winter 13/14 worden gepresenteerd, is het juist wel fijn als er niet te sterke referenties worden geboden. Want dat betekent minder spiek- en jatwerk en een meer eigen kijk op het ontwerpen van kleren.

Carolina Herrera brengt in haar luxe ready-to-wear-collectie, dus eigenlijk gewoon confectie, een opmerkelijke verfijning die meer bij exclusieve couture hoort. Creaties als delicaat suikerwerk, zoals couturier Ungaro ze ook in de jaren tachtig aan vooral Amerikaanse dames verkocht. Bijvoorbeeld, een corsetroze, zijden bloes met mouwen waarop uitgelaten wit/grijs bont. En ‘uitgelaten’ heeft in dit geval niets vrolijks, de harige huid is in reepjes gesneden en uit elkaar geplaatst.

Een Herrera-regenjas was plaatselijk van siergaten en siernietjes voorzien en straalde vooral uit dat hij niet was gemaakt om ook maar een druppel water te pareren. Een straplessjurk kreeg een nertsje langs de bovenkant en een gestreepte, vloerlange plaidrok een vos aan de zoom. Voor wie liever bont frontaal draagt, waren er ook mantelpakjes met delen van geschoren lam of een jurk met een harige borstpartij.

Er zat zeker een lijn in de Herrera-show, zoals de herhaalde referentie aan de jaren veertig, maar de collectiepresentatie, die startte met een avondjurk, leek toch vooral een rijke aaneenrijging van uitzonderlijke creaties. Zoals ultra-slanke sirenejurken met sleep om achteloos mooi de rode loper aan te vegen.

Allemaal unieke garderobestukken waarbij je gewoon het Park Avenue-appartement en de rijke echtgenoot als de juiste decorstukken voor je zag.

Marc gaat alle kanten op

Marc Jacobs gebruikte nu de maandagavond, waarop hij eigenlijk zijn hoofdcollectie had willen tonen, voor de presentatie van zijn tweede lijn Marc by Marc Jacobs. Vaak de jongere lijn genoemd, maar daar was nu geen sprake van, want jong was meer redelijk geprijsde collectie niet.

Het was een grote serie kleren voor vrouwen en mannen waarvan de presentatie niet gebukt gaat onder een stevig thema of grote samenhang. Zo hier en daar waren er wat jaren 70-referenties zoals grote grafische en veelkleurige mozaïekdessins , ruime’tent’jurkjes en indrukwekkend wijduitstaande discokapsels. Maar met even veel gemak waren andere tijden en sferen herkenbaar in damesachtige, slankaansluitende jurkjes met een strakke col, meisjesachtige overgooiers, rechte kuitbroeken en extra ruime bandplooibroeken, riante klassieke wintermantels en satijnen pakken voor mannen en de vele warme wijn- en baksteenroodtinten.

Een collectie waarbij gewoon de aantrekkingskracht van de kleren (en voor vrouwen ongetwijfeld de tassen in hoedendoosformaat)zijn werk moest doen en deed. Een aanpak die prima past bij de wat nonchalante opzet van de Marc by Marc Jacobs-winkels (nu ook in de Amsterdamse Utrechtsestraat), maar die op de catwalk weinig verleidt.

Oud idee, nieuwe aanpak

Donna Karan maakte midden jaren tachtig razendsnel naam met haar ‘seven easy pieces’. Het was haar succesvolle suggestie dat een vrouw met wat kleine wisselingen van de vroege werkochtend tot het late frivole uitgaan met zeven ‘makkelijke’ garderobestukken er steeds weer goed gekleed en aantrekkelijk uitzag. In werkelijkheid bleek er wel wat meer aankleding nodig, maar ja, het ging om het idee! En de uitwerking had allure.

Karan refereerde met haar show nu weer aan haar oude easy pieces en dat leverde een aangenaam, sensueel beeld op, dat gelukkig niet bleef hangen in nostalgie. Met sluike rokken met niet te missen split, met getailleerde jasjes en gebeeldhouwde mantels en veel wapperende, soepele jersey dat soms ook genadeloos slank de taille en heupen omklemden, liet Karan zien dat een vrouw in zwart, bruin en grauwgrijs zonder opvallende dessins geraffineerd gekleed kan gaan. De wijze waarop ze allerlei asymmetrische effecten in de soepele stoffen creëerde waren overigens verre van easy qua complexe constructie.

Dwarse Doornroosje

Het blijft verbazen dat first lady Obama bij de inauguratie van haar man er zo voortreffelijk uitzag in een blauwe jas van Thom Browne. Raadselachtig, want in de show van de Browne-collectie voor winter 13/14 zat beslist een sprookjesachtige en bizarre aankleding voor een nog op te voeren opera getiteld ‘Boze Doornroosje in Spakenburg’, maar geen daags draagbare of presidentiële, representatieve vrouwenkleding. De presentatie was zonder meer leuk als opvallend vreemde show en fantasievolle verkleedpartij.

Met enorme schouderpartijen, soms als folkloristische Spakenburgse kraplappen, weelderige en bijzonder kunstig gemaakte, dwaze Dior’s New Look-rokken waar wel twee paar extra heupen onder pasten. Met rode rozen in de hand en kousen waar rode 3D-rozen opgroeiden en naast veel grijs opeens geheel rozenrode oufits. Plus nog modeljongens met rode linten geblinddoekt en gebonden, slapend op een spijltjesbed. Maar waar was de mode in de zin van een hint van toepasselijkheid?

Browne doet weinig of geen moeite om te tonen dat hij zijn kleermakerskunst ook in wat meer alledaagse proporties weet toe te passen. En naast het visuele plezier van zijn show, geeft dat ook ergernis.

Zwaar sculpturaal

Met twee dingen schoot Vera Wang in de roos van de nieuwe wintermodetrends: sculpturale vormen en een mix aan diverse materialen, zoals bont, wol en voile samen in een kledingstuk. En daarbij eindigt de positieve kritiek. Met gigantische bontkragen maakte ze van haar modellen van die Manzú-beeldhouwwerken van oude prelaten.

Bontcapes deden aan Asterix en Obelix-vachten denken. Armsgaten diepte Wang uit tot aan de dij. En met zware bloemdessins (ze sierden ook het tapijt op de catwalk op) drapeerde ze volumes die veel wind en weinig lof zullen oogsten. Vreemd, want Wang heeft een talent voor het zorgvuldig hanteren van lichte materialen. Vandaar is ze ook dé bruidsmode-expert.

Strak en sierlijk

Het Italiaanse Diesel Black Gold hield de collectie, die gewoontegetrouw in New York werd getoond, dit maal strak. Met slanke supervrouwen met het haar achterover in rechtbelijnde motorkleding. Sensueel, maar zonder te obligate wulpsheid. Alles in louter zwart of roomwit. Hier en daar gesierd met zo overdaad aan spijkers of clous dat het kledingstuk van een soepel metalen materiaal leek.

Naast microrokjes of huidstrakke bikersbroeken in leer of donkere jeans (soms deels in kant, wat net als sierstrepen van clous het helaas weer een beetje tė Italiaans ordinair maakte) ook voorbeeldige sjaalkraagjasjes in zwarte viltachtige wol. Van hetzelfde materiaal was ook een jasjurkje gesneden dat bijzonder geraffineerd sober en sierlijk uitviel. Beetje Dior’esk, maar wel mooi afgekeken.

Buitengewone constructeur

Oh, alle kans dat straks de beelden van de Vera Wang-catwalk een stuk charmanter lijken dan de foto’s van de Narciso Rodriguez-show.

Beelden bedriegen. En daarom goed om ‘live’ te kunnen getuigen van ware schoonheid. De Rodrigues-creaties gaven de toeschouwers het plezier om naar inventieve constructies te kijken. Jasjes, mouwloze tops en jurken waren samengesteld uit materialen die merendeels schuin uit de stof waren gesneden. Zo ‘bias-cut’ zorgt er voor dat de stof extra soepel valt en zich voegt naar het lichaam.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.