John de Greef

Je vergapen aan een jurk geeft ook voldoening

Door John de Greef - 22 september 2015

Met de expositie ‘Ode aan de Nederlandse mode’ geeft het Gemeentemuseum Den Haag de bezoeker vooral de gelegenheid om te genieten van mooie modevormgeving. Des te leuker dat het ook allemaal Nederlands ontwerpwerk is. Hoewel het meest typische Dutch Design-karakter vooral veelzijdigheid blijkt te zijn.

Voor liefhebbers van mode in musea zijn het goede tijden. In Rotterdam is nu acht maanden het Tijdelijk Modemuseum gehuisvest. Dat toont een charmante en soms prettig prikkelende dwarsdoorsnede van de huidige mode,  inclusief aspecten als veel gedragen ‘iconische’ zaken (bijvoorbeeld de witte bloes en de rode lipstick), het recyclen van kleding en het vrij willekeurig terugkijken in de recente geschiedenis.

Artistiek leider van het Tijdelijk Modemuseum, Guus Beumer, heeft bij de samenstelling de vaart er ingehouden en zich noodgedwongen niet laten remmen door ingewikkelde procedures van dure en tijdrovende bruiklenen.  De geëxposeerde mode mist daardoor de dramatiek van uitzonderlijke creaties.

Maar met een bijzonder archief van couturestukken, met het aanbod van aantrekkelijke vintage-mode (ook te koop) en kleren van internationale designers uit het actuele winkelaanbod wordt er toch flink wat geboden. Althans aan de bezoeker die zin heeft om zich te verdiepen in de soms golvende gedachtegang van de diverse gast-curatoren.

Verzonnen canon

Zo is er ook een zelfverzonnen Canon van de Nederlandse Mode. Waarbij het witte fietsenplan uit de Provo-tijd vrolijk wordt gekoppeld aan het totaal wit verven van alles in zijn modehuis door ontwerper Martin Margiela.

Of de oude Nederlandse modeketen Mac & Maggie wordt er neergezet als grote voorloper van alle huidige Zara- en H&M-winkels. Zondermeer interessant, als je over een  flexibele houding en een meer ingevoerde kennis van de mode beschikt. Wat is waar, waarschijnlijk of gewoon waanzinnig leuk gevonden?

Máxima’s inhuldigingsjurk

Voor wie minder gevorderd is in de mode, maar wel graag geniet van bijzondere creaties, biedt het Gemeentemuseum ongetwijfeld veel meer kijkplezier met de expositie ‘Ode aan de Nederlandse mode’. Hoewel je ook hier de indeling in diverse thema’s soms arbitrair zou kunnen noemen.

Zo staat het veel geroemde inhuldigings-ensemble van japon en mantel van Jan Taminiau, gedragen en uitgeleend door Koningin Máxima, keurig achter glas op de afdeling met het thema Blauw. Goed gevonden. Maar ongetwijfeld  zou je ook nog tot allerlei andere thema’s en indelingen kunnen komen. Zeker bij zo bijna niet te overzien groot onderwerp als een overzicht van de  Nederlandse modevormgeving sinds eind negentiende eeuw.

Conservator Madelief Hohé heeft samen met stylist Maarten Spruyt een gigantische klus geklaard. De chronologie en de historie (goed behandeld in de catalogus) hebben ze ondergeschikt gemaakt aan de puur visuele aspecten van de vele kledingstukken.

Kleur bij kleur

Het vergapen aan jurken staat centraal in Den Haag. Daartoe staan veelkleurige creaties naast elkaar in een decor dat alle effecten van de kleurcontrasten nog eens versterkt. In een andere zaal staan de zwart/witten gegroepeerd. Of de experimentele ontwerpen met opvallende volumes etc.

Die aanpak maakt een rondgang over de grote expositie aantrekkelijk gevarieerd en goed begrijpelijk, hoewel puristen het waarschijnlijk liever wat rustiger zouden willen zien.

De samenstellers zijn niet in de val getrapt waar de exposite ‘The Belgians. An unexpected Fashion Story’ in het Brusselse Bozar de afgelopen zomer zo matig door werd. Iedere ontwerper kreeg in Brussel zijn eigen stukje en sfeer en dat vormde als geheel een verwarrende en weinig zeggende puzzel.

Haagse couture

Nu is het aan de bezoeker om per thema te kijken wie wat gemaakt heeft (of dat gewoon voor lief te nemen). Wie de moeite wel neemt,  ziet dat het Haagse museum ook oudere Haagse couturiers als Ernst-Jan Beeuwkes (1931 -1998) en Gèrard Brussé (1941) niet is vergeten.

Dat de individuele kwaliteiten van de zeer diverse ontwerpers in ‘Ode aan de Nederlandse mode’ minder in het oog springen is niet erg. Want als er al één herkenbare identiteit gegeven moet worden aan al dat typische Dutch Design op de tentoonstelling is het vooral de veelzijdigheid van alle ontwerpstijlen. Plus, de eigenzinnigheid van het hoge internationaal niveau van ontwerpers als Viktor & Rolf, Iris van Herpen en Bart Hess straalt door alles heen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.