John de Greef

Florence: pronkende pauwen en kolderiek klassiek!

Door John de Greef - 14 januari 2016

Tweemaal per jaar is het Italiaanse Florence met de Pitti Uomo-beurs hét epicentrum van de mannenmodewereld. Elseviers moderedacteur John de Greef bezoekt de Pitti sinds 1981 en verbaasde zich dit maal over de vele dandy’s in het vakpubliek.

De Florentijnse Pitti is de plek waar uw kledingzaak (als die enigszins oplettend is) rondkijkt ter inspiratie of er inkoopt. Een serieuze modebeurs met een breed aanbod van overwegend luxe en draagbare mannenmode voor winter 2016/17.

De crux van de vele collecties op de beurs is de optimale vermenging van sport en traditie. Zoals sportjassen met delen van waterafstotende tweed en wollen truien om actief in te sporten in de sneeuw. Plus vele, vaak geruite confectiepakken die op traditioneel Brits maatwerk moeten lijken. Genoeg om commercieel-modieus van te smullen, maar weinig echt nieuw.

Voor meer opzienbarends moest je buiten blijven. Want op het plein voor de Pitti en op de grote binnenplaatsen van de beurs verdrongen zich vele dandy’eske mannen. Het waren in- en verkopers en zo te zien vele getrainde kleding-exhibitionisten.

Eindeloos als pauwen pronkend en poserend voor een legioen van gretige fotografen. Denk aan figuren in een te strak wollig pak, vaak kolderiek geruit en met te korte pijpen boven hoge enkellaarsjes, of nog erger: slobkousen. Daarbij standaard een te flamboyante hoed, een te verzorgde baard en te veel accessoires zoals pochet, das, dasklem, handschoenen (soms als pochet in de krappe borstzak) en een overdaad aan sieraden. En soms ook nog een extreem lange, felgekleurde mantel over de schouders. Veel oranje botste tegen paars. Kortom kledingclowns lijdend aan wat het peacock-syndroom (pronkzucht)heet.

Versierde macho’s

In het vliegtuig naar Florence, gevuld met modebazen en modepersoneel viel me al op dat geen modemacho zich zonder forse armbanden durft te vertonen. Liefst aan beide polsen meerdere. Maar dat was allemaal nog beschaafd te noemen.

En gelukkig toonde ook het merendeel van de Pitti-bezoekers een geslaagde mix tussen traditie en trend. Beetje klassiek (ruitjasje), scheutje sportief (strakke katoenen broek en sneakers) en wat extra sier (bonte sjaal) en veel opvallend verzorgd hoofd- en baardhaar. Dus toch een tikje dandy.

Wolwedstrijd

Het Woolmark-promotiebureau weet dat Florence het centrum van de commerciële mannenmode is. Dus werd er pal aan de Arno in de modeacademie Polimoda een Woolmark Prize-show annex mannenmodewedstrijd georganiseerd. Zes jonge kandidaten waaronder de enthousiaste Nederlander Jonathan Christopher (pracht naam voor de mode) streden met een collectie in een gemeenschappelijke modeshow om de wereldeer.

De jury, vol modeberoemdheden zoals de vermaarde modejournalist Suzy Menkes, koos de Indiase Suketdhir als winnaar. Tikje flauw want zijn mode was niet de meest originele en leek op het werk van Romeo Gigli uit de jaren tachtig en van J.W. Anderson van nu.

Opvallend bij bijna alle deelnemers was de vrij volwassen kijk op een relaxed mannenmodebeeld, uiteraard met veel zuiver scheerwol. Sportief en klassiek, opvallend genoeg gepresenteerd voor de catwalk(blauw geschminkt gezicht) maar eigenlijk minder gek dan de aankleding van al die modefatjes op de Pitti.

Uitvergroot

De Koreaanse ontwerper Juun J. was als gastontwerper door de Pitti gevraagd om met een flinke modeshow het avant-garde peil te verhogen. Extreme mannenmode is in Zuid-Korea big business. Wat Juun J. betreft ook vrij letterlijk ‘big’ want hij overdreef de proporties van zijn kleren nogal flink.

Veel extra lange panden, uitvergrote truien en stevig verbrede schouders. Voor oude modekenners een flinke knipoog naar Claude Montana uit de jaren tachtig. De kleding was ruim genoeg voor allerlei forse opschriften zoals Form op de borst en Less op de rug. Juun J. moet gevoel voor humor hebben.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.