John de Greef

Nederlandse couture krimpt naar salonformaat. Dat past goed!

Door John de Greef - 11 maart 2014

Afgelopen weekend presenteerden Mart Visser en Frans Molenaar hun voorjaar- en zomercollecties. Beiden in hun eigen salon. Die intiemere setting paste prima bij de getoonde kleren. Maatwerk voor een kleine groep vrouwen, bewust wat excentrisch van de internationale mode, maar met stijl.

Nederlandse couturiers spraken en spreken nog graag uiterst chic over Haute Couture. Zonder in semantisch zeuren te vervallen: haute couture is exclusief voorbehouden aan Parijs. Punt uit! Met handwerk-ateliers aldaar waarvan we hier slechts kunnen dromen, maar die niet in Nederland bestaan of ooit bestaan hebben.

Maar ja, niet iedereen wil en kan naar Parijs. Of zich de fabelachtig hoge prijzen van de haute couture daar permitteren. Nederlandse winkelstraten zoals de P.C. Hooftstraat in Amsterdam bieden nu winkels van Dior, Chanel, Emporio Armani, Valentino, Dolce & Gabbana en straks ook Prada (nu in aanbouw) waar heel veel internationale en luxe confectie-mode te koop is.

Maar het is en blijft confectie, dus vaak beperkt qua maat en in grote oplage uitgebracht. En het is natuurlijk heerlijk om met veel persoonlijke aandacht vrij unieke kleren aangemeten te krijgen. Nou, daar voorzien de Nederlandse couturiers graag in.

Mannen doen het ook

Ter vergelijk: ook heel veel mannen die met gemak hun beste pak zo uit het confectierek zouden kunnen pakken, vallen voor de charmes van het persoonlijke maatwerk en wachten met geduld tot ergens in Napels (of in de Balkan of Noord-Afrika als het goedkoper maatwerk betreft) hun ‘eigen’ kleermaker het extra lusje voor het bloemsteeltje achter op het linkerrever heeft genaaid.

En gelukkig zijn er in Nederland nog couturiers. Zoals veteraan Frans Molenaar (73) die sinds de jaren zestig zijn moderne grafische kijk op kleren in Nederland aan de vrouw weet te brengen. Vroeger maakte hij deel uit van het oude groepje, inmiddels vergeten couturiers zoals Edgar Vos (1931-2010), Max Heymans (1918-1997), Frank Govers (1932-1997) en Dick Holthaus (85). Nu deelt veteraan Molenaar het couturier-schap met Mart Visser (45) die als jongere ontwerper nog wel sterk past in de oude traditie van couturiers met eigen salon en eigen klantenkring.

Eeuwige modernist

Frans Molenaar is sterk stijlvast en blijft de modernist. Zo bleek uit zijn nu 97ste collectie, die op een gunstige wijze geheel in de draad en geest van zeker de laatste vijfentwintig à dertig collecties lag. Kloeke, maar verfijnd afgewerkte pakken (veel mooie biesjes) en niet al te weelderige of romantische jurken voor volwassen vrouwen zijn altijd zijn fort geweest.

Hij opende met twee kleurige grafische ontwerpen die als een onbedoelde knipoog naar het huidige eigentijdse grafische en kleurige modebeeld fungeerde. Onbedoeld, omdat Frans Molenaar gewoon vooral Frans Molenaar is en blijft en toonde dat hij geen geforceerde aansluiting zoekt bij wat voor huidig, tijdelijke trend dan ook.

Met hier en daar wat extra forse stippen, ruches of een grafisch zebra-dessin en sterke, rechte vormen (die weinig of geen accent leggen op het onderliggende figuur) bedient Molenaar een groep vrouwen die ook geen enkel behoefte heeft om hun (meestal verdwenen) taille te accentueren, maar wel graag praktisch, representatief en tijdloos gekleed wil gaan. Zonder frutsels.

Intiemere Visser

Ook Mart Visser toonde nu, evenals Frans Molenaar, zijn collectie in zijn eigen salon en niet meer op een grote catwalk in een hoofdstedelijk hotel. Die intiemere setting werkte in zijn voordeel. Er valt meer te genieten van afwerking of de wijze waarop er gevarieerd wordt met naden en belijning.

En als professionele toeschouwer, zeker als je net weken van hoogstaande modeshows in Milaan, New York en Parijs achter de rug hebt, ga je de couturier minder beoordelen op zijn kwaliteiten als dé ontwerper die met pretenties een compleet modebeeld presenteert.

Mart Visser wilde in het verleden nogal eens te geëxalteerd uitpakken met te grote kragen of andere te sterke effecten. Zelfs met fellere koraaltinten, waaierplissé, uitbundig korte shorts onder een grote tuniek ter afwisseling van de vele jurken wist hij nu beter te balanceren tussen praktisch en theater.

Zijn experimenten met diverse materialen en aanwezige dessins bleven nu bescheiden en ondergeschikt aan zijn doel: het kleden van individuen. En mode of niet, hij blijft zijn klanten (met taille) ook bedienen met bustiers.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.