John de Greef

Waarom is Ralph Lauren toch zo goed?

Door John de Greef - 18 september 2015

Met de uitbundige, bijna carnavaleske Marc Jacobs-show kwam donderdagavond een eind aan de lange New York Fashion Week (NYFW) met de collecties voor voorjaar 2016.

John de Greef, moderedacteur van Elsevier, was erbij en blogt over de verrassingen die de drie grote namen, Ralph Lauren, Calvin Klein en Marc Jacobs, deze laatste dag boden.

Ik moet bekennen dat ik in de beginjaren tachtig weinig op had met Ralph Lauren. De jaren waarin zijn snel uitdijende imperium de wereld veroverde. Ik vond zijn stijl vaak belegen, afgekeken van oud geld en voor een hoge prijs verkocht aan nieuw geld. En op alles altijd dat eeuwige polopaard als onvermijdelijk logo.

Enkele weken geleden merkte ik dat ik van sok tot hemd en ook met broek en onderbroek Ralph Lauren droeg. Geen shock, maar wel het moment om toe te geven dat ik eigenlijk blij ben met Ralph Lauren. Zijn kleren én zijn stijl hebben comfort. En zelfs dat logo is inmiddels charmant geworden. Dat vonden vele anderen natuurlijk al jaren en jaren.

Dezelfde geschiedenis, maar dan versneld, speelde vrijdagochtend bij de Ralph Lauren-show. Die begon met marine-kleren. Weliswaar in fris wit, maar als modethema nu niet bepaald vers of verrassend. Gaap!

Matrozenpetten

Nadat enkele outfits over de catwalk waren gegaan, moest ik toegeven dat het Ralph Lauren lukte om met het versleten marine-blijf-maar-op-zee-thema voortreffelijk aan de haal te gaan.

Geen parade van matrozenpetten, maar wel veelkleurige jassen en jurken met speelse dessins van bootjes gingen voorbij. En wit met blauw of rood bleek meer dan een geijkte nautische combinatie als hij werd gebruikt om de elegante vormen een opmerkelijk accent in kleur te geven.

Ralph Lauren zag het zeevaart-thema weids. Met lichtbruin leer en blauwwitte strepen. Van het eerste liet hij klassiek-kordate jasjes en broeken snijden. Van het gestreepte katoen werden lange, sierlijke zomerjurken gemaakt die nog eens bewezen dat Lauren als geen ander bekende paden met verrassend effect weet te betreden.

Calvin Klein

De collectie die Francisco Costa voor Calvin Klein creëerde kreeg de titel ‘The Morning After’. Dat wekt de suggestie van gekreukelde nachthemden en verfomfaaide pyjama’s.

Het waren juist vrij onberispelijke materialen vaak in lichte eierschaaltinten, maar ook in nachtelijk zwart. Maar de materialen waren wel flink onder handen genomen. In scherpe plooien geperst, diep ingesneden of aan keurige repen, banden en stukken geknipt.

‘Deconstructed’ heet dat in modesterren. Onttakelde stukken die vervolgens weer zo opgebouwd waren dat tal van losse elementen zichtbaar bleven. Maar het geheel vormde bijzondere kleren.

Vaak in een lange lijn die deed denken aan gestroomlijnde, maar ruimvallende lingerie. Tere bloesemmotieven gaven net dat prettige romantische en draagbare houvast aan de soms behoorlijk gewaagde collectie. Satijnen bh’s werden zichtbaar achter afgegleden onderjurken vol pailletten en breiwerk dat uiteen was gerafeld.

Hier en daar schoot Costa een tikje door in zijn experimentdrift. Alsof hij inderdaad erg laat ‘s-nachts nog kettingconstructies rond jurken had gehangen en wat mouwen had los getrokken en de volgende ochtend het niet meer helemaal hersteld kreeg.

Maar als geheel was de Calvin Klein-collectie een fascinerend ontwerpwerk in een erg fraaie uitvoering. En een geslaagde, vrije en hoogst artistieke interpretatie van het oude werk van de oorspronkelijke Calvin Klein. Hij was beroemd om zijn simpele ‘shift-dress’ die sterk leek op een onderjurk.

Marc Jacobs

De rode loper buiten, de lobby en de zaal (met het meeste publiek) van het laatste oude filmtheater in New York, het Ziegfeld Theater, werden door Marc Jacobs donderdagavond gebruikt om zijn modellen als sterren bij een première te ontvangen en rond te laten lopen.

Daartoe had hij ze aangekleed in een eigenzinnige potpourri van stijlen, die uiterst knap toch werd gedomineerd door dat typische Jacobs-handschrift en de gedachte dat ieder onderdeel draagbaar moet zijn.

Als een uitbundig variété-theater was de modeshow bijna carnavalesk, maar door alles heen en ook zeker per kledingstuk schitterde het vakmanschap van Marc Jacobs.

Hollywood-gala en -glitter, Andy Warhol en pop-art, baseballjacks en -sweaters, de jaren veertig en zeventig, stars & stripes, dijhoge splitten en zelfs een overvol decolleté van een extra mollig model, muziekmotieven en het portret van een woedende Maria Callas duizend maal herhaald als dessin.

Het waren wel heel veel verschillende elementen uit de kunst en kitsch van de Amerikaanse cultuur die samenkwamen en een feestelijke parade vormden. Met daarbij rood, wit en blauw als hoofdkleuren. En een prima afsluiting van de NYFW.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.