John de Greef

Modeweek Amsterdam: eenvoudig blijven blijkt het moeilijkst

Door John de Greef - 11 juli 2014

Ontwerper Claes Iversen opende de Amsterdamse modedagen met een cocktail van luxe couture en draagbare confectie. Een wat geforceerde mix die best aardig smaakte, maar het hoofd niet op hol bracht op de grote witte catwalk.

Alle goede moed en positieve intenties bijeengeraapt en donderdagavond weer eens richting Amsterdamse Westergasterrein gereden, naar de opening van de Mercedes-Benz Fashion Week Amsterdam (MBFWA).

MBFWA is voluit geschreven een wel erg lange titel voor een vrij kort modeshowprogramma met ditmaal veel onbekende namen. Maar daar schuilt charme in, want onbekend hoeft niet onbemind te blijven.

Mercedes-Benz heeft zich, evenals bij de fashion week in New York en Berlijn, als hoofdsponsor verbonden. En het blijkbaar kapitaalkrachtige merk met modewens was ook nog zo vriendelijk om tien auto’s tussen de dichtstbijzijnde parkeergarage en de showlocatie te laten rijden om modeshowbezoekers een lift aan te bieden.

Mokumse ambitie

Die verzamelde goede moed was nodig, omdat veel openingsavonden (soms gedrochtelijke black tie-events) en de vervolgdagen van vorige edities op het Westergasterrein vaak teleurstellend uitpakten. Vooral omdat MBFWA (of hoe de Mokumse modedagen hiervoor ook allemaal heetten) omkleed waren met veel te veel ambitie, maar meestal weinig om het lijf hadden.

Amsterdam en Nederland betekenen genoeg binnen de internationale modewereld, maar als locatie voor serieuze modeshows speelt ons land gewoon geen rol. Geen probleem als je dat accepteert en op zoek gaat naar de werkelijke pluspunten van ons nationale modeveld en alternatieve presentaties. Die zijn er voldoende.

Beetje feest

Meer eenvoud en meer eigenheid zou dan ook het leitmotiv voor de MBFWA moeten zijn. Zeker sinds de organisatie zich geen creatief leider meer kan veroorloven en ook geen magneet is voor vermogende modemerken.

Maar ja, het blijft natuurlijk verleidelijk om zo professioneel mogelijke modeshows te organiseren en er toch een beetje feest van te maken. Het levert publiciteit op. Ook al zou het kaliber van veel getoonde kleren buiten onze grenzen nauwelijks de handen op elkaar krijgen.

De openingsshow van Claes Iversen, die zijn nieuwe confectiecollectie II by Claes Iversen (spreek uit: two by Claes Iversen) presenteerde naast zijn couture, was gelukkig geen al te feestelijke bombarie-presentatie.
De aanpak was relatief sympathiek sober en daardoor efficiënt.

Extra drama

Begrijpelijk dat Iversen de show aangreep om ook zijn speciale couture te tonen. Want, hoe aardig een deel van zijn confectie ook in elkaar stak (leuke asymmetrie in de zomen, fraaie ajour-motiefjes, frisse poedertinten en geslaagde shirt-wordt-jurkje-ontwerpen) het kon wel wat extra drama gebruiken onder de spotlights.

Zeker ter compensatie van enkele ontwerpen in een grijzig ‘schuurspons’-materiaal dat op de catwalk al de strijd met de zwaartekracht opgaf en uitzakte. Maar zelfs dat bedenkelijke materiaal was met vakmanschap genaaid. Zo ook de speciale couture, die een nederige en niet erg actuele ode leek aan het sculpturale werk van de oude couturier Balenciaga en de nog veel oudere Watteau-jurk.

Balenciaga was de onovertroffen meester die vooral in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw textiel plooide en drapeerde tot beeldschone draagbare objecten met veel fascinerende volumes.

Watteau was de Rococo-schilder die ingewikkelde jurken met op de rug een gordijn met riant afhangende plooien vastlegde. Ter zijner ere wordt iedere jurk die maar een beetje opbolt met extra stof op de schouders een Watteau-jurk genoemd.

Actueel gevoel

Iversen’s ‘Balengiacaneske’ Watteau-variaties waren weelderig bedoeld, maar misten voor de kenners toch het ware raffinement van echte haute couture. Maar de meest sobere uitvoering, een bol zwart topje, was wel goed geslaagd. Ook omdat daar gevoel voor actuele mode uitsprak.

Sowieso is Iversen op zijn best als hij zichzelf afremt in zijn neiging tot te veel overdaad. Als hij met bijna meisjesachtige liefelijkheid en meer gevoel voor subtiliteit zijn stoffen hier en daar een plooi geeft, interessant versiert of in alle rust juist elegant laat vallen. Zijn witte Ilse de Lange-songfestival-jurkje was een mooi bewijs dat hij juist binnen een beperkt silhouet riant weet uit te pakken met zijn decoratie-drift.

Zo overtuigde nu de wijze waarop hij smaragdgroene stoffen assembleerde tot behoorlijk ingetogen, maar effectvolle feestjurken.

Moeilijker

Ook in de confectiecollectie zat nog genoeg raffinement om aspirant-koopsters straks tevreden te stellen. Maar waarom die confectiecollectie nou zo’n moeilijke naam geven, alsof je een gevestigd couturehuis leidt met vele sub-labels?

De dames willen straks toch gewoon de illusie een ‘echte’ Claes Iversen te kopen? Naai in de couture een speciaal etiket. Eenvoud is vaak verleidelijker. Maar ook moeilijker.

Volg John de Greef op Twitter

Credit alle foto’s: Peter Stigter

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.