John de Greef

Parijs begint met gouden Dries Van Noten en massa’s ruches

Door John de Greef - 26 september 2013

‘Ruches, ruches én ruches’ was de bondige uitleg van Dries Van Noten backstage na de show aan een paar redacteurs die toch echt graag van de meester zelf wilden horen wat ze zojuist erg duidelijk hadden kunnen zien. Misschien verblind door het vele goud?

Tegen een gigantisch ruwhouten hekwerk met bladderend bladgoud en onder het geluid van één elektrische gitaar (bij zijn mannenmodepresentatie in juni was het één gouden drumstel) opende Van Noten als eerste, grote designer met zijn show woensdagmiddag de lange modeweek in Parijs.

De collectie liet zich lezen als een lexicon van textiel-kennis: ruches, volants, plissé, brokaat, damast, jacquard, voile, linnen, satijn, goud-, schelpen- en andere borduursels, flotterende draden, kwasten, rozetten en geweven en geprinte dessins. Veel, heel veel verschillende elementen en aspecten met veel gevoel voor historie en traditie die samen toch een betrekkelijk rustig, niet overdreven romantisch, maar nieuwbeeld opleverden. Rustig ondanks de talloze effecten.

Afgehaalde feestslingers

Want, nou ja, wat heet rustig? Werkelijk massa’s ruches waren er te zien. In stralend goud of zwart, kronkelend en gebogen over rokken of als rommelig afgehaalde feestslingers op een hoop bijeen geplooid.En tal van andere glanzend gouden materialen vielen sterk op. Tel daarbij weelderig lange schorten, papagaaitulpen en andere bonte bloemboeketten als geweven of geprinte of geborduurde versiering, kelim-patronen en 1001-nachten-folklore-kwasten op.Plus vergeeld ivoor naastzwart met rode vlekjes en andere sterke licht-donker-kontrasten. Geen ingrediënten voor gestileerde schoonheid.

En toch alles bijeen straalden de mode en demodellen een krachtige, leeftijdlozesereniteit uit. Zelfs heel veel glim en goud krijgen in de handen van Dries Van Noten nooit iets schreeuwerigs, dat komtdoor de wijze waarop hij evenwicht vindt met minder expressievolle materialen en vormen zoals simpele bermuda’s.

Veren op de voet

Rochas had de pech om te tonen na de geslaagde Van Noten-show. De Rochas-collectie (hoogglanzend, glimmend en vermakelijk bedoeld als een gala-openingsavond van een Italiaanse opera in de jaren zestig) liet wel heel veel hard geschitterzien door strengen kristalkralen of door felle glitterstenen over de gehele outfit, inclusief brede ruchesranden en zelf een randje stras langs de muil of wuivende veren op de neus van sandalen.

Veel cloqué-effecten (bobbels in de stof) en erg veel harde irisserende celofaan-effecten maakten de goede bedoelingen en de extra wijde of langeRochas-kleren goedkoper dan nodig. De eigenwijze zonnebrilletjes en de totaal plat verwaaide suikerspinkapsels boden geen goed tegenwicht. Maar ongetwijfeld zullen de Rochas-ontwerpen het solo prima doen voor wie naar het sprookjesbal wil. Verkleed als glitterprinses met een beetje valsestiefzus-allure.

Overigens werd na de show bekend gemaakt dat Rochas-ontwerper Marco Zanini opstapt en Alessandro dell’Acqua zijn taak overneemt.

Veren op het hoofd

Bij Gareth Pugh is het een stuk rustiger geworden in vergelijking met zijn eerste dramatische, experimentele shows in Londen.

Boven slanke sleeprokken die uiterst vaardig schuin uit stof waren gesneden waardoor ze subliem aansloten en uitwaaierden ging nu het gedeeltelijke experiment. Jasjes met ronde schouderlijn als draagbare halve cirkels, kimono’s die de schouders juist weer inklemden en hoofdtooien van wuivende veren als bivakmutsen in het kwadraat.

Pugh refereerde ondermeer in lakleeraan tal van modewerpers uit het verleden, aan Cardin en Courrèges en hun space age-futurisme uit de jaren zestig, en de overdreven gestroomlijnde vamps vanMugler en Montana uit de jaren tachtig.

Hij slaagde erin om het geheel naar zijn eigen hand te zetten, maar niet om het echt eigentijds en relevant te maken. Alles was minder typisch Pugh-experimenteel. Misschien moet hij wat harder meezingen met de soundtrack van de finale van zij show: Queen’s ‘I want to break free!

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.