John de Greef

Mannelijker is mooier, maar niet altijd

Door John de Greef - 03 maart 2014

Een lijn ontdekken in de vele najaarscollecties, die de afgelopen drie dagen in Parijs werden getoond, is onmogelijk. De variaties zijn te groot. Dat levert cryptische observaties op, zoals de toch wat rare, maar beslist ware kop boven dit blog. Want juist de meer mannelijke vrouwenmode pakte soms prachtig uit.

Maar de kleurige, sculpturale Dior-overgooiers waren weer subliem vrouwelijk. En de brutale kijk op ouderwetse damesachtige elementen bij Givenchy kreeg mede door het razende tempo van de show iets spannends.

Van mannelijk sober tot kleurig feminien, van ruimtevaartzilver tot drukke dessins. De enige gemene deler in alle voorzetten, nu halverwege de vrouwenmodeweek in Parijs voor  voor winter 2014/15: het mag allemaal wat ruimer vallen. Hoewel ook hier uitzonderingen de regel bevestigen.

Eigenzinnig sober

Haider Ackermann liet zijn veelgeprezen draperieën, zijn glanseffecten in edelsteentinten en zijn typische wijze van blootgeven én bedekken ditmaal achterwege. Hij hield genoeg eigenzinnige ideeën en persoonlijke kenmerken over om een overtuigende en sfeervolle show te geven.

Onder kapjes waaronder het haar was weggestoken ging een lang en gestroomlijnd kleding-silhouet, geïnspireerd op klassieke mannenmantels en andere mannenkleren met enkele uitvergrote dessins zoals pied-de-coq. Vooral de lange jurken verbluften in hun eenvoud. Maar de sobere toonzetting mag in dagelijks gebruik wel opgelicht worden door een enkel sieraad of een kleuriger accessoire. Maar Ackermann bewees het: mannelijker is mooier.

Verjonging

Raf Simons vond het tijd om de Dior-collectie minder Dior en meer Simons te maken. Met alle respect voor het Dior-legaat wist hij Dior anno 2014 meer monter en frisser te krijgen met een dynamische show onder eigentijdse decoratieve patronen van led-lampen.

Met meer masculiene, zwarte New Look-jasjes gecombineerd met veel been. Met sierlijke, maar ook zakelijke double breasted-pakken en slanke mantels in sterke kleuren die evenals ‘gebeeldhouwde’ overgooiers (met een tikkeltje glitter aan weerszijden van geraffineerde splitten) aan zijn beste designwerk voor zijn vorige werkgever, Jil Sander, deden denken.

En voor wie graag toch wat ouderwetse chic wil, er waren ook royale, gekleurde bontstola’s voor over de arm. Dit maal kon Raf het af zonder Andy Warhol-plaatjes of teksten op de Dior-kleren.De verjongde vormen (vooral veel variaties in jurkjes en asymmetrische rokken) en enkele uitgelezen felle kleuren waren aansprekend genoeg.

Miyamae voor Miyake

Yoshiyuki Miyamae is de huidige ontwerper van de Issey Miyake-collectie. En hij weet beter dan zijn voorgangers, wiens namen al vergeten zijn, het meesterlijke werk van de originele Miyake up-to-date te houden.

Miyake deed meer, maar zal vooral herinnerd worden als de man van de geplooide stoffen. De ‘pleats’ die koffer-in, koffer-uit kunnen zonder extra valse plooien of strijkwerk. Ter demonstratie opende de show met plissé-tunieken die uit een platte tas kwamen en op de catwalk werden aangetrokken.

Wie toch wil strijken en stomen kan nu zelf de nieuwste geplooide Miyake-stukken in allerlei 3D-vormen beeldhouwen. Ze schommelden prachtig rond het lichaam, maar ook de robuustere kleren in glas-en-lood-dessins verdienden en kregen applaus.

Sinds Viktor & Rolf besloten om te excelleren met haute couture vol effect is hun grote halfjaarlijkse prêt-à-porter show beslist minder spectaculair geworden. Wel jammer, want de Nederlanders waren altijd zo goed in staat om het idee achter hun collectie extra vaart en invloed te geven door fraaie overdrijving.

Nu moeten we het doen met de meer daagse en draagbare varianten waarmee ze op weg zijn om de verkoop van hun confectie wereldwijd op te vijzelen. Maar de keuze valt te respecteren, ook al lijdt de show er wel onder.

Dit maal waren ze letterlijk op weg. Met lantarenpalen langs de catwalk en een decor van straten in macaroni-kronkels. Naast een verrassende serie van asymmetrisch gedrapeerde grijze jersey tops, tunieken en jurken die een soepele en geslaagde vertaling van hun laatste couture in stug latex leek, bestond de collectie vooral uit kleren met grafische trompe-l’oeil-effecten van geprinte bh of jassluiting.

Ze deden denken aan de grappige foto van Gunnar Larsen uit 1973 van een man op terras, met op zijn blote bast een getekend jasje. Het gezichtsbedrog werd nog mooier met allerlei gebreide kabelpatronen over geweven stoffen. Mooi staaltje stofkennis.

Back to the future

Dat Jean-Paul Gaultier zijn eigen showtheater verwisselde voor het door Oscar Niemeyer ontworpen hoofdkantoor van de Communistische partij in Parijs was begrijpelijk.

Gaultier wilde zijn bezoekers meenemen op een grappige ruimtevaartreis en daar paste de ooit ó zo futuristische Niemeyer-koepel, een enorme, witte zwam met een gedateerd space-interieur, perfect bij.

Dat Gaultier ooit zijn loopbaan startte bij de geestelijk vader van het overdreven modernisme uit de jaren zestig, Pierre Cardin, werd erg duidelijk bij de show. Een show die met alle grappen wel typisch Gaultier werd. Met veel retro-ruimtevaartpakken, maar ook op punk-geïnspireerde kleren vol ritsen en Britse vlagmotieven.

En typisch Gaultier: alle seksen en leeftijden mochten mee op zijn ruimtereis, van kinderen tot de grootmoeder aller modellen, de 83-jarige actrice Carmen dell’ Orefice. Zij bewees dat klassieke schoonheid geen houdbaarheidsdatum kent. Gaultier heeft daar met zijn uitzinnige mode iets meer moeite mee. Maar leuk was het.

Bol en bont

Het is het Amerikaanse duo Humberto Leon en Carol Lim gelukt om in een recordtijd het oude, en ook zeker verstofte modehuis Kenzo springlevend en trendy te maken. Met veel ingrediënten zoals wilde, tropische dessins zoals de originele Kenzo ook graag gebruikte.

Met behulp van de veelzijdige David Lynch, die decor en muziek voor zijn rekening nam en wiens werk de ontwerpers ook verder inspireerde, gaf het duo nu een show vol uitbundige, grafische en drukke dessins, opvallende contrastkleuren en soms overdreven ruime volumes die vooral bij bolle jassen uitstekend tot hun recht kwamen.

Opmerkelijk waren ook de bolle uni-kleurige rokjes over drukke mannenpakken. Het geheel was een bonte keuze met veel variatie. En wie goed zocht vond ook nog wat meer rustige ontwerpen.

Spelletje met contrasten

Céline bracht na een zomermode vol kleur en dessin nu opvallend veel zwart, dof bruin en gemêleerd grijs met camelbruin en écru als contrast. Enkele opvallende kleuren waren gereserveerd voor de armstola’s/bontmoffen. De collectie toonde enkele speelse, soms nogal dwarse (maar geslaagde) contrasten.

Er overheerste een sobere, masculiene jaren veertig/jaren vijftig-oostbloksfeer, maar de collectie bevatte ook tal van zwierige elementen die het ingetogen beeld met vrouwelijke elegantie tegenspraken.

Naast lange, van boven slankaansluitende jassen met een speelse, variatie op uniform-knopen (die wat lukraak geplaatst leken) bleef Céline-ontwerpster Phoebe Philo ook trouw aan haar extra ruime mantels met geraffineerde zwart/wit-effecten.

Behalve uni-kleurige uitvoeringen ook luchtige veertjes en insigne-achtig ‘allover’opgespelde versieringen en dierhuiddessin-variaties op mantels. Extra opmerkelijk waren naast mannelijke broeken gebreide tuniek-korte waarbij de slobberige pijpen over de schoenen vielen en de mouwen de handen bedekten. Een collectie die nog veel besproken en bekeken zal worden al was het maar om de diverse eigenaardige tegenstrijdigheden.

Lichte Chloé

De Chloé show had een lichte toets, zelfs grotere en langere jassen leken nauwelijks gewicht te hebben. Verstandig dat de hele, vrij helder getinte, maar verder niet zo sterk samenhangende collectie weer knipoogde naar het meer romantische meisje in de vrouw die zich dit merk kan permitteren.

Raar genoeg gaven allerlei glanzende muntdecoraties, rijkelijk bestrooid over de voorzijde van delicate jurkjes een nogal zwaar effect. Het deed een beetje teveel denken aan de trotse versierselen van prins Carnaval of van de schutterij/jagers. Dat laatste paste misschien wel bij de vele dierenhuidpatronen die er langsliepen.

Te vaak overigens deden de op zich erg mooi uitgevoerde ontwerpen aan andere collecties en andere momenten denken. Een nog sterkere eigen signatuur lijkt gewenst bij Chloé, maar is al meer aanwezig dan vele jaren hiervoor.

Razende Givenchy

Het hele dames-arsenaal van bont en leer, vlinderdessins, ruches, strikken, sierbloesjes, fijne jurkjes tot over de knie, zijden voile en plooirokjes ging over de met luxe champagnekleurig tapijt beklede catwalk bij Givenchy.

In een bijna onzinnig hoog tempo liepen de modelen (met rode vierkantjes tape op de slapen, achter het hoofd verbonden met een draadje) slecht een keer langs.

Maar door de vele herhalingen als kleine vlinders, grote vlinders en ook nog vele vlindervleugelmotieven brandde het beeld toch in het geheugen. En om het nog meer eigentijds cachet te geven werd de romantische mode hier en daar doorgestreept met een stevige reep textiel van schouder naar schouder of dwars over de borstpartij vol ruches.

Zelfs de luxe bontjassen werden doorsneden met leer of vrij botweg afgesneden. Het beeld wankelde door dergelijke ingrepen: ouderwetse damesachtig werd modern vrouwelijk. Erg leuke vondst waren rokken die van achteren op een sportief omgeknoopte lamswollen sweater leken en van voren op een chique plooirok in voile. Fraai tegenstrijdig. En ook Givenchy’s ontwerper Riccardo Tisci vond dat al die vrouwelijke, romantische outfits nog beter naar voren kwamen in combinatie met mannelijk kleermakerswerk.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.