John de Greef

MOAM-show bewijst dat mode een prima bindmiddel is

Door John de Greef - 06 juli 2015

De show van het MOAM-collectief verdrong vrijdagavond weliswaar fietsers en toeristen uit de tunnel onder het Rijksmuseum in Amsterdam, maar was vooral een geslaagde demonstratie van hoe goed de mode diverse krachten kan bundelen.

Wat is MOAM?

Eerst even uitleggen wat MOAM is. Dat is een platform dat wordt aangestuurd door ‘ongekend doordouwer’ Martijn Nekoui.  Onder zijn leiding moeten enkele fris-afgestudeerde modeontwerpers van diverse academies met gerichte hulp uit de Nederlandse mode-industrie tot een collectie komen. Vorig jaar was dat een geslaagd project voor de HEMA.

Veteranen en coaches

Ditmaal gingen vijf startende ontwerpers samen aan de slag om in samenwerking met onder andere  Textielmuseum, KLM, Philips en het Rijksmuseum te komen tot een opvallende collectie. Mode die staat voor innovatie, duurzaamheid en vakmanschap.  Ze kregen daarbij gericht hulp van modeveteranen,  zoals stylist Frans Ankoné, en een aantal lost-vaste coaches, zoals couturiers Mart Visser en Claes Iversen.

Samen met collega-modejournalist Georgette Koning was ik ook twee maal een van die coaches (aangekondigd als ‘mode-iconen’, tegenwoordig een onvermijdelijk woord) die probeerden begeleiding te bieden. Geen idee hoe het de andere coaches is vergaan, maar ik had niet echt het gevoel dat ik nou veel meer kon aandragen dan een welgemeend: doorgaan en sterkte!

Herhaald motto

Hier en daar kon ik een suggestie kwijt om van de uitvoering van de nogal complexe ontwerpen geen al te ingewikkelde traditionele couture te maken. Dus liever geen rolzoompjes, gewoon afknippen. En vooral: duidelijk communiceren! Dat was mijn herhaalde motto. Maar of dat overkwam?

Ik geloof wel dat mijn oprechte jaloezie bij de jonge ontwerpers aansloeg. Zij hadden namelijk enkele dagen in het Textiel-lab van het Textielmuseum in Tilburg mogen experimenteren (wat een heerlijke uren). Hetgeen bonte jacquardweefsels en bronzen franjegallons opleverde. Prachtige materialen, maar niet makkelijk om te verwerken.

Upcyclen

Het lastige was dat het collectief – op zijn zachtst gezegd – al erg ingewikkelde uitgangspunten had gekozen voor het Gesamtkunstwerk, zoals de Renaissance, sterke contrasten en afglijdende kledingsvormen voor vrouw en man. Daarbij moesten nog de mooie, maar moeilijke materialen uit het Textiellab en ook nog weinig buigzame spullen uit de cabines van sponsor KLM gebruikt worden. Het recyclen, of nog liever gezegd upcyclen van afgedankte hoofdsteunen  uit de businessclass leverde wel een imposante blauwe jurk op.

Het talent van de startende ontwerpers, plus de stevige kennis van hun vaste begeleiders en de assistentie van andere helpers,  waaronder make-up-artiest Ellis Faas,  kwamen allemaal  samen in een show waarbij de collectie opvallend coherent leek. Met hier en daar zelfs een sprookjesachtige uitstraling. Waarbij vooral de vloeiende, vlekkerige dessins voortreffelijk overkwamen.

Samenwerking

De geshowde kleren, de opvallende make-up en het haar, samen met de bijzondere locatie waar een strijkkwartet de ouverture verzorgde, leverde het vakpubliek (wie was er niet?) voldoende aanleiding voor positieve/negatieve kritiek. Maar, de show was vooral geslaagd als hét bewijs dat met meer energie dan geld, plus gerichte sponsoring,  het ontwerpen en presenteren van mode zeer diverse mensen uitstekend kan samenbinden.

Pop-up

De geshowde collectie is tot en met 16 juli 2015 te zien en te koop (eventueel op maat vermaakt door coupeurs van de Meestercoupeur-opleiding)  in de lobby van het Park Hotel, aan de Hobbemastraat in Amsterdam, die dienst doet als pop-up store. Daarnaast is er ook de wollen sjaal van MOAM collective 2015 in gelimiteerde editie van 100 stuks verkrijgbaar, weinig verhullend aangeprezen door ondermeer Manuel Broekman, Tjitske Reidinga en Georgina Verbaan met een speciale foto.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.